“Ik ben geen spelbreker”

We zouden toch een gezellig spelletje doen?

Een zaterdagavond, een gezellig potje Monopoly. De gemoederen lopen hoog op. Iemand heeft een hele straat en zet er naar hartenlust huizen en kastelen op. Zijn persoonlijke bankrekening stijgt en stijgt, ten koste van het spel. Waar de bankrekening van mijn medespeler stijgt, zitten de andere spelers, waaronder ik, tegen een faillissement aan.

Door Sylvia Roosendaal

Het spelletje Monopoly vordert. De een wint, de ander verliest. De keuze voor het kopen van huizen en kastelen waardoor de andere spelers torenhoge hypotheken moeten betalen en al snel bankroet zullen zijn, strookt niet met mijn manier van leven. Een diep gevoel in mij wil altijd de energie laten stromen. Terwijl de gelukkige eigenaar van de huizen en kastelen even naar het toilet gaat, halveer ik zijn bankrekening. Pffff, we zijn weer een ronde verder. Als ik op zijn straat kom, kan ik hem in ieder geval uitbetalen! Het spel kan weer een ronde door!

Dit is wat er gebeurde. Het spel vordert, er worden straten opgekocht en over en weer komen we op het straatje van medespelers terecht. Een van mijn medespelers heeft het geluk veel geld te verdienen en zet al gauw huizen neer in zijn straat. Deze huizen leveren hem veel geld op. Hij is de enige die huizen heeft staan. Dan komt het moment dat hij kastelen wil plaatsen. Ik hoor mezelf praten: “Koop nu geen kastelen want wij, de medespelers, hebben niet genoeg geld om de hypotheek aan jou te betalen als we op je straat komen. Je stopt het spel met deze actie.” Iets in mij voelt zich machteloos en niet gehoord. We waren toch een spelletje aan het doen? Ondanks mijn protesten worden er kastelen gekocht. Als mijn medespeler opstaat om even naar het toilet te gaan, halveer ik in een snelle beweging zijn bankbiljetten. Het voelt als grappig en tegelijkertijd als niet goed. Mijn verwachting dat hij het onmiddellijk doorheeft, wordt de bodem ingeslagen als hij bij terugkomst aan tafel het resterende geld recht legt en netjes opstapelt. Het lijkt erop dat hij niet doorheeft dat de helft van zijn geld weg is. Na mijn eerstvolgende worp sta ik inderdaad op zijn kasteel. Ik lach en betaal hem met flair uit. Het geld wordt netjes neergelegd bij de rest van zijn kapitaal. Echter op dat moment barst ik in lachen uit. Nu is het spel alsnog klaar. De energie is gestopt met stromen. Het lijkt onschuldig en speels. Maar het fascineert me wat mijn motivatie is. Wat is dat in mij dat het zo natuurlijk voelt om de fictieve bankrekening van mijn medespeler te plunderen? Waarom doe ik dat? Welke redenatie zit hier achter? Nadat mijn actie ontdekt is, wordt ik met argusogen bekeken. Ben ik een dief? “Moet ik me zorgen maken om mijn portemonnee?” vraagt mijn gedupeerde medespeler. Het voelt niet zo maar IS het ook niet zo? Zou de grootste crimineel zijn gedragingen ook niet beredeneren als onoverkomelijk of logisch, of misschien wel als een gunst ten aanzien van de gedupeerde? We begrijpen elkaar allemaal even niet en misschien begrijp ik mezelf op dit moment nog wel het minst.

Ik ben een kind van deze tijd en derhalve gericht op samenwerking vanuit een diep gevoel van authenticiteit en kracht. Ik ben mij bewust dat ik het verschil maak voor mezelf maar ook voor de ander. Het is moeilijk voor mij om te zien dat iemand zichzelf zo belangrijk maakt dat het de energiestroom stopt. Ik leef vanuit rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid. Ik ben niet meer dan een ander, tegelijkertijd ben ik wel groots en uniek in mijn zijn. En ondanks dat ik nog veel moet leren over mezelf en de wereld om mij heen, sta ik open voor wat er langskomt en grijp ik elke gelegenheid aan om mezelf en de ander beter te begrijpen.

Kinderen in deze tijd hebben deze eigenschappen allemaal. Dit is soms lastig te begrijpen voor ouders. Het kind in deze tijd heeft veel meer verbinding met zijn rechterhersenhelft dan de ouder, waardoor het kind op een andere manier in het leven staat en op een andere manier communiceert en leert. Dat vraagt van de ouders een bereidheid om open te staan voor nieuwe inzichten. Oude waarden en normen mogen losgelaten worden en de ouders mogen iets dieper kijken om het werkelijke gedrag van hun kind te kunnen zien. Een kind leert door zijn ouders te spiegelen. De acties die vanuit een diep innerlijk weten voortkomen, zullen niet herkend worden bij de omgeving. Zowel het kind als de ouder kunnen vaak niet thuisbrengen wat er precies gebeurt. De gedragingen worden door de ouder niet begrepen. Maar wat misschien wel veel belangrijker is: het kind begrijpt zelf zijn gedrag ook vaak niet. “Het gebeurde zomaar” is een veel gebruikte zin in dit soort situaties.

Jammer genoeg wordt een kind dat handelt vanuit een diep weten volgens de waarden en de normen van de maatschappij al snel veroordeeld tot een ‘grote mond’ of een kind dat ‘niet wil luisteren’. (Ver)oordeel niet te snel wanneer het kind niet voldoet aan de waarden en normen van het gezin of de maatschappij. Kijk naar zijn uniciteit, zijn grote hart en leer te horen en zien wat een kind werkelijk bedoelt met zijn gedrag of woorden. In het ergste geval wordt het kind uitgemaakt voor dief terwijl het alleen maar geen spelbreker wil zijn.

Sylvia Roosendaal is Enneagram Integratiekunde (EIK) therapeut en heeft zich gespecialiseerd in kinderen van deze tijd. Ze ontwikkelde de opleiding Gezins- en Kindercoach en de onlinecursus Opvoedkunde. Nieuw is de opleiding Kind in zijn kracht, het vervolg op de Gezins- en Kindercoach opleiding. Daarnaast geeft ze regelmatig workshops op het gebied van nieuwetijdskinderen en het innerlijke kind. Ze is de auteur van o.a.: Een moeilijk kind of een kind dat het moeilijk heeft en Mam, heb jij dat nou ook? Info: www.andromeda-uitgeverij.nl.

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix