Esoterisch genie Giordano Bruno forever

Hermetische revival na 400 jaar

Op de Campo dei Fiori in Rome staat, midden tussen de wekelijkse marktkraampjes, een bijzonder beeld. Een man, gekleed als monnik, met een dik boek in zijn handen. Op de vierkante sokkel zijn afbeeldingen aangebracht uit het leven van Giordano Bruno, een visionair die op deze plaats in het jaar 1600 in het openbaar werd verbrand om zijn ketterse ideeën.

Door Jacob Slavenburg

Vanonder zijn monnikskap lijkt het beeld van Giordano Bruno over de hoofden van de bloemen- en groenteverkopers in de hem vertrouwde eeuwigheid te blikken.

Wie was Giordano Bruno? Ondanks het feit dat hij buiten een vooraanstaand filosoof ook een astrofysicus avant la lettre was, werd hij tot voor kort in wetenschap­pelijke kringen volkomen genegeerd. Maar het was wel Bruno die vaststelde dat de zogenaamde vaste sterren zonnen zijn en niet, zoals een eeuw voor hem door Copernicus was aangenomen, de uiterste begrenzing van het heelal. Bruno was ook de eerste die ontdekte dat de aarde bij de polen is afgeplat. Nog opvallender was zijn verklaring dat er voorbij Saturnus nog andere planeten moesten zijn; en dat tweehonderd jaar voor de ontdekking van Uranus (in 1781) en die van Neptu­nus en Pluto (in 1846 en 1930).

Hermes Trismegistus

Er was een geleerde adellijke dame voor nodig, de Engelse Dame Frances Amelia Yates, om Giordano aan de vergetelheid te ontrukken en zijn onschatbare betekenis voor de hermetische traditie te onthullen. Zij schreef in 1964 een indringende studie onder de titel Giordano and the Hermetic Tradition. Daarin wordt Bruno terecht in de rijke traditie van Hermes Trismegistus geplaatst. De kerkelijke veroordeling van Bruno als ketter is duidelijk meer te wijten aan zijn hermetische ideeën dan aan zijn astronomische ontdekkingen. Als Bruno in zijn geruchtmakende boek ‘Verdrijving van het zegevierende beest’ (1584) het Egyptische hermetisme superieur stelt aan het christendom, legt hij in feite de bijl aan de wortel van de boom. Dat blijkt ook wel uit de opmerkingen in het gedenkjaar 2000 van kardinaal Angelo Sodano die de executie van Bruno weliswaar een “droevige gebeurtenis” noemde, maar wel duidelijk stelde dat diens denkbeelden nog steeds onverenigbaar zijn met die van het rooms-katholiek geloof. Dat kan niet meer slaan op de kosmologische ontboezemingen die de kerk in de loop der tijden schoorvoetend heeft geaccepteerd, maar wel op Bruno’s filosofische ideeën, beter gezegd: de hermetische wijsheid, waarin het beeld van een oneindige bezielde kosmos ligt opgesloten.

Frances Yates begint haar erudiete studie, die onlangs in een mooie uitvoering in het Nederlands verscheen, met een solide schets van de triomf van de leringen van Hermes Trismegistus in de Renaissance. Ruim een eeuw lang was de hermetische traditie de leidende filosofische, religieuze en culturele hoofdstroom in deze lumineuze era. De vertaling van het Corpus Hermeticum door de Florentijnse humanist Marsilio Ficino in 1463 betekende een schitterende wedergeboorte (re-naissance) van de aloude hermetische wijsheid. Dat betekende onder meer ook een herleving van magie en alchemie en een verdere uitwerking van kabbalistische ideeën. Daarbij ging het niet om de verschillen, maar om de overeenkomsten tussen filosofische en religieuze denkbeelden van het oude Egypte, Griekse wijsbegeerte en jodendom, maar vooral ook tussen Hermetisch gnosis en christendom.

Ketterij

In de nadagen van deze ongemeen boeiende periode wordt in een plaatsje niet ver van Napels in het jaar 1548 Giordano Bruno geboren die de hermetische opvattingen nieuw leven inblaast. Op zeventienjarige leeftijd wordt hij als novice opgenomen in de orde van de dominicanen in het klooster San Domenico Maggiore te Napels. Zijn eigenzinnige opvattingen blijken al direct bij zijn intrede. Zo heeft hij weinig op met de vere­ring van Maria en ook verwijdert de jonge monnik alle heiligenbeelden uit zijn cel. Het staat zijn studie niet in de weg en na de voltooiing daarvan wordt hij tot priester gewijd. Korte tijd na deze wijding wordt Bruno voor de eerste keer aangeklaagd wegens ketterij; hij zou twijfelen aan het dogma van de triniteit. Ook las hij verboden werken, zoals die van de Nederlandse humanist Erasmus. Bruno treedt uit de orde en vlucht naar Noord-Ita­lië. In de daarop volgende zestien jaren zwerft hij door een door godsdienstoor­logen verdeeld Europa; of zoals Hegel het later zo treffend zou zeggen: ‘Een komeet raasde over Europa’.

In Frankrijk promoveert Bruno tot ‘meester in de kunsten’ en publiceert diverse geschriften, vooral over de geheugenkunst. Deze zogenaamde mnemotechniek was in de Renaissance uitermate populair. Het gaat in deze techniek om associatieketens te vormen door koppeling met beelden die al in het geheugen zijn opgeslagen. Deze beelden worden dan geschakeld aan vertrouwde reeksen, zoals cijfers, alfabetten, tekens van de dierenriem, dagen van de week en maanden van het jaar of bijvoorbeeld ook huisnummers in een bekende straat. Door zo’n bekende reeks in gedachten af te rollen worden corresponderende series en teksten in her­innering opgeroepen. Daartoe bracht Bruno mythologi­sche en andere bekend veronderstelde voorstellingen aan op vijf concentrische cirkels. Iedere afbeelding wordt dan verbonden met een bepaalde lettercombinatie. Door de cirkels ten opzichte van elkaar te draaien kan er een voorstelling uit de vijf cirkels worden samengesteld die met een bepaald woord correspondeert. Later worden de combinaties steeds ingewikkelder tot soms wel een kleine duizend tekens. De bedrevenheid in deze vorm van geheugenkunst en zijn publicaties daarover worden opgemerkt door de Franse koning Henri III, aan wiens tolerante hof Bruno een tijd werkzaam is.

Volmaakte Schoonheid

Van grotere universele betekenis zijn echter de publicaties van Bruno over de ziel. Strevend naar het allerhoogste, de versmelting met de Eenheid van het Ene, zal de zoekende mens steeds verder de duale gespletenheid en de hang naar zintuiglijke bevrediging ontstijgen om te geraken aan de volmaakte Schoonheid in de Eenheid van het Waarlijk Goede. In dat proces wordt de gelouterde ziel getransformeerd tot geestelijke proporties en zal de mens uiteindelijk samenvallen met de Ene, God. Een bekend hermetisch axioma.

In zijn geschrift ‘Over de oor­zaak, het beginsel en het ene’ beschrijft Bruno een oneindig uni­versum, waarin de wereldziel als het ware communiceert met het eeuwige beginsel dat aan alles, geest, ziel en stof, ten grondslag ligt. In navolging van zijn grote leermeester Hermes Trismegistus verkondigt hij dat het goddelijke in alles aanwezig is. Het steeds meer kunnen waarnemen en beleven van dit pantheïstische verschijnsel voert de menselijke ziel naar een hoger plan.

Het is vooral om zijn kosmische ideeën dat duizenden studenten in Parijs zijn inspirerende colleges volgen. Of, zoals Peter Huijs het zo mooi in een symposiumbundel over Bruno (Rozekruispers, Haarlem 2002) beschrijft:

Bruno onderricht Copernicus: de zon is het midden van ons zonnestel­sel maar hij gaat daarin zelfs nog een stap verder. Want wat Copernicus had gedaan, was een soort omdraaiing van het oude systeem: de aarde op de plaats van de zon en de zon in het midden, waar voordien de aarde was gedacht. In dat wereldbeeld zaten de `vaste’ sterren evenwel nog steeds stevig vast aan het firma­ment, niet anders dan in het beeld van Ptolemaeus, uit het begin van de jaartelling. Vanuit de ruimte achter die sterren bestuurden de engelen en God het universum.

Maar Bruno schouwt, in extase, in verrukking – en hoe heerlijk moet het zijn om voor het eerst binnen een cultuur zo’n denkbeeld te grijpen – de oneindigheid. En in dat alles begrijpt zijn geest, grijpt zijn genie de Eenheid-in-alles! Hij weet! Hij is de magiër, die Ficino droomde. Hij weet dat er duizenden zonnen zijn, miljoenen planeten, die alle dezelfde God, dezelfde oorsprong als midden hebben. Dat is de theorie van de Monade – verder gedragen dan John Dee, gekoppeld aan het hermetisme van Ficino. En niet alleen is het dezelfde God in het midden van elk hemellichaam, ook de mens is in die zin een hemellichaam, een hemeling. Want zoals de Monade van toepassing is op alle werelden, op de kosmos en op alle kosmoi, is zij dat ook in het klein, in de microkosmos, en sinds Pico della Mirandola is dat: de mens. En aan alles ligt het vuur, het alchemisch vuur van de hogere Ariës ten grondslag. Daarom is de mens weliswaar een bescheiden onderdeel van de schepping, maar tegelijk een Godenzoon!

Samen met het Al

Huijs refereert hier onder meer aan een indringende verlichtingservaring die Bruno ten deel viel na zijn breuk met de Kerk. Bruno beschrijft zelf deze in ‘Over de oorzaak, het beginsel en het Ene’ in Italiaanse dialogen (Ambo, Amsterdam 2000) als volgt:

“Want zoals die het ene niet begrijpt, niets begrijpt, zo begrijpt hij alles, die in waarheid het ene begrijpt, en wie steeds meer in de kennis van het ene doordringt nadert ook de kennis van alles… Als je wilt spreken van een deel van het oneindige, dan moet je dat bestempelen als oneindig, en als het oneindig is, valt het één zijn samen met het Al: en is dus het universum één, oneindig en ondeelbaar. Binnen het oneindige is er geen sprake van een groter of kleiner deel… dat is de reden dat in de oneindige duur het uur niet verschilt van de dag, de dag niet van het jaar, het jaar niet van de eeuw, de eeuw niet van het moment, want er bestaan net zo min momenten en uren als eeuwen, en eerstgenoemde verhouden zich niet minder in mindere mate tot de eeuwigheid dan laatstgenoemde.”

Het is een hermetisch wereldbeeld dat Bruno hier aanschouwt. Frances Yates gaat in haar diepgravende studie uitvoerig in op de verbanden tussen de opvattingen van Bruno en die van zijn ‘hermetische’ voorgangers Ficino en Pico della Mirandola. Maar ze legt tevens verbanden tussen Bruno en tijdgenoten, zoals de belangrijkste Engelse vertegenwoordiger van Elizabethaanse renaissance, John Dee. Beiden waren kort na elkaar enige tijd verbonden aan het inspirerende hof van de vooruitstrevende keizer Rudolph II die een onverzadigbare honger had naar occulte wetenschappen. Bruno zou overigens niet lang aan zijn hof vertoeven. Via Duitsland reisde de rusteloze visionair naar Venetië. Daar wordt hij verraden door zijn zogenaamde beschermheer en overgeleverd aan de inquisitie. Bruno wordt beschuldigd een magiër te zijn, een ongelovige die twijfelt aan het mysterie van de transsubstantiatie en aan de dogma’s van de maagdelijkheid van Maria en dat van de drie-eenheid. Ook verwijt men hem de reïncarnatiegedachte te hebben onderwezen en verder nog ideeën te hebben verkondigd over een eeuwig en oneindig universum.

Brandstapel

Aanvankelijk komt Bruno zijn ondervragers tegemoet en geeft toe dat hij heeft getwijfeld aan sommige geloofswaarheden. Hij toont zich bereid door hem verkondigde ‘ketterse’ denkbeelden af te zweren. Maar tegelijkertijd maakt hij daarbij een scherp on­derscheid tussen filosofie en theologie; zijn opvattingen dienen ­in filosofisch en niet in theologisch perspectief te worden geplaatst. Daar neemt de inquisitie geen genoegen mee. De ondervragingen in de kerker worden onvriendelijker en nemen bijna acht jaar in beslag. Net voor het begin van het nieuwe jaar 1600 is de maat voor Bruno vol. Hij weigert resoluut welke thesen dan ook te herroepen en bezegelt daarmee definitief zijn lot. En zo vindt deze grote geest op 17 februari van het jaar 1600 de dood op een brandstapel die wordt opgetast op de Campo dei Fiori in Rome.

Het is de grote verdienste van Frances Yates dat zij niet alleen de fascinerende figuur van Giordano Bruno met grote deskundigheid belicht, maar vooral ook de verbindingen met het vooruitstrevende Renaissance-gedachtegoed, waarvan de hermetische filosofie de schitterende vlaggendrager was. In die zin is haar boek allerminst gedateerd. Juist in deze era, waarin de Universiteit van Amsterdam een leerstoel kent in de Hermetische Filosofie en de hermetische literatuur op indrukwekkende wijze door Roelof van den Broek en de enkele jaren terug overleden Gilles Quispel voor het Nederlands taalgebied openbaar is gemaakt, beleeft het hermetisme een nieuwe Renaissance. De klassieker van Frances Yates is daarbij een uiterst betrouwbaar baken.

Boek lezen: Frances A. Yates, Giordano Bruno en de hermetische traditie, in de vertaling van Jos Rijnders, Synthese, Rotterdam 2011, fraai gebonden en geïllustreerd, 438 pagina’s.

Giordano Bruno

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix