Op de grenzen tussen parallelle werelden

Orakels in Noordwest-Europa

In elke cultuur komen orakelvormen voor. Denk aan de Pythia in Delphi, de I Tjing uit het oosten, de Keltische druïden die stokjes met daarop tekens wierpen. Minder bekend zijn de orakeltechnieken van de verschillende Scandinavische volkeren, en hoe zij antwoord kregen op levensvragen. Wat toen kon, kan nog steeds…

Door Linda Wormhoudt

Zorgen over gezondheid, voorspoed, liefde en vruchtbaarheid zijn van alle tijden. Al vanaf het begin der mensheid raadplegen mensen orakels om wijsheid te vergaren en zicht te krijgen op de toekomst. In een wereld waarin de persoonlijke lotsbestemming afhankelijk is van allerlei soms ongrijpbare factoren, waar niets zeker is behalve de dood en de belasting, wordt mensen op alle mogelijke manieren voorspeld wat er in de nabije toekomst zou kunnen gebeuren. De mens wil de controle houden – voor zover dat mogelijk is.

In veel oudere culturen ging men ervan uit dat de grillen van goden en andere wezens in parallelle werelden en dimensies het dagelijkse leven en de individuele lotsbestemming beïnvloeden. Dit verklaart meteen al die onverwachte gebeurtenissen.

De meeste oude orakeltechnieken van Noordwest-Europa hebben een aantal kenmerken gemeen: het geloof in het bestaan van meerdere parallelle werelden en dat het mogelijk is contact te leggen met de bewoners van die werelden. Vooral de bewoners van het dodenrijk beschikten over kennis van het lot van mens, dier en de vruchtbaarheid van het land. Deze manier van denken berust waarschijnlijk op weer oudere vooroudercultussen.

De Finse tietäjä

Al in de ijzertijd waren er in Finland wijze mannen, de tietäjä. Je zou hun functie kunnen vergelijken met die van wat wij nu sjamanen noemen. Toch was een tietäjä geen sjamaan in de traditionele zin, want hij werkte vooral met de kracht van de stem. Hij zong, sprak bezweringen uit, en kende oeroude traditionele magische liederen: de syntysanat. Deze waren ooit geleerd van een sjamaan uit Tuonela, het dodenrijk, dat onder de grond of onder de bodem van een meer ligt. De tietäjä kon in trance naar Tuonela afdalen om daar aan zijn voorvaderen raad te vragen over toekomstige gebeurtenissen. Deze reis was niet ongevaarlijk. Ook aan land- of natuurgeesten vroeg de tietäjä advies: kleine geesten, die vaak onder stenen en rotsen woonden. De tietäjä zong deze geesten onder de steen vandaan en gaf ze offertjes in ruil voor informatie over toekomstige gebeurtenissen.

De Sami noaide

De nomadische Sami, beter bekend als Lappen, hebben een sjamanistische levenswijze. Ze bewonen nog steeds het gebied dat in het huidige Zweden, Noorwegen en Finland ligt. Zij gebruikten de trommel om te orakelen. De sjamanentrommel had (en heeft) voor hen nog steeds een grote rituele en symbolische betekenis. Op de trommel zijn de drie delen van de kosmos met schilderingen aangegeven. Elke noaide, de Sami sjamaan, had bovendien zijn eigen symbolische tekeningen op zijn trommel. Het vel was beschilderd met verschillende symbolen van de werelden, jachtsymbolen en dieren zoals het rendier, de beer en de wolf. Sommige onderzoekers suggereren dat de plek van de afbeeldingen aan sterrenstanden was gerelateerd en dat de trommel eigenlijk een soort landkaart was.

Om te orakelen werd een kleine ring van koper of zilver op de trommel gelegd. Dan werd er op de rand van de trommel geslagen en gekeken waar de ring naartoe bewoog. Soms werden er stukjes bot op de drum gelegd, en werd er met een soort hamer, een ballem of vietjere, zachtjes tegen de trommel aangetikt waardoor de botjes op het vel dansten. Er werd gekeken naar welke symbolen de botjes zich bewogen en zo kon de noaide de toekomst voorspellen. Deze Sami-vorm van orakelen was ook bij de continentale Europeanen bekend en menig Europeaan reisde naar Scandinavië af om een blik in de toekomst te kunnen krijgen.

Het Noorse seidr

Volgens de Scandinavische levensvisie bezaten de overledenen belangrijke kennis die ze konden delen met de levenden. Seidr is een benaming voor een specifieke Noorse magische werkvorm. Een völva, seidhkona, spákona of vala was een wijze vrouw, profetes, heks, sjamaan of priesteres. Hoewel men meestal spreekt van vrouwen, en ik hiervoor de vrouwelijke vorm geef, waren er ook mannen die deze rol op zich namen: de seidhmadhr en de spámadr.

Een van de meest bekende seidrrituelen met orakelen is het hoge-zetelritueel, dat door de beschrijving in een IJslandse saga, de Eirik saga Rauda, bekend is geworden. In deze saga is te lezen dat mensen van een kleine nederzetting een vrouw uitnodigden om te komen orakelen. Ze installeerden een hoge zetel voor haar, een ereplaats. Na wat voorbereidingen begon het ritueel met het zingen van de vardlokkur, de wachtersliederen, om behulpzame geesten op te roepen. Door het monotone zingen van de liederen raakte de vala in trance. Wanneer het lied eindigde, bevond ze zich tussen twee werelden: ze had een dubbele bewustzijnsstaat. Nu had ze contact met geesten die advies konden geven. Hierdoor kon ze vragen uit het publiek beantwoorden en de toekomst voorspellen.

Soms trok de vala zich terug op een stille plek in de natuur. Ze deed dit ritueel vaak op of bij een grafheuvel om toegang te krijgen tot het rijk der doden. Dit heette útiseta (buiten zitten) of sitja á haugi (zitten op een grafheuvel). Ze bedekte zichzelf met een deken, cape of huid, terwijl ze zong en bad. Doordat het lichaam en het gezicht waren afgedekt, voelde het waarschijnlijk alsof ze begraven was in de aarde zelf, alsof ze in een graf lag. De vala bevond zich nu in het dodenrijk, en daar kon ze kennis vergaren.

Wegen, kruispunten en drempels

In diverse Noordwest-Europese landen waren ook andere manieren om in de toekomst te kijken in gebruik. Een daarvan is het zitten op drempels, wegen en kruispunten. In Engeland heet dit kerkpoortkijken of ‘sitting up’. De ziener(es) van het dorp zat dan op de drempel van de kerkdeur, op het kerkhof, of bij de lychpoort, de poort waardoor gestorvenen het terrein van de kerk op werden gedragen. Ook hierbij ging men ervan uit dat de doden kennis bezaten en dat men ze kon consulteren aangaande de toekomst. De ziener(es) kon ook op de dichtstbijzijnde weg gaan zitten om te voorspellen. Ook in IJsland, Noorwegen en Zweden zat men op wegen en riep daar de doden op om vragen te beantwoorden. Zelfs in Nederland kende men dergelijke zieners: deze mensen werden de voorlopers genoemd.

Volgens veel Europese folkloristische overleveringen waren drempels plaatsen waar geesten zich konden ophouden. Soms werden mensen zelfs onder een drempel begraven met de idee dat ze dan nuttige informatie uit het dodenrijk konden doorgeven. In veel verhalen wonen de voorouders onder de drempel. Drempels werden beschouwd als de grens tussen het land van de levenden en dat van de doden. Hier konden de bewoners van beide gebieden elkaar ontmoeten en informatie uitwisselen. Door op een drempel te gaan zitten konden ze contact opnemen met de voorouders en via hen kostbare informatie ontvangen over het welzijn van mens, dier en de vruchtbaarheid van het land.

Kruispunten zijn van oudsher plaatsen waar werelden elkaar ontmoeten. Lichamen van zelfmoordenaars, moordenaars, heksen en heidenen werden vaak op kruispunten begraven of verbrand waardoor ze aan die plek werden gebonden. Hierdoor konden ze niet komen spoken. Hier op de kruispunten stonden ook vaak galgen. Omdat de geesten gebonden waren, kon een ziener(es) gemakkelijk contact met ze opnemen en ze vragen stellen.

Nog steeds mogelijk

Deze oude manieren van orakelen lijken in moderne tijden misschien vreemd, maar kunnen nog steeds worden uitgevoerd, weliswaar met enige aanpassing. Niet iedereen zal zin en de moed hebben om net als een Finse tietäjä af te dalen naar het dodenrijk. Niet iedereen heeft een authentieke Sami trommel ter beschikking om te experimenteren. Het consulteren van de geesten van heidenen en heksen is misschien niet wenselijk. Maar het zitten op drempels, wegen, kruispunten, en hoge plaatsen is nog steeds mogelijk. De stilte opzoeken en contact maken met natuurgeesten kan ook waardevolle informatie opleveren, mits men in staat is om ook daadwerkelijk te luisteren. Al deze plaatsen liggen volgens de oude zienswijze op de grenzen tussen parallelle werelden. Het zijn tussengebieden waar de energie anders voelt, plekken waar contact met bewoners van andere werelden mogelijk is. Alle parallelle werelden en hun bewoners zijn met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar. Twee werelden weten meer dan één. Soms woont het antwoord op een belangrijke vraag in een trommel, soms in een steen, en soms woont het daar, net over de grens.

Linda is sjamaniste en rituelenbegeleidster, auteur van ‘Goden en sjamanen in Noordwest-Europa’, ‘Ademtocht, verhalen over de dood’, en ‘Seidr, het Noordse pad, werken met magische en sjamanistische sporen in Noordwest-Europa’ dat medio februari 2010 verschijnt bij uitgeverij A3 boeken. Haar website: www.soulritual.nl.

Print deze pagina

Over de auteur

Linda Wormhoudt is sjamaniste en rituelenbegeleidster, auteur van 'Goden en sjamanen in Noordwest-Europa’, ‘Ademtocht, verhalen over de dood’, en ‘Seidr, het Noordse pad, werken met magische en sjamanistische sporen in Noordwest-Europa’ alle uitgegeven door uitgeverij A3 boeken. Haar website: www.soulritual.nl. Haar twitteradres: http://twitter.com/Lindatweetraaf

Reacties zijn uitgesloten.

Powered by Ambrix