Extase: wie is de ‘ik’ die dit wil

De grote verleider van Maya

Wij zijn allemaal op zoek naar extase, of we het nou weten of niet. Zelfs wij nuchtere Nederlanders ontkomen daar niet aan. Of we ons nou verliezen in een voetbalwedstrijd, de aankoop van een nieuwe auto, een film, een (pop)concert of de armen van een geliefde: we zijn direct of indirect alsmaar bezig met het scheppen van situaties waarin we – al is het maar voor even – op kunnen gaan in iets wat groter is dan wij. Waarover gaat extase eigenlijk, ten diepste?

Door Yoyo van der Kooi

Wat is extase? Letterlijk zijn het twee woorden –  ex tase – , die zoveel betekenen als ‘buiten het zelf’. En dan is de volgende vraag natuurlijk: wat mag dat dan wel zijn, het zelf? Is dat iets waar je binnen of buiten kunt zijn? En wie is dan die ‘je’? Het is een begrip dat we zo gemakkelijk gebruiken en waar we bijna nooit over nadenken.

–          ‘Ik heb het zelf gezien.’
–          ‘Zeg nou zelf!
–          ‘Zij is vandaag niet helemaal zichzelf.’
–          ‘Wat je zegt ben je zelf.’
–          ‘Zelf ben ik daar niet zo’n voorstander van.’
–          ‘Daar heb je de maestro himself!’
–          ‘Hij was buiten zichzelf van woede.’
–          ‘Daar ben je toch zelf bij?”
–          ‘Me, myself and I.’

De oude meesters uit het Oosten noemen het Zelf de grote illusie, of Maya: de wortel van de dualiteit en de oorzaak van het lijden. En in het hedendaagse Westen omschrijft Harry Palmer, de ontwerper van de Avatar-technieken – die overigens ook weer hun wortels vinden in de Indiase Advaita Vedanta (de leer van de non-dualiteit) – het zo: “Een zelf is een idee waar het gewaarzijn gebruik van maakt met als doel bepaalde andere ideeën te ervaren. Het is de zeepbel van waaruit je zicht hebt op andere zeepbellen.”

In de eerste bladzijden van zijn boek ‘De Kracht van het Nu’ vertelt Eckhart Tolle dat zijn spirituele doorbraak begon met het besef dat het ‘zelf’ waarmee hij niet door één deur kon en de ‘hij’ die dat niet kon, twee verschillende instanties waren. Waardoor hij zich voor het eerst afvroeg wie nou de echte ‘ik’ was.

Ook Byron Katie werd ‘wakker’ uit haar psychose toen ze zich realiseerde dat het zelf waar zij zich al die tijd voor gehouden had niets meer of minder was dan een bundel verhalen. Zij reist nu de wereld rond om mensen bewust te maken van het verband tussen de verhalen waar zij (soms hardnekkig!) in geloven en de (ongewenste) situaties die ze in hun leven ervaren.

Het ontstaan van het ‘Ik’
Hoe ontstaat dit zelf, waar wij aan de ene kant zo aan gehecht zijn en waar we aan de andere kant zo graag vanaf willen? Zoals we zullen zien heeft het te maken met contractie die het gevolg is van bewustzijnsvernauwing. Laten wij eens even teruggaan naar het prilste begin van ons bestaan hier op aarde; toen we nog een baby waren, hadden we geen benul van een ‘ik’ of ‘zelf’. We waren in zekere zin oeverloos, omdat we nog deel uitmaakten van het ongedefinieerde grote geheel. Daarom is het wanneer je in de ogen van een baby kijkt alsof je zó een doorkijkje hebt in de eindeloze kosmos.

Maar dan begint het proces van betekenisgeving. Dingen en mensen worden uit de oersoep gelicht en benoemd. Iets kleurigs wat rondfladdert wordt dan ‘vlinder’ of – als we in een ander land zijn geboren – ‘butterfly’, ‘Schmetterling’ of ‘papillon’. Ook wijzelf krijgen een naam en leren daarop te reageren.

Opmerkelijk is dat we in dit stadium de neiging hebben om onszelf te definiëren in de derde persoon:  “Jantje heeft honger” of “Ansje wil een ijsje”. Er is dus iets wat ‘onszelf’ waarneemt als object en zich daarmee nog niet heeft geïdentificeerd.

Het duurt een tijdje voordat we leren om onszelf ‘ik’ te noemen, maar uiteindelijk vindt toch de verschuiving plaats waarbij we niet langer naar onszelf kijken als object, maar het ‘ik – inclusief de naam van het lichaam waarin het woont –  als subject gaan ervaren. Ik bén nu Pietje. En Pietje krijgt keurig van zijn omgeving attributen aangereikt waardoor er langzaam maar zeker een idee ontstaat van wat Pietje is: slim of dom, schuw of brutaal, lief of stout, eigenwijs of gehoorzaam. En tegelijkertijd directe of indirecte informatie binnensiepelt omtrent wat daarvan ‘goed’ (lees: ‘gewenst’)  is en wat ‘slecht’ (lees: ‘ongewenst’).

Later, als we naar school gaan en ‘feiten’ krijgen ingepompt van de (in onze tijd nogal materialistisch/reductionistisch georiënteerde) kennismaatschappij, gaan wij door de keuzes die wij maken (“ja, dat geloof ik meteen.”; “nou, ik weet het nog zo net niet…”; “hm, bullshit volgens mij!”) ons overtuigingenpakket steeds verder uitbreiden en verfijnen.

Momenten van verrukking
Het mentale programma dat zo ontstaat, maakt dat wij onszelf zien als afgescheiden van alle andere identiteiten (I-dentities) en dat we de wereld vanuit een uniek perspectief beleven. Daarbij zullen wij alle emoties ervaren – of onderdrukken – die gelieerd zijn aan de situaties en personen die deze specifieke levensbeschouwing aantrekt. Hoe wij de dingen interpreteren en tegemoet treden bepaalt daarbij hoe wij ons voelen.

Omdat er doorgaans nogal wat dingen en hoedanigheden zijn die wij vanuit onze programmering afwijzen (“dit ben ik wel, dat ben ik niet, dit is ok, dat mag niet, kan niet, hoort niet etc.”), zullen we regelmatig geconfronteerd worden met angst, woede, pijn, irritatie of frustratie. Het lijkt er namelijk op dat alles wat wij veroordelen de neiging heeft om zich op de één of ander manier aan ons op te dringen –  totdat wij ons ermee verzoenen.

Ik zie dit als pogingen van het bestaan om ons via de (noodzakelijke) bewustzijnsvernauwing waarmee wij in de loop van ons leven nieuwe ervaringen toevoegen aan ‘al wat is’ terug te voeren naar de staat van onschuld en oordeelloze alomtegenwoordigheid waar we mee begonnen – maar nu met vol bewustzijn.

De momenten van extase, vervoering of verrukking die wij spontaan beleven zijn glimpjes van deze staat. Elke keer dat wij onszelf vergeten, verdwijnen we even uit de tijd en vragen we ons niet meer af wie we zijn, wat we zijn en waar we zijn. Uit deze ogenblikken van pure aanwezigheid wordt ons heimwee geboren. En dan kan er een moment komen waarop we bewust op zoek gaan naar de sleutel die ons toegang geeft tot een meer permanente staat van gelukzaligheid.

De thuisreis
Dat kan het begin zijn van een avontuurlijke ‘thuisreis’, met vele valkuilen, uitdagingen en beproevingen. Allereerst komen we er achter dat ons lichaam één grote verkramping is. Om ons te verweren tegen ongewenste situaties, emoties, denkbeelden en ‘vijanden’ spannen we regelmatig spieren aan waardoor er een chronische ‘gevechtshouding’ is ontstaan. Dit resulteert in een (doorgaans onbewust) lichaamspantser, dat wij niet zomaar kunnen afleggen: er kunnen heel wat uren van diep lichaamswerk gemoeid zijn met het uitschakelen van de automatisch piloten die het in stand houden.

Daarbij stuiten wij onherroepelijk ook op lagen van onverwerkte emoties, die alsnog doorvoeld en tot expressie gebracht willen worden. En met expressie hebben we in ons calvinistische landje – waar je zelfs bij een goed orgasme vanwege de buren geen kik mag geven – de grootste moeite. Er komt vaak het nodige stemwerk aan te pas voordat wij onszelf kunnen toestaan om alle geluidsregisters (trillingsfrequenties waarin de emoties tot uitdrukking kunnen komen) open te trekken.

Zo komen we dan ook terecht bij onze mentale programmering: alle ideeën die we hebben over wat we wel en niet mogen, wat we allemaal moeten, wie wij zijn en vooral: wie wij níet zijn. Alles wat wij verwerpelijk vinden, waar we bang voor zijn en waar we van gruwen, zal uit de schaduw moeten worden gehaald en worden herkend als aspecten van ons die we op anderen hebben geprojecteerd – maar die wel degelijk koekjes zijn van eigen deeg.

Experimenteren
Er is veel geduld, inzicht en begrip nodig om de volle verantwoordelijkheid te kunnen aanvaarden voor hoe wij ons leven – via onze aannames en interpretaties – hebben vormgegeven. En ook moed om te experimenteren met andere vormen van zijn en doen dan we vanuit onze patronen gewend waren. Maar naarmate we vorderen met het opruimen van beperkende overtuigingen, het integreren van het hele scala van menselijke emoties en het losmaken van ons lichaam, zullen we steeds meer ontspanning en bevrijding ervaren.

Immers, als we ons niet meer hoeven te beschermen tegen vermeende vijanden kunnen we opgelucht ademhalen. En als we in het reine komen met onze angst voor de dood – die in feite niets meer of minder is dan de angst voor controleverlies en ‘uiteenvallen’ –  kunnen we ons steeds gemakkelijker overgeven aan wat zich per moment aandient, zowel in ons als om ons heen. Wij hoeven ons niet meer te bewijzen, wij mogen alles zijn – of niets. De wereld wordt een verrukkelijke speelplaats, waarbij wij in elk drama kunnen stappen waar we voor kiezen – en ook weer eruit. De deur naar extatisch leven staat open!

Yoyo van der Kooi noemt zich wel een ‘vroedvrouw van de tweede geboorte’. Zij is beeldend kunstenares, therapeute en oprichtster/directeur van de school voor Levenskunst Meer mensen Mens in Arnhem, die dit jaar 12½ jaar bestaat. Daar geeft zij workshops, jaartrajecten en retraites voor bewustwording en zelfontplooiing. Daarnaast heeft zij een praktijk en opleiding voor lichaamsgerichte psychotherapie. Dit najaar komt haar eerste boek ‘Bloeien in de Bagger’ uit. Te bestellen via yoyo@yoyo.nl.

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix