Op de grenzen van woest en wild

De primitieve wilde werd een modern mens. Maar diep in ons, in de hersenstam, daar wonen oude herinneringen. Herinneringen aan woeste en wilde gebieden, aan het Duistere Woud, aan landen buiten de grenzen. En elke keer als een van die herinneringen stilletjes naar boven drijft, huiveren we. En dan warmen we ons aan het kampvuur. We zijn nu veilig. Toch?

Door Linda Wormhoudt

Zit je lekker in je begrensde gebiedje? Veilig in je comfortabele zone? Daar, bij het kampvuur, waar het warm en droog is, waar de tent van huiden je beschermt tegen de elementen en de boze buitenwereld? Veilig in de beschermende armen van de stam, met om je heen de vertrouwde gezichten van familie en vrienden. Hier in deze cirkel kunnen de kinderen veilig spelen. We vertellen elkaar oude verhalen, saga’s over Reuzen, sprookjes over wilde wouden. We waarschuwen elkaar voor de gevaren: ga niet alleen het bos in, praat nooit met vreemde wezens, laat een spoor van broodkruimels achter. Verdwaal niet. Kom terug bij ons. Veel mensen knopen de oude wijsheid in hun oren en blijven een leven lang binnen de grenzen. Anderen niet. Die dromen van dat gebied achter de tent, achter de palissade, achter de heg, achter de beschutting van steen, hout en palen. Daar waar Woest woont. Daar waar Wild woont.

Overal in onze dagelijkse wereld zijn er begrenzingen aangebracht. Stopbordjes, hekken, muren, strepen: alles is verdeeld in ordelijke vlakken en kaders. We trekken lijnen in het landschap en geven daarmee ons territorium aan. Landsgrenzen zijn een typisch menselijke uitvinding. Het zijn soms symbolische, soms zichtbare afbakeningen in het landschap die ons een veilig gevoel horen te geven. Daar, over de grens, dat is het land van de anderen, en deze kant is van ons.

De drang tot het creëren van veiligheid is zo oud als de mensheid zelf. Zonder beschutting zijn mensen geen heersers der aarde maar gewoon kwetsbare prooidieren. Want dat land achter de grens is onbekend en daardoor gevaarlijk. En het gevaar draagt verschillende gezichten. De oerwildernis kan zich als een Reus presenteren, als de wolf van Roodkapje, als een geest, een trol, een monster. We hebben al onze primaire angsten in dat gebied geplaatst. Ze symboliseren onze primitieve achtergrond, dat wat we graag willen vergeten.

Utgard en het Somberwoud

Hoewel de meesten van ons het liefst bij het vuur blijven, horen sommigen de lokroep van Woest. Deze mensen kunnen niet anders dan opstaan en wegsluipen van het kampvuur. Ze willen het avontuur tegemoet. Ze trekken Myrkviðr in, het Oudnoorse woord voor donker, somber of duister woud, of zoeken de ingang naar Utgard, een ander Scandinavisch woord voor wildernis. Het land ‘buiten de gaarde’ is de plaats waar helden, verdwaalden en gekken rondreizen op zoek naar avontuur. Het is ongeciviliseerd gebied en heeft daardoor ook een aantrekkingskracht. De ontdekkingsdrang van de mens is niet te stuiten. Denk aan de vele ontdekkingsreizigers van weleer die met gevaar voor eigen leven terra incognita introkken. Sommigen van hen kwamen nooit meer terug. De enkeling die wel terugkwam, droeg bloedstollende verhalen met zich mee, over woeste inboorlingen, menseneters en monsters.

Naast de avonturiers voelen ook anderen de roep van Oer. In de geschiedenis van het continentale Noordwest-Europa vinden we diverse namen voor vrouwen en mannen die zich bezighielden met magie, kruidenwijsheid, divinatie en sjamanisme. In seidr, een magische werkvorm uit de Scandinavische landen, liep de vala al koorddansend op grenzen. Een van de vele vergeten Europese namen voor grenslopers is heagtis of haghetisse, de heggenrijdster. Variaties van deze naam komen we tegen in heel Noordwest-Europa. In het Oudhoogduits kenden ze de hagazussa of zunritha, in het Oudnoors de turnriða, in het Oudengels de hag, in het Duits de hexe. De haghetisse zou een wijze, solitair levende man of vrouw zijn geweest, die vaak aan de rand van het dorp of nederzetting woonde, tussen het gecultiveerde, sociale gebied en de wildernis in. Een heggenrijdster liep op de grenzen tussen werelden, en op die grens tussen civilisatie en wildernis vergaarde ze haar magische kennis. Op die grenslijn is de energie net even anders. Het is als een niemandsland waar twee energievelden samenkomen.

De haga

Het woord ‘haga’ is Oudnoors voor omheining. Fysiek gezien is een haga, de heg, een afscheiding tussen een nederzetting en de ‘wildernis’. Deze afscheiding is een territoriale grens van een persoon of een groep mensen, die vee binnen hield en roofdieren buiten. Over de heg gaan werd als gevaarlijk gezien: daar was daar geen bescherming meer. De heg of afscheiding was een fysiek aanwezige, tastbare barrière, maar tevens een magische barrière.

Een heggenrijder woonde vlakbij de heg en had een intiem contact met de wereld aan de andere kant. Hij of zij liep op de zichtbare en onzichtbare lijnen, en had toegang tot beide werelden. Het reizen in trance naar andere werelden werd soms de heg lopen, de heg kruisen, of het rijden van de heg genoemd. De oude verhalen over heksen, vliegend op een staf, bezem of dier zouden kunnen duiden op het oversteken van de grenzen die onze wereld van andere werelden scheidden. Hoewel de meeste verhalen over heggenrijders niet bewijsbaar stoelen in een ver Europees verleden en tegenwoordig behoorlijk geromantiseerd worden, neemt het niet weg dat de aanwezigheid van het heggenrijderbeeld een archaïsche sfeer oproept die ook moderne mensen aantrekkelijk vinden.

Innerlijke grenzen

Ook in onze geloofsbeleving vinden we grenzen. Het maakt niet uit welke geloofsrichting je volgt: er zijn spirituele hindernissen te nemen, diepere paden te zoeken. De antwoorden op onze kernvragen liggen helaas niet altijd in onze comfortabele zones: soms wonen ze in het gevaarlijke gebied. Kennis en wijsheid moeten worden verdiend, en angst en afzien zijn van oudsher paden die veel inzichten kunnen opleveren.

Men zal in het oergebied oog in oog met de innerlijke wolf kunnen komen te staan, oog in oog met onze diepste angsten en twijfels. De oude Kelten kenden de ‘dark night of the soul’ een initiatie waarin men inzicht kreeg in de schaduwkanten van de eigen persoonlijkheid. De Noordamerikaanse indianen hadden hun vision quest, een periode van afzondering ergens in de natuur. Ook de Bijbel staat vol van verhalen van stervelingen die het grote onbekende tegemoet moesten gaan, vaak gedwongen door omstandigheden: hun tent uitgezet, hun stam uitgegooid. Om onszelf echt te kennen, zullen we door de modder moeten lopen, zullen we ons geloof op de proef moeten stellen, zullen we monsters moeten verslaan. Een deel van onze ziel is als een wild kind, gehuld in huiden. En zonder haar zijn wij niet compleet. Want de wildernis woont niet buiten ons, het is deel van ons.

Uitdaging

Misschien wil je nu ogenblikkelijk je spirituele bergschoenen uit de kast halen en je magische rugzak tevoorschijn toveren. Je staat te trappelen om op zoek te gaan naar wijsheid en essentiële kennis. Veiligheid is prettig, maar soms niet genoeg om te groeien. Misschien kun je niet wachten om het Keltische Tir na Nog, het Elfenland te exploreren, of het Scandinavische Asgard, waar de goden vertoeven. Dergelijke reizen brengen echter risico’s met zich mee en er is geen enkele garantie dat je op tijd terug bent voor het avondeten. Misschien is het daarom verstandig om eerst te trainen voordat je een dergelijke survivaltocht onderneemt. De magische grenzen liggen namelijk overal. Een grensgebied geeft je de kans om de verschillende energievelden te voelen vanaf een relatieve veilige plek, met de veilige rugdekking van het kampvuur. Denk bijvoorbeeld aan een kennismaking met het raakpunt tussen twee elementen, van oudsher gebieden waar magie nog leeft. Aan de vloedlijn, waar het element water zowel aarde als lucht aanraakt. Of de heg in de tuin, een letterlijke maar ook symbolische afbakening.

Het wilde gebied boezemt ons angst in, maar daagt ook uit: durf jij je te begeven in het innerlijke woeste woud en de grenzen te verkennen? Leeft er diep in je een miskende avonturier, een heggenrijder?

Linda Wormhoudt is sjamaniste en rituelenbegeleidster, auteur van ‘Goden en sjamanen in Noordwest-Europa’, ‘Ademtocht, verhalen over de dood’, en ‘Seidr, het Noordse pad, werken met magische en sjamanistische sporen in Noordwest-Europa’ dat medio februari 2010 verschijnt bij uitgeverij A3 boeken. Haar website: www.soulritual.nl.

Print deze pagina

Over de auteur

Linda Wormhoudt is sjamaniste en rituelenbegeleidster, auteur van 'Goden en sjamanen in Noordwest-Europa’, ‘Ademtocht, verhalen over de dood’, en ‘Seidr, het Noordse pad, werken met magische en sjamanistische sporen in Noordwest-Europa’ alle uitgegeven door uitgeverij A3 boeken. Haar website: www.soulritual.nl. Haar twitteradres: http://twitter.com/Lindatweetraaf

Reacties zijn uitgesloten.

Powered by Ambrix