De balans tussen autonomie en intimiteit

Je relaties weerspiegelen de littekens van je jeugd

Een relatie gaat om lief hebben en om jezelf te kunnen zijn. Ben je in relaties een Afhankelijke of een Ontwijker? Zorg voor balans, ook in je relatie.

Door Divyam Kranenburg

Een relatie kan een plek zijn om geliefd te worden en lief te kunnen hebben en tegelijkertijd alleen te zijn, zonder stress of het gevoel dat dit de relatie, of de ander, zou schaden. De meeste mensen verlangen hiernaar. Maar je wilt ook jezelf zijn, het leven in eigen hand hebben, je ‘eigen wijze weg’ gaan. Tegelijkertijd heb je het nodig om met anderen in contact te zijn en diepe relationele verbindingen aan te gaan, die wederzijds bevredigend zijn. Een volwassen relatie vraagt van beide partners om een goede balans te vinden tussen deze twee behoeftes en te ontdekken dat de behoefte aan autonomie en de behoefte aan intimiteit niet met elkaar hoeven te conflicteren. Deze twee behoeftes laten zich zien in relaties als twee specifieke stijlen van relateren: ‘de afhankelijke’ en de ‘anti-afhankelijke’, of de ‘Ontwijker’. Deze hebben we al uitgelegd bij de theorie over co-dependency.

Bang
De Ontwijker heeft grote behoefte aan autonomie – je voelt je claustrofobisch in relaties, het gevoel niet jezelf te kunnen zijn met een partner overheerst, of je kunt geen werkelijke verbinding aangaan uit angst jezelf te verliezen, of je ruimte in te moeten leveren.
De Afhankelijke wil juist intimiteit. Je bent altijd bang om onvoldoende liefde te krijgen, je hebt het gevoel dat je de ander elk moment kunt verliezen. De dreiging om in de steek gelaten of verwaarloosd te worden is doorlopend aanwezig. Je hebt veel geruststelling nodig, vaak zit je bovenop je partner om nog meer beloftes en onvoorwaardelijke liefde te krijgen.
Differentiatie betekent de vaardigheid om de balans te vinden tussen de twee fundamentele krachten, de behoefte aan contact, hechting en intimiteit enerzijds, en de behoefte aan begrenzing, een eigen identiteit en onafhankelijkheid anderzijds. Emotionele versmelting of symbiose is het tegenovergestelde van differentiatie en is gerelateerd aan onveilige hechting. Te weinig differentiatie zorgt ervoor dat je het contact verliest met degene die je liefhebt. De Afhankelijke gaat met het gebrek aan differentiatie om door te proberen emotioneel te versmelten met de partner. Elke behoefte van de ander om grenzen te stellen wordt gezien als verlating. De Ontwijker doet dat door rigide over grenzen te zijn en dingen op eigen voorwaarden te willen hebben.
In de ontwikkeling van kinderen komt differentiëren na het hechtingsproces. Als je begint te ontdekken dat je anders bent dan je ouders, word je in een veilig gehechte situatie begrensd door de volwassenen om je heen. Dit is nodig om je los te maken van moeder en zelfstandig de wereld in te gaan. In de verschillende stadia van dit separatieproces kunnen verstoringen optreden waardoor je onvoldoende vaardigheden ontwikkelt om later de emotionele en spirituele ontwikkeling door te maken die van essentieel belang is om in een duurzame relatie te kunnen zijn en om jezelf in de wereld ten volle uit te kunnen drukken. Inzicht in deze ontwikkelingsfase geeft meer begrip in bepaalde patronen die je tegen kunt komen als je een relatie aangaat.

Separatieproces
In de eerste weken na de geboorte zijn baby’s vooral gevoelig voor prikkels die afkomstig zijn van de ouders. In deze symbiotische fase ben je versmolten met moeders energie. Je wilt weinig weten van onbekenden.
Er komt echter een moment dat er een natuurlijke behoefte ontstaat, om te scheiden van moeder. De separatiefase begint hier, je begint geïnteresseerd te raken in de wereld buiten moeder. Als de symbiose goed is gegaan, zal je voldoende vertrouwen hebben opgedaan om je aandacht geleidelijk meer naar buiten te richten. Je begint dingen op te merken: het komen en gaan van mama; je begint naar haar gezicht te grijpen, of aan haar ketting trekken. Je wilt de wereld gaan ontdekken. Je kunt een beetje kruipen, je kunt meer zelf. Je zal je van mama’s schoot af laten glijden, aan haar voeten gaan spelen. Je wordt nieuwsgierig, je krijgt een eigen wil.
Langzaam maar zeker ga je meer ruimte innemen. Enthousiast ga je op ontdekkingsreis. Zolang moeder in de buurt is, is het goed. Als je veilig gehecht bent, durf je op onderzoek uit te gaan en te gaan spelen, je hebt de zekerheid dat je ouders er nog zijn om naar terug te keren, als je troost of bescherming nodig hebt.
Je kunt dan dingen uitproberen. Jezelf gaan ervaren, los van moeder. Voor die tijd had je al een beetje geoefend door kiekeboe te spelen. Mama is dan even weg, maar daarna is ze er snel weer. Dus als ze even weg is, houdt dat niet in dat ze voor altijd weg is. En wat gebeurt er als jij even weggaat van moeder? Want je wilt niet écht weg van moeder, je wilt onderzoeken en dan weer terugkomen, terug in die veilige warme versmelting. Bij elk nieuw iets dat je ontdekt, zal je even naar haar terugkijken. Je wilt weten dat ze er is, dat mama blijft en dat ze van je houdt, wat je ook doet. De dualiteit die iedereen nog steeds ervaart in het leven: de behoefte aan zelfstandigheid versus het verlangen naar versmelting. In de versmelting raak je jezelf kwijt, in de separatie vind je je grenzen weer terug.

Moeder wegduwen
Als kind ontdek je in die fase dat je helemaal niet één bent met je moeder. Als je in de symbiotische fase voldoende vertrouwen hebt opgedaan, zal je met verwondering en nieuwsgierigheid anderen gaan opmerken, andere relaties aangaan. Je gaat ontdekken dat er een ik is, en een ander. Er volgen veel verschillende fasen waarin je je losmaakt van moeder, je omgeving gaat ontdekken, zelfstandiger wordt en leert dat het machtig is om niet te doen wat je ouders zeggen.
Op de leeftijd van achttien maanden ontwikkelt zich een ‘oproepbaar geheugen.’ Dit is een herinnering in de vorm van het beeld van gezichten, intonatie, smaak, tast en aanraking. Dit geeft zekerheid en troost, ook als moeder niet aanwezig is. Er is nu een oproepbaar beeld van moeder.
Deze eerste achttien maanden zijn een onzekere periode. Als moeder niet gevoelig is voor je behoeften, wordt de interactie overweldigend en traumatiserend. Als je ouders geen fijne relatie hebben, als moeder onvoldoende voeding krijgt uit haar omgeving, gebruikt ze jouw energie om zichzelf te voeden. Ze zal je niet gemakkelijk loslaten omdat zij zelf nog teveel nodig heeft. Je zal dit onbewust als grensoverschrijdend ervaren, misschien je gaan afsluiten of moeder wegduwen – op een onbewust niveau ervaar je dat de behoeftes van moeder kennelijk belangrijker zijn dan die van jou.
Als dat de situatie was, zal er altijd die schaduw van pijn blijven als je iets voor jezelf doet, ook als volwassene. Het is belangrijk dat moeder je niet alleen toestemming geeft om meer ruimte te nemen, maar je ook stimuleert. Een kind heeft aanmoediging nodig om zelf stapjes te zetten. Daardoor kan het zelfvertrouwen langzaam maar zeker groeien.
Als moeder op een natuurlijke manier de exploratie van haar kind toestaat, leer je de natuurlijke beweging van het op jezelf zijn en samen zijn. Maar hier komt de eerste verdeeldheid. Als je weggaat bij moeder en je eigen weg gaat, is moeder er dan nog als je terugkomt? De ene moeder zal gemakkelijk haar kind los kunnen laten en er zijn als het haar weer nodig heeft – de andere moeder heeft daar meer moeite mee. Of ze is blij om haar eigen ruimte weer te hebben, dus je kan er niet van uit gaan dat ze er is als je weer terug wil komen. Moeder kan zo opgelucht zijn geweest om eindelijk weer eens iets voor zichzelf te kunnen doen, dat ze de weg terug naar haar afsneed. Of je mocht wel terugkomen, maar je moeder was niet blij. Het deed zo’n pijn om je los te laten, ze moest zichzelf beschermen, daarom zal ze je niet meer zo toelaten als voorheen. Ze is diep ongelukkig omdat jij je eigen weggetje gaat. Want daardoor verliest zij haar voeding. Je voelt je schuldig. Dus als je weggaat bij moeder verlies je haar – maar als je blijft verlies je jezelf.

Ongelukkig
Wellicht is het nu nog zo dat het kind in jou bang is dat je niet meer welkom bent bij mensen die belangrijk voor je zijn, als je iets voor jezelf doet, als je voor jezelf kiest. Als het scheidingsproces erg pijnlijk is geweest, ben je de rest van je leven bang voor intimiteit of ontwijk je een diepgaande relatie. Je begint er niet meer aan of je creëert drama’s. Of je bent niet in staat om iemand ook weer los te laten. Je bent ongelukkig en boos omdat je vastzit in die relatie. Als je weggaat is je partner ongelukkig en boos, als je niet gaat ben jij dat.
Het gebrek aan verbinding met moeder tijdens de symbiotische periode, zorgt dat je van binnen hongerig blijft naar die onvoorwaardelijke liefde en gehechtheid die je zo gemist hebt. En het gebrek aan juiste steun, begeleiding en aanmoediging tijdens de separatie- en individuatieperiode liet je geloven dat liefde betekent manipuleren, je vastklampen en afhankelijk zijn.
Meestal gaat de vroege ontwikkeling niet optimaal. De meeste mensen dragen diepe littekens van het niet krijgen van de essentiële behoeften die bij elk van de hiervoor beschreven vroege periodes horen. Je relaties zullen deze littekens weerspiegelen.
Je kunt het verleden niet veranderen, wel kun je de invloed ervan leren herkennen en aangeleerde patronen doorbreken, vaardigheden aanleren die je niet hebt gekregen en nieuwe stappen zetten die je helpen je vermogen tot verbinding en plezier in relaties te laten groeien.

Divyam Kranenburg is co-auteur van ‘De weg uit trauma kun je leren’ dat ze met Omkar Dingjan schreef, evenals het boek ‘Je eigen wijze weg’.
Deze boeken zijn te bestellen via www.kd.nl. Meer info over Divyam: www.aumm.nl en op facebook ‘Aumminstituut’.

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix