‘Een relatie met De Heilige vraagt om overgave’

Godsdienstfilosoof Daniël van Egmond ziet religie als ‘landkaart’ voor spirituele ontwikkeling

Een leven lang godsdienst en filosofie studeren maakte van Daniël van Egmond een geleerd man. En zeer deskundig op het gebied van christelijke en andere vormen van mystiek en religiositeit. Esoterie op het grensvlak van de joods-christelijke cultuur en transpersoonlijke spiritualiteit. Een gesprek.

Door Ewald Wagenaar

Godsdienstfilosoof Daniël van Egmond zit als vutter bepaald niet stil. In lezingen, cursussen en andere bijeenkomsten via Stichting Arcana geeft hij zijn inzichten door over de ‘mystieke weg’. Ook wel de contemplatieve weg genoemd. Het is de spirituele weg van beschouwing: “Het is de aloude weg van de christelijke mystiek, zoals we die onder meer in de teksten van Teresia van Avila, Johannes van het Kruis, bij Ruusbroec en vele anderen kunnen vinden. We vinden deze weg ook terug in de joodse mystiek. De mens klimt op en daalt af tot hij het midden van zijn of haar wezen heeft leren kennen”, aldus de site van Van Egmond. “Iedere godsdienst draagt een kern in zich die de uiterlijke kant van het geloof overstijgt. Deze wegen blijven verborgen voor degenen die er niet naar zoeken. We hoeven niet naar verre landen te reizen om in ashrams of kloosters te gaan wonen. Ook is het niet nodig om ons te richten naar het boeddhisme, zen of het hindoeïsme. De joods-christelijke traditie waar onze cultuur in geworteld is, kent immers ook zo’n weg”, aldus de site.

Terug naar de kerk? Terug naar een dwingend geloofssysteem? Gaat dit artikel daarover? Nee toch?

Waarover gaat wat jij het religieuze noemt?

Van Egmond: “Religieuze doelen in de verschillende tradities gaan altijd over goddelijke doelen of leven vanuit wat God wil. Dit in tegenstelling tot magische doelen.”

Wat is er mis met magie?

“Magische doelen gaan over ‘wat ík wil’. En dus over macht uitoefenen, technieken inzetten, ervaringen zoeken en altijd leidt dit ertoe dat egostructuren groter worden. Ze krijgen kracht. Ook al zijn de goede intenties heel groot, toch noem ik ze fout. Want wat is een intentie eigenlijk waard zónder religieuze context waarin plaats is voor God, het Heilige of het Hogere? Het ‘ik‘ moet juist ruimte maken voor het goddelijke en door het goddelijke aangeraakt worden. Anders gaan je ‘ikken’ zich daarmee identificeren totdat je op het punt komt dat je gaat menen: ‘Ik Ben God’.”

Dat ‘ik’ verlangt zoveel…

“Het goddelijke komt volgens de kabbalistiek uit het Ain Sof Aur, het grenzeloze en tijdloze niet-iets. Dat trok zich terug en in de ontstane lege ruimte konden daardoor de werelden ontstaan. Er blijft in ieder mens een verlangen naar de volheid, juist omdat er zo vaak innerlijke leegte wordt ervaren. In de mystieke weg is God het doel en niet de mystieke ervaring. Dat betekent in de praktijk een grote strijd tegen identificaties. In de spirituele wereld willen mensen bijvoorbeeld graag ‘ver zijn’ in hun ontwikkeling. Totdat ze gaan zien dat alles ze ook maar is gegeven.”

Waarom lukt het zo zelden dat te zien?

“Er zijn demonische krachten die je ervan weerhouden. Al vanaf de schepping is er een actieve kracht, de duivel of het kwaad. Een centripetale of samentrekkende kracht.”

Zijn ‘kwaad’ en lijden geen illusies?

“Ik heb als mens te maken met andere individuen. Op het hoogste niveau – zoals de advaita benadrukt – is er wel eenheid, maar er zijn ook andere niveaus van werkelijkheid. Die moet je eveneens serieus nemen. Anders ontmenselijk je het bestaan en wuif je kwaad en lijden te makkelijk weg als illusies. Dat hou je niet vol. Wie in het absolute bewustzijn leeft, mag dat niet als maatstaf nemen voor alle niveaus van deze wereld. Ik verzet me tegen wie niet alle werelden serieus neemt.”

Als alles uit de Ain Sof Aur voortkomt, dan toch ook het kwaad?

“De Kabbalah van Luria maakt een onderscheid tussen niveaus of sefirot die als concentrische cirkels in elkaar besloten liggen. Daar verloopt de wereld volgens een zevenvoudige wetmatigheid. Er is geen keuze. Maar daarnaast zijn er niveaus die onderling van elkaar afhankelijk zijn – de levensboom met drie kolommen, daar bestaat een vrije keuze tussen goed en kwaad. Maar de mens bezit niet die cirkelvormige natuur, maar is een uitdrukking van de boom des levens. Daarom kan de mens wel keuzes maken tussen goed en kwaad. De middenkolom is het goede, de linkerkolom geeft een neiging naar samentrekking en kristallisatie en de rechterkolom geeft een neiging om jezelf te verliezen in het goddelijke. Beide extremen leiden tot het kwaad, want dan verlaat je de middenkolom. Daarom is de mens aangesteld om de schepping te besturen en als middelaar.”

En toen gooide het ego roet in het eten…

“Het ego is het totaal van je identificaties. Eerst is er de stroom van bewustzijn, tot uiting komend in je ervaringen. Door die vast te houden in ‘ik ervaar dat’, verbindt het ‘ik’ zich met de ervaring van ‘dat’. Zo ontstaan in ieder mens verschillende ‘ikken’. We zijn dus niet één ‘ik’. De wereld die ik interpreteer vanuit concepten bestaat in feite niet. Het is onvermijdelijk dat er in jezelf verschillende ik-ervaringen zijn, waardoor er dus ook verschillende ik-niveaus ontstaan.”

Wie is het ‘ik’ dan die al die ‘ikken’ waarneemt?

“Meestel bedoelen we met kennis dat een subject een object kent. Zelfkennis betekent dan dat een bepaalde ik andere ikken kent, enz. Maar er is nog een andere soort kennis, namelijk gnosis, waarin er géén sprake is van een subject-object relatie. Die kennis heeft dus geen subject, hoewel in sommige advaitakringen en andere dan toch merkwaardigerwijze van een subject wordt gesproken. Die kennis is dus ook niet de kennis van een ik of van een hoger zelf of wat dan ook. Dit is de ‘kennis van het hart’, waarbij, wat ik bij gebrek aan een betere term ‘levende ervaring’ noem, zichzelf ervaart, dat wil zeggen zichzelf als ervaring en ook als de inhoud van de ervaring. Maar dit ‘zichzelf’ is een grammaticale term en dus reflexief, maar daar wordt dus niet een subject mee bedoeld. Misschien kan het verschijnsel dansen helpen: je kunt terwijl je danst, je ervan bewust zijn hoe je danst. Dat is een ik die daar dan als een object naar kijkt. Maar je kunt ook helemaal het dansen zelf zijn, dan nog is er sprake van bewustzijn, maar geen bewustzijn van dansen, maar het dansen zelf is dan dat bewustzijn. Er is dan noch een ik dat danst en/of zich ervan bewust is dat hij danst, noch een object dat we dansen noemen – er is alleen dansen.”

Wat is je eigen religieuze ervaring hiermee?

“Als 14-jarige heb ik mystieke ervaringen gehad. Vanaf dat moment ben ik mystiek gaan bestuderen. Ik zat op de lts, maar was als elektrotechnicus ronduit te onhandig; ‘u moet met de handen overal afblijven’, zei een werkgever ooit eens. Daarna ben ik via de uts en de hts wiskunde (mo-a) gaan studeren en na zeven jaar wiskundeleraar te zijn geweest, ben ik aan de universiteit filosofie en godsdienstwetenschappen gaan studeren om uiteindelijk te promoveren op een proefschrift over het voortbestaan na de dood. Het werd mijn missie om over godsdienstfilosofie te onderrichten. Mijn religieuze persoonlijke inzicht delen? Dat vind ik te intiem omdat daar veel zaken een rol spelen en het niet makkelijk is om dit onder woorden te brengen. Na de verschijning van mijn boek ‘De dood serieus nemen’ over de filosofische mogelijkheid van een voortbestaan na de dood, kwam ik een aantal keren op tv. Ik kreeg veel reactie en ik vond dat ik té bijzonder werd. Ik wil mensen wakker maken, ietsjes, verpakt, niet teveel theorie. Het gaat niet om mij.”

Wat is voor jou het hoogst goddelijke?

“Ik onderscheid daarbij Hét Heilige en Dé Heilige. Het Heilige verschijnt aan mij, en als spiegel van de ziel vormt het voor mij dan De Heilige, het menselijke én het goddelijke tegelijkertijd. Een relatie met De Heilige vraagt om overgave: de ‘ikken’ moeten leren dat ‘uw wil geschiede’. Deze weg moet je – vind ik – gaan binnen een religieuze context. Je hebt een authentieke weg nodig, en niet een eclectisch samenraapseltje van ideeën en visies. Om de weg te gaan is een landkaart nodig, die geeft structuur. Daarnaast zijn symbolen en mythen nodig omdat ze appelleren aan een dieper niveau van het bestaan. Je zou dit ook ‘de traditie’ kunnen noemen. De kern van een religieuze traditie is de overgave aan het Grotere, het Hogere. Dan komt er ruimte voor het vragen en mogen ontvangen, de ontvankelijkheid. Dit in tegenstelling tot magie, waarbij het erom gaat alles juist in de hand te hebben.”

En die nare dogma’s dan?

“Ik zie die als hermeneutische sleutels, ze bevatten – verpakt – aanwijzingen voor wat goed is voor je. Helaas verworden ze in de religieuze tradities tot kille en lege formuleringen. Wat weer leidt tot machtstrijd binnen die tradities.”

Tot slot: waarmee ben je momenteel bezig?

“Een nieuw boek en de voorbereiding van een lezingenserie over ‘De tempel van de mens’, het verbond tussen God, mens en kosmos.”

Meer info: www.stichtingarcana.nl

Print deze pagina

Over de auteur

Ewald Wagenaar is uitgever en eind- en hoofdredacteur van Koorddanser, het maandelijkse agendamagazine voor bewustzijnsontwikkeling en spiritualiteit. Naast zijn jarenlange ervaring in het maken van bladen is hij tevens adviseur, trainer, docent, marketeer, tekstschrijver, communicatiespecialist en coach.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix