Wij zijn de 20%

Ik was erbij zaterdag 15 oktober. Bij de start van Occupy Amsterdam op het Beursplein. Het moet sinds de antikernwapendemonstraties zijn dat ik nog ergens de straat voor opkwam. Of ik dit later trots aan mijn kleinkinderen zal kunnen vertellen, weet ik niet. Ondanks het enorme plichtsgevoel erbij te moeten zijn enerzijds en de onvoorwaardelijke sympathie voor dit niet te grijpen initiatief anderzijds, keerde ik toch met onbestemde gevoelens weer naar huis.
We waren met 1.400, zo zeggen de officiële cijfers. Tenminste in Amsterdam. Want naar verluidt waren er op datzelfde moment in 700 andere steden in de wereld gelijkaardige bijeenkomsten.

Toen ik mijn rondje op het Beursplein liep, voelde ik me blij en opgetogen. In de mensen die ik er zag, herkende ik mezelf. Mensen, jong en oud, alternatief en keurig, met als gemeenschappelijke noemer dat ze allen bezorgd waren over de economische situatie en niet passief aan de kant wilden blijven zitten. Verfrissend was het dat er geen officiële woordvoerder van de beweging was, maar iedereen die dat wilde spreektijd kreeg voor de microfoon. Leuke, verrassende, positieve en gekke stemmen. Mensen die nagedacht hadden, en even hardop hun visie en ideeën konden delen.
Er werden ook standpunten verkondigd waarmee ik het niet eens was. Zoals een spreker die vond dat we alle geld moesten afschaffen en over moesten stappen op ruilhandel. Of een andere die verklaarde dat we moesten stoppen met onze rekeningen te betalen. Een derde had een soort systeem bedacht om de aanmaningen van incassobureaus straffeloos te negeren.
Een zeepkistje waarop iedereen zijn zegje mag doen, is natuurlijk net zowel de kracht als de zwakte van de Occupy-beweging. Er zijn geen grote standpunten of eisen die breed gedeeld worden. Het is vooral een onderbuikbeweging. Allemaal mensen zoals ik, die voelen dat het niet meer klopt en dat het economische systeem op instorten staat. Dat het tijd is voor verandering, en dat die verandering enorme kansen biedt voor een radicaal nieuw systeem gebaseerd op rechtvaardigheid. Verontwaardigde mensen omdat zij de rekening moeten betalen van landen en banken die jarenlang corrupt gehandeld hebben. Mensen die niet kunnen geloven dat het waar is wat onze politici als een mantra beweren, dat als we geen miljarden storten in hopeloze ondernemingen, de rampspoed nog erger zal zijn. Mensen met kinderen die niet willen dat hun nageslacht een leven lang de schuld zal moeten dragen van verkeerde beslissingen die vandaag worden genomen.

Nu is het frustrerende dat dit onderbuikgevoel door maar één politieke partij vertolkt wordt in Nederland, namelijk die van Geert Wilders. Zowel rechts als links waren het unaniem eens dat er opnieuw miljarden moeten gestort worden in een Europees Noodfonds. Er is maar één die daar klaar en duidelijk ‘nee’ tegen zegt. Een man met vele verwerpelijke uitspraken en opvattingen. Wanneer de Occupy-beweging niet met heldere standpunten en argumenten komt, ben ik bezorgd dat Wilders het onderbuikgevoel zal weten te kapen, met hele andere argumenten.
De bezetting van het Beursplein heeft een mooie symboolfunctie. Al die kleurige iglotentjes voor die statige beurs, de borden met slogans, zijn belangrijk om mensen aan het denken te zetten. Maar er zal meer nodig zijn. We moeten ons onderbuikgevoel nu vertalen in gezond verstand. In goede, frisse ideeën. In moed om te durven veranderen. Want het probleem is dat Occupy nu nauwelijks nieuwe ideeën verspreidt, alleen maar vooral het onderbuikgevoel. Eén van de sprekers verwoordde het mooi. Hij vertelde dat een beurshandelaar hem zei: “Jij leeft in een droom.” En hij antwoordde: “Nee, ik ben zonet ontwaakt uit die droom, maar jij droomt nog lekker verder.”

De winst van deze beweging is dat het ontwaakte mensen zijn. Mensen die niet alleen wakker zijn, maar ook bereid om actie te ondernemen. Ik heb niet zoveel met die spirituelen die zich nu terugtrekken in hun ivoren toren. Die een tikkeltje hooghartig verkondigen: “Wij hebben toch altijd gezegd dat er in deze tijd een grote bewustzijnsverandering zou zijn. Het gebeurt vanzelf wel, daar hoeven we niet in mee te gaan. Laten wij eenheidsdenken, en mediteren, en dan komt het allemaal goed.” Ik heb niets tegen eenheidsdenken, en ook niets tegen mediteren, maar wel tegen het veroordelende stemmetje tegen mensen die nu wel bereid zijn om zich in te zetten voor een nieuwe wereld. Ik bewonder de moed van mensen die nu wèl hun onzekere stem durven te laten horen, en bereid zijn om iets te doen, in plaats van aan de zijkant te blijven zitten. De Occupy-mensen zijn mensen die tot actie komen, om andere mensen te inspireren, om na te denken, om te discussiëren, en om verantwoordelijkheid te nemen.
Maar de Occupybeweging heeft nu nood aan heldere standpunten.

Om nieuwe visies op de economie te formuleren, en om die te kunnen omhelzen, zijn er drie basisvoorwaarden nodig. Ten eerste moeten we het weer kunnen snappen. In de media horen we nu bijna alleen traditionele denkers die in het oude systeem blijven geloven. Zij mogen breeduit hun argumenten tentoon spreiden waarom het noodzakelijk is miljarden te blijven investeren in banken en landen, en tegelijkertijd miljarden te bezuinigen op zaken die wij zelf belangrijk vinden. Er is geen tegengeluid. Alle politieke partijen, op Wilders na, zijn hiervan overtuigd. Terwijl er natuurlijk wel alternatieven moeten zijn. We hebben mensen nodig met verstand van zaken die ons uitleggen wat de situatie is waar we nu eenmaal met zijn allen in zitten. En mensen die ons alternatieven kunnen uitleggen, die andere scenario’s kunnen bedenken dan de doemscenario’s. Die mensen zijn er al wel, maar we horen ze te weinig. Zo is er het geweldige idee van de Robin Hood Taks. Een voorstel om 0,05 % te heffen op iedere beleggingstransactie in de wereld. Dat mensen die speculeren met geld , verplicht worden om een minimale bijdrage aan de wereld te leveren. Hoewel, miniem. Berekeningen leren dat dit ons minimaal 90 miljard euro per jaar zou opleveren. Daar kunnen we wel iets constructiefs voor de wereld mee doen. Pijnlijk dat Nederland één van de landen is die dat dit plan dwarsbomen.

Ten tweede moet het kleiner. Er is decennia lang een lobby geweest dat we mondiaal moesten denken, dat we Europees moesten denken. Nu blijkt dat een monster te zijn dat zich tegen ons keert. Een ongrijpbaar monster dat we niet meer snappen en vatten. Bedrijven en banken zijn groter geworden dan landen. Ze zijn allemaal met elkaar vervlochten in duizenden belangen en ons wordt angst voorgespiegeld dat als er één dominosteentje omvalt, het hele bouwwerk, wijzelf incluis, omver vallen. Er zijn zelfs mensen die speculeren op het in elkaar storten van de wereldeconomie. Beleggers die speculeren op het failliet van Griekenland en zich daar schaamteloos mee verrijken. Dit willen we niet meer. We zullen dat enorme bouwwerk moeten ontmantelen tot kleine, behapbare bouwstukken die we weer begrijpen. Waarom zouden we een Europese Unie moeten zijn? Al die landen, met verschillende culturen, zijn toch net zo verrijkend? Laten we weer in de eerste plaats zaken doen met onze directe medemensen. Fruit, groente en vlees kopen van onze boeren. Kleinschaligheid op economisch en politiek vlak, zodat we het weer kunnen begrijpen en onmiddellijk kunnen ingrijpen wanneer het uit de hand loopt. Kleiner wil niet zeggen dat we onze ogen sluiten voor de noden van de wereld. Integendeel. We moeten weer vat krijgen op wat wij zelf kunnen doen. Hoe wij zowel voor onze directe omgeving als voor de wereld zorg kunnen dragen. Want dat is eenheidsdenken; verantwoordelijkheid nemen voor onszelf, voor ons dorp, en voor de wereld.

Ten derde moeten we in deze zo belangrijke tijd kunnen kiezen. De Europese bevolking was massaal tegen de Europese grondwet, maar via slinkse omwegen werd die toch geruisloos geaccepteerd. We delen massaal het onderbuikgevoel dat we geen miljarden in een noodfonds moeten stoppen, maar toch wordt zelfs de kleine moedige natie Slowakije met politiek wisselgeld overgehaald om vóór te stemmen. Zelfs al snapt er niet één Slowaak waarom zij die slechts 300 euro pensioen hebben, zouden moeten betalen aan de pensioenen van Grieken die 1000 euro krijgen.

We moeten het kunnen snappen. Het moet weer kleiner. En we moeten kunnen kiezen.

De Occupy-beweging heeft nu als enige slogan “We are the 99%”, waarmee ze willen zeggen dat 1% van de wereld zich verrijkt met de inspanningen van 99% van de bevolking.
Ik wil niét tot de 99% behoren. Ik wil me niet scharen in de machteloze massa en de kudde. Hoogstens wil ik tot de 20% behoren die men de ‘kritische massa’ noemt. Wanneer 15% tot 20% van een bepaalde doelgroep zich achter een nieuw idee schaart, is de “kritische massa” bereikt. Vanaf dan ontstaat er een olievlekbeweging waarbij de grote massa de nieuwe ideeën overneemt.
Ik geloof niet dat het volstaat om uitsluitend ergens tégen te zijn. Ik geloof dat het geen zin heeft om tegen de 1% te zijn, maar wel om vóór de 20% te zijn die nieuwe ideeën durft te omarmen. En daarom zullen we concreet moeten worden.

De wereld is al veranderd, alleen het systeem nog niet. We hebben heel wat verworvenheden die we niet meer op willen geven. Laten we die verworvenheden inpassen in een nieuw, rechtvaardig systeem. Een systeem waarin iedereen zich kan ontplooien. Iedereen zijn steentje bijdraagt. En waarbij iedereen weer snapt hoe de wereld in elkaar zit. De Berlijnse muur is kunnen vallen al leek dat zo lang ondenkbaar te zijn. Dictators zijn verjaagd al leken ze voor eeuwig te zullen regeren. Dus waarom zou het ongebreidelde kapitalisme niet kunnen instorten? Maar laten we niet alleen maar schoppen tegen het systeem, maar vooral een nieuw systeem opbouwen. Stap voor stap. We are the 20% that change the world!

Geert Kimpen

Print deze pagina

Over de auteur

Na de geboorte van zijn dochtertje Zonneke schreef hij een brief aan God en kreeg antwoord. Zo werd een katholiek jongetje uit Antwerpen van toneelregisseur uiteindelijk toch schrijver en vond hij gelukkig zijn droom terug, want ‘hoe kun je je kind voorhouden dat ze haar droom moet volgen, wanneer je dat zelf niet doet?’ Zijn droom kreeg vleugels. Zijn debuutroman De Kabbalist werd inmiddels 22 keer herdrukt en verscheen in 15 landen. Het werd opgevolgd door zijn roman De Geheime Newton, die de prijs kreeg voor Meest Inspirerend Boek. En recent verscheen zijn derde roman Rachel, of het mysterie van de Liefde. www.geertkimpen.com    

2 Reacties

  1. Diana says:

    Mooi gezegd Geert! Dat “het huidige systeem” op vele plekken niet klopt weten we inmiddels allemaal wel. Het is aan ons om een manier te vinden om de wereld een plezierig leefbare plek te maken. Ook dat is al gaande op vele plaatsen door initiatieven van wakkere medeburgers die gevoed worden door compassie, enthousiasme en lef. Als we onze aandacht daar meer op gaan richten in plaats van alleen maar op wat er allemaal mis is zal dat stap voor stap groeien.

  2. Diana says:

    Albert Spits zegt in Deepjournal: laat de banken maar omvallen, Griekenland (net als Argentinië in 2002) en wellicht ook Spanje, Portugal en Italië failliet gaan, dan wordt de rommel in de financiële wereld opgeruimd en kunnen we herinrichten en weer verder. De crisis kan dan in 2 jaar voorbij zijn.

    http://deepjournal.com/p/43/a/nl/3024.html

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix