Klem tussen de metroman en Rambo

Of: de trieste status van het mannelijke

 

Wie zijn de mannen van nu eigenlijk? Ergens tussen nuffige metromannen en stoere Rambo’s. Met geen van beide types kunnen ze zich identificeren. En met wie dan wèl is hun ook onduidelijk. Gedachten tijdens een bezoek bij Compadres op een basic tentenkamp met mannen op de Veluwe.

 

Door Ewald Wagenaar

 

Kerels krijg je niet snel bij elkaar voor bewustwording. En al helemaal niet om te praten over man-zijn. Een paar groepjes in ons land doen ‘iets’: een dag of avondje voor mannen hier en een weekendje in het bos daar. Maar het blijven marginale aantallen op de totale populatie mannen.

Nee, dan de dames: ze lezen stapels boeken over de ‘ontembare vrouw’ in zichzelf, ze engageren zich met grote overgave aan het rechtzetten van sekseongelijkheid in de samenleving, leren met z’n duizenden gretig uit hun baarmoeder te leven en ze vinden altijd wel iets bij zichzelf dat nog ontwikkeld moet worden. Dames hebben eerder de neiging om – al dan niet vanuit onvrede met een huidige situatie – aan zichzelf en hun vrouw-zijn te werken, dan mannen aan hun man-zijn.

Waar blijven toch die mannen? Want er is veel, heel voor ze te ontdekken. Wie zijn of haar oor te luister legt, merkt snel dat het mannenleed in onze samenleving hoger is opgelopen dan menige man wil toegeven. Leed? Mannen? Wij slachtoffer? Welnee. Hou op zeg! Mannen laten zich liever wegzetten als sociaal gehandicapte dombo’s die weinig van het vrouwelijke snarenspel snappen, dan dat ze zich als slachtoffer laten afficheren. Altijd klaar met een schroevendraaier als zij om aandacht verlegen zit. Praten? Ho maar. Ja, die man dus. Want dat hij een verliezer is, zal je hem nooit horen zeggen. Dat trekt zijn eergevoel en zelfbeeld gewoon niet. Maar diep van binnen is er leed, veel leed.

 

Excessieve bonussen

De moderne man is een watje, een fluim en een looser geworden. Dankzij 40 jaar vrouwenemancipatie, erg veel aandacht voor het gevoelsleven en de maatschappelijke afkeer van het negatieve – lees eeuwenoude agressieve – deel van het mannelijke. De heren en hun instituties hebben het in de geschiedenis veel te bont gemaakt in hun gedrag naar de dames. Geweld, onderdrukking, machtsuitoefening in een ontelbare toonaarden, vormen en situaties. Foei jongens, dat moet beter, werd hun sinds de jaren zeventig duidelijk gemaakt. En dat hebben ze geweten: meer regels in de sociale omgang, samenleving en het onderwijs. En ook de familierechtspraak schijnt al maximaal gefeminiseerd en in bed en huishouden draait het meer dan ooit om haar verlangens. De mannelijke energie (lijkt soms erg op adhd) wordt nu op grote schaal gedimd met medicijnen als ritalin en antidepressiva. In de intensieve menshouderij dat het grootbedrijf heet, is hij van negen tot vijf een aangepast en afgetraind onderdeel van human capital, met een eigen desk, bonus en leasebak. En natuurlijk een identiteitverschaffend hip mobieltje.

De afgelopen decennia leerde hij zichzelf definiëren als een niet-vrouw. Want wat man-zijn precies inhield, kon niemand hem vertellen. Live voorbeelden buiten de tv waren er namelijk niet om hem wijzer te maken. Want al op de kleuterschool plukte juf hem uit de klimboom, ‘te gevaarlijk’ en ‘niet aangepast’. Logisch dat zijn geremde natuur – ja welke eigenlijk? – binnen de kaders van de samenlevingsmores moest vallen: wilde ambitie en excessieve bonussen leidden ertoe dat de onderdrukte kwajongens de samenleving van de ene crisis in de andere crisis stortten. Wisten zij veel wat ‘verantwoord leiderschap’ inhield? Van bankpresident tot woningcorporatiedirecteur.

 

Sterke vrouwen

Hun vaders waren nooit thuis en als ze dat wel waren dan hingen die op de bank met chips naar Studio Sport te kijken, afgewisseld met lamlendig kankeren op baas, samenleving of politiek; niet in staat meer iets anders ‘neer te zetten’ dan een narcistische ik-heb-het-gemaakt-lifestyle. In het voorbijgaan kwamen er wat kinderen bij. In de loop van hun volwassenwording werd de jongetjes in deze gezinnen duidelijk gemaakt dat ze aangepast moesten zijn en aandacht moesten geven aan  haar gevoelens. Later mocht hij zich met pappadagen een blijvend plekje in haar gezin consolideren. Aan de hand van zijn vrouw, in hippe kleren en zomerschoenen zonder sokken. Dit nuffige als ‘metroman’ op een voetstuk gezette kind oogst applaus van de vrouwelijke publieke tribune. Weet hij veel, zielepoot.

De mannen van nu hebben geen rolmodellen. Herstel: aansprékende rolmodellen. Afwezige, agressieve, laffe, bange of egoïstische versies genoeg, maar geen krachtige, leven- en liefdegevende, eervolle en wijze mannen waar je tegenop kon zien.

‘Mijn vader was een hoerenloper’, zei een van de mannen tijdens het Compadresweekend dat ik in de nazomer bezocht. Met zo’n dertig mannen raw-style een weekend in het bos, ergens op de Veluwe. Gat in de grond, een waterpomp, je eigen tent en een basic veldkeuken. Spectaculair wat ik daar aan verhalen hoorde. En een perfecte illustratie van het mannenleed én -potentie dat momenteel zo onzichtbaar de samenleving ondermijnt. Afwezige vaders. Onvermogen om liefde te geven, afgeserveerde liefde. Ontrouwe vaders. Te veel trouw. Een verlangen voelen naar het geven van leven en liefde temidden van veel onveiligheid, en niet weten hoe er iets in te veranderen. Wijs, maar geen legitimatie. Verlangen zonder doorzettingskracht.

 

Helden

Nee, geen stelletje zieligerts bij elkaar. Maar mannen die eerlijk durven zijn over hun verhaal.

Want in de afgelopen 40 jaar zijn ze alleen komen te staan als ze niet wilden verbinden op de old-schoolagressie van carrière, veel geld verdienen en koste wat het kost doelen bereiken.

Want mannen zijn samen erg leuk met elkaar, warm en eerlijk. Direct en zonder bijbedoeling. Persoonlijk vanuit het hart. Samen scheppen ze een situatie waarin niks moet en alles gaat zoals het gaat. En dat is in onze samenleving rond de Veluwe wel anders.

Met een vuurloop beklonk op zaterdagavond na het vallen van de avond een achttal mannen de eigen ommekeer: het werd de lancering van een nieuwe fase waarin ze het anders zouden gaan doen, de start van een nieuw avontuur in hun leven.

Nou dat leek niet alleen stoer, dat was het ook omdat de as waardoorheen ze liepen nog gloeide. Helden waren het. Een van deze moedigen verbrandde die avond op vele plaatsen zijn blote voetzolen. Maar zijn voornemen werd hiermee in zijn vel geëtst. Niet iets om licht te vergeten.

En dat oogstte bewondering van de andere ca 23 mannen die niet meededen. Dat was ook een zeldzaam mannenmoment. Want in een wereld vol competitie moet je welhaast eerst wereldkampioen worden wil je een compliment krijgen als man, als je het tenminste niet zoekt in die ‘hé wat een leuke schoenen!’ of ‘wat zit je haar goed’.

 

Apenheul

Het gevaar is bij bezinning op identiteit dat je zo snel vervalt in het je afzetten tegen iets anders. Mannen definiëren zich dan als niet-vrouw en zetten zich af tegen de feminisering van de laatste decennia. Dat gebeurde echter niet bij Compadres. En dat is ook niet des mans: het mannelijke is krachtig in zichzelf maar ziet zichzelf momenteel amper weerspiegeld en krijgt daarvoor weinig positieve feedback. Geen driedimensionale helden in de media, wel een hoop eendimensionale types, variërend van supergevoelig en overemotioneel tot gevaarlijke Rambo.

Mannen, om de waarheid te zeggen, ik vrees dat we onze vrouwen hard nodig hebben om weer maximaal in onze kracht te komen. Ik zag ooit een prachtige familieopstelling in de Apenheul in Apeldoorn: in het midden zat een stevige grijsruggorilla. Hij was er een beetje te jong leider geworden. Maar, zo vertelde de verzorgster, ‘de dames hielpen hem te herinneren aan zijn mannelijke taak: een beetje orde scheppen, de boel bijeen houden, ruzies slechten en de stabiliteit dienen.’ Met dank aan de gorilladames. En zo komt de cirkel dan rond: laten we elkaar een beetje helpen om elkaar in de eigenheid te stimuleren, zelfs zonder rolmodellen en in een niet voor de hand liggende omgeving. Dames en heren…

 

 

 Ga ’s wat lezen man!

 

Neem de voortrekkersrol, zegt schrijver David Deida. Hij schreef een flinke stapel boeken voor mannen waarvan ik graag had gewild dat iemand me de inhoud ervan tussen mijn 15e en 25e duidelijk had gemaakt. Gewoon steengoed, recht voor zijn raap en wat mij betreft nog steeds degelijk als een huis. Mannen doe ‘je ding’, hou op met (nieuwe) moeders zoeken, ze te behagen of ze achterna te lopen. Schraap je moed bijeen en ga je droom, visie of plan achterna. Wees trouw aan jezelf en de omgeving. Lezen: ‘De kracht van echte mannen’, David Deida.

Denk je dat boek niet nodig te hebben? Probeer dan deze eens, je lacht je suf om de toch wel confronterende spiegel die de schrijver vooral 35-plussers voorhoudt: ‘Wake-up call voor mannen, je kunt nog lang genoeg dood zijn’ van butt-kicker Jan Dijkgraaf. ‘Wat heb jij gedaan met de eerste helft van je leven? Omgevlogen? Dan heb ik slecht nieuws: dat wordt alleen maar erger.’ (…) ‘Doe er wat aan, je bent verantwoordelijke voor je eigen geluk’, is zijn boodschap.

Robert Bly schreef al enige tijd geleden (1991) een inspirerend boek dat de hitlijsten in Amerika schijnt te hebben gehaald: ‘Iron John’, dat in het Nederlands als ‘De Wildeman’ te krijgen is. Het bespreekt een oud sprookje uit het Engelstalige gebied waarin een man zijn thuiskasteel verlaat, de wildernis in gaat en daar zich ontwikkelt en in zijn kracht komt om uiteindelijk er te kunnen zijn voor anderen. Voor wie gevoelig is voor de meer mythische kanten van het man-zijn en zoekt naar nuttige archetypen.

 

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix