De grenzeloze bron van het bestaan

Vanuit een kabbalistisch perspectief

In de kabbalah, de mystieke stroming binnen de joodse traditie, vormt het begrip Ain Sof de oerbron van het bestaan. Ain Sof is de sfeer van de Godheid, de Godheid als ‘de verborgen God, ronddwalend in de diepte van zijn eigen wezens’.

Door Kees Voorhoeve

Ain Sof – ook als En Soph geschreven – behelst een onpersoonlijke dimensievanhet heilige, die eigenlijk geen dimensie is. Deze Godheid is onkenbaar. Ain Sof is afgekeerdvande schepping en verblijft in diepe duisternis. Tegelijkertijd vormt Ain Sof de bronvanhet bestaan en is overal aanwezig. Het heilige is zodoende naar de schepping toegekeerd. Het principe Ain Sof bestaat in alles wat bestaat. Ain Sof is de bronvaneen groot netwerkvanverschijnselen waar aarde, lucht, water en vuur, mens en natuur, gedachten en gevoelens, liefde, wijsheid en inspiratie, aanwezig zijn. Het vormt een oneindige ruimte. Deze ruimte doordrenkt de gehele schepping en is de enige en ene werkelijkheid. Hier komt een overweldigende paradox naar voren. Dit is onbegrijpelijk. De naam Ain Sof betekent letterlijk niet-grens of zonder grens. ‘Zonder grens’ wil zeggen dat Ain Sof geen eigenschappen bezit en dat het alles overstijgt. De grensvanons bevattingsvermogen wordt hiermee overstegen. Het betreft een groot mysterie. We kunnen deze oerbron niet in woorden uitdrukken. De naam Ain Sof verwijst naar een alles doordringende en overstijgende ervaring waar eigenlijk niets over te zeggen valt. Hoe kunnen we toch enigszins dit grote mysterievanAin Sof begrijpen?

Zonder onderscheidingen

Ain Sof is de onkenbare bron. ‘Het’ is ondoorgrondelijk. Er is geen begin en geen eind. Ain Sof is ongedifferentieerd. Of zoals Daniël Matt weergeeft: ‘Alles wat zichtbaar is, alles wat door het verstand begrepen wordt, is begrensd. Alles wat begrensd is, is eindig. Alles wat eindig is, is niet ongedifferentieerd. Aan de andere kantvanhet spectrum staat het grenzeloze: Ain Sof, de oneindige. Het is absoluut ongedifferentieerd, in volmaakte, onveranderlijke eenheid’.

Ongedifferentieerd wil zeggen dat er geen onderscheid aanwezig is. Hoe kan dat? Wij zijn gewend te leven met kaders. Elk moment zie ik onderscheidingen. Bijvoorbeeld in mijn kamer zie ik de tafel, de stoel, boekenkasten, de computer enz. Hoe kan de bronvanhet bestaan waar alles om draait zonder onderscheidingen zijn? Er wordt gezegd dat Ain Sof niets heeft. Het heeft geen doel. Er is geen licht en geen wil, werkelijk niets. Er is geen getal, geen naam, geen woord dat Ain Sof kan bevatten. Wat betekent dit? Hoe is het mogelijk dat er geen onderscheid is, kortom niets aanwezig is? ‘Niets’ betekent dat niets een eigen individuele essentie heeft. ‘Niets’ is de ‘ware aard’vanalles. Elke gedachte, of elk gevoel, maar ook het lichaam en mijn ‘ik besef’ hebben geen zelfstandige onafhankelijke kern. Alles dat bestaat is leegte, niets, niet iets, of wel volheid. Het heilige is zo vol of juist zo leeg dat niets te onderscheiden valt. Geen onderscheid betekent volledige eenheid. Het heilige vormt een eenheid waarin alles aanwezig is en samenhangt. Deze eenheid, leegte of volheid verwijst naar Ain Sof, maar het zijn geen kwaliteitenvanAin Sof, want het heilige overstijgt alle kwaliteiten. Als we de woorden eenheid, leegte en volheid gebruiken, verwijzen die eigenlijk al naar eigenschappen, net als grenzeloos of ‘zonder grens’. Maar ‘zonder grens’ wil niet zeggen dat Ain Sof de eigenschap heeftvangrenzeloos zijn. Onbegrensdheid geeft juist aan dat Ain Sof alle eigenschappen overstijgt. A.E. Waite beschrijft Ain Sof, het absolute beginsel, als volgt: ‘In dit absolute bevindt zich de essentie of potentievanAlles. Het is niet juist te zeggen dat het oerprincipe, dat boven het objectieve uitstijgt, ‘bestaan’ genoemd kan worden, want ‘bestaan’ is al een conditievanhet eindige en het geschapene. Tegelijkertijd is er een subtiel gevoel dat God aanwezig is in de gehele zichtbare werkelijkheid. Ain Sof is de voorwaarde tot ‘bestaan’. Het is universele simpelheid, eenheid zonder vermenigvuldigheid, boven alle getallen, boven alle wijsheid…’

Overweldigend

Het absolute is de bronvanalles wat bestaat, maar kan geen ‘bestaan’ genoemd worden, omdat op deze wijze ‘God’ de gehele wereld of werkelijkheid omsluit. Ain Sof gaat daar nog aan vooraf en is dus non-existentie. Maar bestaat Ain Sof dan niet? ‘God’ is toch voelbaar in de schepping en vormt de oorzaakvanalles wat bestaat? Vanwege de onkenbaarheidvanAin Sof lijkt in eerste instantie Ain Sof alleen maarvanuit ontkenning benaderd te kunnen worden. Ain Sof is niets en heeft geen bestaan. Toch past ook deze ontkenning niet bij Ain Sof. Ain Sof is ontkenning en bevestiging en tegelijkertijd noch ontkenning, noch bevestiging. Ain Sof is bestaan én niet-bestaan en het overstijgt bestaan én niet-bestaan. Een overweldigend mysterie. Ain Sof overstijgt alles. Het is de verborgen Godheid, die zich niet laat aanspreken: ‘Vanwege de grote sublimiteit en transcendentievanGod, kan geen naam aan ‘Het’ gegeven worden. De naam Ain Sof geeft alleen maar aan dat God met niets te vergelijken valt. Ain Sof is niet het objectvangebed, omdat Ain Sof geen relatie heeft met zijn schepping’.

Het feit dat Ain Sof verborgen is, geeft nog geen verklaring hoe het heilige aanwezig is in de schepping. Ain Sof is dus niet de bron, en toch komt uit deze bron de werkelijkheid tot expressie. Ook al heeft het heilige geen relatie met de schepping, tegelijkertijd is Ain Sof voelbaar in de concrete werkelijkheid aanwezig. Hoe kunnen we deze paradox begrijpen? Het woord Ain Sof bestaat uit ‘Ain’ (of ‘En’) en ‘Sof’ (of ‘Soph’). ‘Ain’, ‘En’ of ‘Ayin’ betekent niets en ‘Sof’ of ‘Soph’ verwijst naar alles. Hiermee wordt aangegeven dat ondanks dat Ain Sof alles overstijgt, zowel niets als alles aanwezig is. ‘Ain’ of niets correspondeert met Kether, de hoogste Sephiravande Boom des Levens, de kroon op de schepping. De Boom des Levens vormt in de kabbalah het oersymboolvande manifestatievanhet heilige. Ain Sof maakt zich kenbaar door middelvande Boom des Levens, bestaande uit tien Sephiroth, tien goddelijke krachten, maar blijft op het eigen niveau in zichzelf onkenbaar. De hoogste Sephira of kracht is Kether. Kether betekent kroon en verwijst naar de goddelijke vonk, de scheppingskracht waar alles uit voortkomt: de pulserende oerkracht die constant uit de oergrondvanAin Sof te voorschijnt komt en weer verdwijnt. Kether of Ain is zuiver egoloos. Het is werkelijkheid zonder conditie, zonder definitie en tegelijkertijd super zijn, zuivere essentie. Het enige dat bestaat is Ain,vandaar dat de goddelijke naam ‘Eheyeh’ aan Kether is gekoppeld. ‘Eheyeh’ betekent: ‘Ik ben’, ‘werkelijk bestaan’, ‘er zijn’. En zo is er sprakevaneen bijzondere paradox: Kether is zowel transcendent als immanent, Niets maar ook zelfbestaand. Kether correspondeert met Ain Sof: oneindig en onkenbaar. Zodoende wordt Kether vaak als Ain Sof gezien. Evenzo is Kether ‘aanwezig-zijn’ en draagt in zich deze kwaliteitvanhet bestaan, de bezielingvanhet leven, de ervaringvan’bewust er zijn’. Kether is de aanwezigheidvanAin Sof en bevindt zich midden in de reflectievanAin Sof: ‘Kether, de enige werkelijkheid, is aan de ene kant verborgen in zichzelf in absolute transcendentie, en aan de andere kant manifesteert Kether zichzelf als ongeschapen immanentie, in het middenvanzijn eigen reflectie: de schepping.’

Ervaring

Naast ‘Ayin’ of ‘Ain’ bestaat Ain Sof ook uit het woord Sof. ‘Sof’ betekent grens of einde; de grens die gesteld wordt, waardoor onderscheid ontstaat. Soph verwijst naar dat wat verschijnt, de veelheid in de schepping. Er vindt objectivering plaats. Sof creëert afstand. Zodoende wordt alles wat in potentie in Ain Sof verborgen is tot manifestatie gebracht. Sof is de grens waardoor de schepping zich kan voltooien. Zodoende drukt Ain Sof zich op oneindig veel verschillende manieren uit. Uit de eenheid ontstaat veelheid. Ain Sof blijft in deze veelheid altijd aanwezig, zij het op verborgen wijze:

‘Voor de emanatie was er enkel Ain Sof. Ain Sof was alles wat bestond. Zo ook: nadat het datgene wat bestaat heeft verwezenlijkt, is er niets anders dan dat. Er bestaat niets dat daarbuiten bestaat. Er bestaat niets dat niet doordrenkt isvande krachtvanhet goddelijke.’

Wat is de betekenisvanAin Sofvanuit onze ervaring gezien, als Ain Sof eigenlijk niet begrepen kan worden en tegelijkertijd verborgen en voelbaar aanwezig is? Ain Sof is onkenbaarvanuit de rationele mentale context. Het overstijgt ons verstand, maar is wel concreet te ervaren. In diepe meditatie ervaren we ‘ruimte’. We richten ons niet op de ruimte, maar hebben deel aan ruimte. Deze ervaring is zonder grens, zonder grond en onbepaald. Er zijn dan geen gedachten of gevoelens die in de ruimte ontstaan en vergaan. Er is een diepe stilte. Tegelijkertijd blijft deze ruimte onkenbaar en is er een eeuwigdurend verlangen. Het is het verlangenvanAin Sof om zichzelf te schouwen. Zodoende komt Ain Sof tot zelfkennis of contemplatie via Kether. Kether, de eeuwige scheppingsimpuls, de goddelijke vonk. Elk moment worden we geboren als een levende ziel en elk moment trekt deze pulserende kracht zich weer terug in Ain Sof. Het oerritmevande schepping is elk moment aanwezig, bijvoorbeeld in de in- en uitademing, waarbij op elk moment dit wonderbaarlijke leven ons wordt gegeven. Er is dus sprakevanAin Sof als ruimte op zichzelf, en deze oerbron blijft onkenbaar. Het heilige in zichzelf besloten, blijft verborgen voor onze ervaring; eeuwig sluimerend in de duisternis. Vervolgens maakt Ain Sof zich kenbaar via Kether, als aanwezigheid, Eheye. Deze ervaringvanKether is zelfbestaand; zelfbestaanvanhet goddelijke. Een ervaringvan’Ik ben’ of ruimte-zijn. Vanuit het perspectiefvande menselijke ervaring gezien, kan Kether dus geïdentificeerd worden met Ain Sof en voelen we Ain Sof via Kether als de ruimte die zichzelf als ruimte ervaart. Een uiterst subtiele ervaringvande paradox dat alles doordringt en tegelijkertijd alles overstijgt. Vanuit het perspectiefvande bron gezien bestaat er een onoverbrugbare kloof tussen Ain Sof en Kether. Ain Sof is de chaos, de verborgen bron, waar niets over te zeggen valt. Kether is dan éénvande mogelijke krachten die tot ontstaan gebracht worden als kroon op de Boom des Levens.

Wat betekent dit nu voor mijn persoonlijke ervaring?

Ik-ben-de-ervaring

Als ik mijn aandacht probeer te richten op Ain Sof, ervaar ik een oneindige duisternis. Ain Sof is leegte, er is niets afzonderlijk. In die duisternis is geen richting, geen begin en geen einde. Ik ben nergens meer op gericht. Er is een ervaring zonder grens, een ervaring zonder begin en eind. Ik vraag mij vol verwondering af: wat is dit? Wat is Ain Sof? Het is ongrijpbaar, het is niets, zelfs ‘niets’ wordt overstegen. Er is geen beeld en geen voorstelling, het is werkelijk een mysterie. Het verborgene in het verborgene: Ain Sof is onkenbaar, Ain Sof laat zich niet in woorden bevatten. Ik kan er geen termen voor bedenken, ik weet het niet: dit mysterie geeft ontzag. Hoe dieper ik nadenk over deze oneindigheid, hoe vreemder ‘mijn’ gevoel. Mijn gedachten lopen vast. Het is vreeswekkend. Ik besef dat ik niets ben in verhouding tot het heilige. De grond onder mijn voeten lijkt weg te vallen, er is werkelijk niets. Ik probeer te zoeken naar ideeën, maar ik kan niets meer verklaren, ik stop met zoeken. Zelfs ‘ik’ is er niet meer. De adem gaat nog dieper, ik ervaar openheid: helemaal doorschijnend. Er is alleen maar toelaten. Dan volgt er een omslag, heel subtiel: ‘Ik-ben-in-de-ervaring’, ‘Ik-ben-de-ervaring’. Wat een onvoorstelbare beleving! Ik besef dat ik iedere keer op iets gericht wil zijn. Gericht zijn op de meditatie, gericht zijn op de ademhaling, gericht op mijzelf en gericht op beheersing. Hoe kan ik loslaten? Nog maar één ding is mogelijk: overgave! Niet meer invullen, niet meer voorstellen, niet meer denken: alleen maar ervaren. Ik weet werkelijk niets en toch word ik gedragen. Vanuit nederigheid en ontzag word ik gedragen door deze oergrond. Vanuit Ain Sof komt het wezenlijke in mij tot aanzijn. Ik word geademd: ‘bewust-er-zijn’. De ruimte is als ruimte aanwezig: helemaal transparant. De scheppingskracht stroomt door mij heen, er is totale vrijheid, een wonderbaarlijk tijdloos moment. Samenzijn met Ain Sof, de grenzeloze bronvanhet bestaan.

Meer: meditatiemystiek.web-log.nl.

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.