John Gray strikes again

Is deel twee van ‘Mannen van Mars, vrouwen van Venus’ irritant?

Er is een nieuw boek van John Gray, de auteur van het roemruchte Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus. Deze heet Venus is hot, Mars is cool – Over liefde, hormonen en energie. En, is het wat? Lisette Thooft, zelf ook levenslang gefascineerd door man-vrouw verhoudingen, ergerde zich eraan. Maar was er ook door geraakt.

Door Lisette Thooft

Irritant boek, het nieuwe boek van John Gray. Ten eerste omdat het onverholen reclame maakt voor allerlei pillen en poeders. Die prijst hij aan als ‘superfoods’ waardoor je stressniveau miraculeus zal dalen, zodat je relatie vanzelf weer geweldig wordt. Te koop via zijn website. Wat een Amerikaanse uit-de-zak-klopperij. En wat een materialistisch wereldbeeld: stop de juiste stofjes in je mond en je relatie wordt goed.

Ten tweede omdat Gray ervan uitgaat dat mensen nooit veranderen, dat mannen altijd zo zullen blijven als ze in de prehistorie al waren, en vrouwen ook, want zo zijn we nou eenmaal en dat zal altijd wel zo blijven ook. Wat een onzin – als er iets veranderd is in de afgelopen tienduizend jaar, zijn het wel mensen. Niemand van ons heeft een liefdesrelatie die ook maar in de verste verte lijkt op de manier waarop we in de prehistorie met elkaar omgingen. Zie mijn boek De onverzadigbare vrouw (en de afwezige man). De veranderingen gaan zelfs steeds sneller. Jonge mensen hebben al heel andere relaties dan oude mensen. Hier en daar klinkt Gray ronduit reactionair: “Het probleem in moderne relaties is niet dat mannen zich niet genoeg als vrouwen gedragen” schrijft hij. “Het probleem is dat vrouwen te veel op mannen lijken.” Ja duh, daar hebben we duizenden jaren ons best voor gedaan, om mannelijke eigenschappen in onszelf te ontwikkelen.

En ten derde is Venus is hot, Mars is cool irritant omdat Gray af en toe wel degelijk gelijk heeft. En omdat veel situaties die hij beschrijft, herkenbaar zijn. En sommige van zijn adviezen lang niet gek.

Hormoonhuishouding

Mannen en vrouwen zijn anders, zitten anders in elkaar, niet alleen psychologisch maar ook hormonaal. Dat is de insteek van dit nieuwe boek en Gray hamert het er in elk hoofdstuk weer in. Ik geloof het onmiddellijk. Maar dan. Mannen hebben heel veel testosteron nodig om gelukkig en ontspannen te worden en de stress van het mannenleven aan te kunnen, stelt hij. Vrouwen hebben heel veel oxytocine nodig om te kunnen ontspannen. Dus moeten mannen alles doen wat ze kunnen om maar zoveel mogelijk testosteron aan te maken. Wat is dat? Uitrusten en niets doen, of in hun eentje iets doen wat ze leuk vinden, bijvoorbeeld computerspelletjes of concrete problemen oplossen. En vrouwen moeten zoveel mogelijk oxytocine aanmaken. Hoe doen ze dat? Door te zorgen, voor zichzelf en anderen, én door zich gesteund te voelen in dat zorgen.

Dat is meteen al een heel irritante opvatting. Als een man en een vrouw na een dag hard werken samen thuiskomen, kan die man dus volgens Gray het beste op de bank gaan liggen zappen, terwijl de vrouw het huis opruimt en eten kookt. Hij kan haar desnoods vanaf de bank aanmoedigen en steunen. Want dan gaan ze allebei ontspannen aan tafel. Als hij meteen begint te redderen, komt er niet genoeg testosteron in zijn bloed. En als zij op de bank zou gaan liggen, zou ze daar niets aan hebben voor haar hormoonhuishouding.

Het meest irritante is dat er misschien nog wel iets van waar is ook. Tenminste, als ik moe thuiskom, wíl ik graag iets doen in huis. De neiging dringt zich op om even het aanrecht schoon te maken of de kussens van de bank op te schudden. Ik heb vaak het gevoel dat ik daarmee ook iets in mijzelf schoonmaak of opschud. Mijn man heeft beduidend minder last van dat soort aanvechtingen; die wil liever even achter zijn computer zitten en een spelletje doen. Van Gray mag je dus niet zeggen dat hij lui is en ik ijverig: nee, we doen instinctief wat het beste is voor onze hormonen. En dat moeten we vooral blijven doen zo.

Een vrouw kan haar man wel vragen om mee te helpen in het huishouden, maar dan moet ze dat slim aanpakken, schrijft hij. Ze moet het brengen als een groot en ingewikkeld probleem dat alleen hij, haar held, kan oplossen. En ze moet helemaal aan hem overlaten wanneer en hoe hij het probleem oplost. Concrete voorbeelden geeft hij niet. Ik hoor mezelf al: “Schat, ik heb zó’n groot probleem. Hoe krijg ik nou toch die zware vuilnisbak op tijd naar de hoek van de straat, voor de vuilniswagen langskomt?” Alleen al de gedachte dat de vuilnisbak míjn probleem zou zijn en niet van ons samen, doet mij tandenknarsen.

Bovendien klopt het verhaal natuurlijk niet. Als mannen op hun werk de hele dag problemen aan het oplossen zijn, zouden ze boordevol testosteron thuis moeten komen en het helemaal niet nodig hebben om op de bank te gaan liggen uitrusten. En als zorgen zo goed was tegen de vrouwelijke stress, zou je toch nooit een vrouw horen klagen over dubbele belasting?

Nieuw en harmonieus

Maar laat ik eerlijk opschrijven wat me wel raakte. Gray doet ook in dit boek zijn best om mannen en vrouwen bij elkaar te brengen en begrip te laten krijgen voor elkaars anders zijn. En het interessante is: als je zou doen wat hij aanraadt, verandert je relatie waarschijnlijk vanzelf van ouderwets en conflictueus in nieuw en harmonieus. Denk ik. Niet dat het een makkelijke opgave is.

Hij stelt bijvoorbeeld dat we veel te veel van onze liefdesrelaties verwachten. In principe zouden we ervoor moeten zorgen dat 90% van onze emotionele behoeften vervuld worden buiten de relatie om. Door vrienden, familie, werkrelaties, wat dan ook. Voor vrouwen geldt dat ze het met name van andere vrouwen, moeders, zusters en vriendinnen, moeten hebben. Die laatste 10% kunnen we dan van onze partner verwachten. Een relatie is er, met andere woorden, niet voor de emotionele honger, maar alleen voor de emotionele kers op de pudding. Dat is een zeer radicale stellingname. Als je ernaar leeft, laat je je partner totaal vrij en ben je zelf ook een vrij en autonoom mens.

Gray denkt dat vrouwen doorgaans te veel emotionele steun van mannen eisen, veel meer dan mannen kunnen opbrengen, want luisteren naar de emotionele zorgen van een vrouw tast hun testosteronniveau aan. Maar wat je van hem wel mag vragen aan je man, zijn ‘Venus-gesprekken’: tien minuten lang een sympathiek en aandachtig oor, terwijl jij je gevoelens uit. Met een voorwaarde: je mag in die tien minuten niet klagen over hem of over de relatie. Maar als je je zorgen maakt over je werk, je kinderen, wat dan ook, dan zou een man daar wel tien minuten lang naar moeten kunnen luisteren. Niet meer dan drie keer per week, trouwens. Mannen moeten leren dat ze in die tien minuten niet meteen met oplossingen komen, alleen maar een beetje aanmoedigend brommen en ‘tjongejonge’ zeggen. En vage steunbetuigingen doen. Daar knapt een vrouw van op.

En verdomd, dat is waar. Althans voor mij werkt het. Als ik tien minuten lang (wat ik overigens extreem kort vind) over mijn gevoelens mag praten en mijn geliefde luistert echt, dan voel ik me daarna een stuk lekkerder. Hoeft hij helemaal geen oplossingen voor aan te dragen, liever niet zelfs.

Wat me ook raakte, is het lijstje ‘redenen waarom vrouwen een man nodig hebben’: onder andere om zich bemind en bijzonder te voelen, voor financiële zekerheid, om zich veilig te voelen, om plezier mee te maken, om dingen te repareren en om hen te steunen in hun carrière. “Een man nodig hebben is geen teken van zwakte” schrijft hij. “Het is datgene waar een man voor leeft.” Dat is fijn om te horen. Waarna hij natuurlijk, heel irritant, weer toevoegt dat ‘belangrijk zijn voor een vrouw’ goed is voor de testosteronproductie van de man en ‘behoefte hebben aan een man’ goed voor de oxytocineproductie van de vrouw.

Stressreductie

Alles bij elkaar is Gray’s boek één groot pleidooi om de stress in je leven te verminderen en dat vind ik ook best verstandige praat, als je tenminste bij stress denkt aan chronische stress en niet de gezonde stress van een moeilijke uitdaging. De meeste mensen hebben erg stressvolle levens, met veel te drukke agenda’s, en dat je daarmee je relatie onder druk zet, wil ik graag geloven. “Ik hoop” schrijft hij, “dat je van dit boek leert dat het reduceren van stress het allerbelangrijkste is wat we voor onze gezondheid en de gezondheid van onze relatie kunnen doen. (…) Scheidingen en ziekten zullen ons lot blijven, tenzij we nieuwe en betere methoden toepassen om stress uit ons leven te bannen.”

Ook leuk vond ik zijn lijst met ‘Honderd bezigheden voor vrouwen om oxytocine aan te maken’ aan het eind van het boek. Die lijst begint met ‘Je geregeld laten masseren’ en gaat via ‘een nieuw kapsel nemen’, ‘telefoneren met een vriendin’, ‘een baby vasthouden’, ‘het huis versieren met bloemen’ en andere klassiekers (of clichés, zo je wilt) naar ‘regelmatig spirituele bijeenkomsten bijwonen’ en ‘vrijwilliger worden in een ziekenhuis of verpleeghuis’. Het zijn open deuren, maar toch is het lekker als iemand met veel gezag beweert dat dit allemaal gezond voor je is. Oxytocine of niet.

Kortom, dat hormonenverhaal van Gray overtuigt mij niet. Maar het zou me niets verbazen als dit boek een rustgevend en harmoniserend effect heeft op relaties.

John Gray, Venus is hot, Mars is cool, Over liefde, hormonen en energie, uitgeverij Het Spectrum, 282 blz., € 19,99, ISBN 9 789049 107567.

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix