“Magie is een techniek van het ego”

Hans Korteweg is liever genezend voor zijn omgeving

Hij houdt van de zwart-witheid van computertaal. Met uitsluitend ja of nee en geen misschien heeft hij jarenlang zijn omgeving verveeld. Toch is hij weloverwogen en genuanceerd. Het leven van Hans Korteweg (1943) bestaat uit spelen, leren en liefhebben. Met een serieuze missie: mensen helpen vrij en heilig te zijn.

De schrijver, leraar en bovenal levensgenieter ontvangt ons in zijn werkruimte – een bijgebouw van zijn landelijke woonboerderij – met prachtig uitzicht op zijn wilde tuin en appel- en perenboomgaarden. De ruimte is tot de nok gevuld met boeken, een groot aantal in het Hebreeuws. Langs de muur staan twee flipperkasten. Eén daarvan is hij bezig te repareren. De intrigerende omgeving prikkelt de nieuwsgierigheid. Wie is deze inspirerende boekenschrijver en spreker, ram (ascendant tweelingen) en wat is zijn levensvisie?

Zonder aansporing begint hij aan zijn verhaal. “Ik heb niet gestudeerd. Ik ben van het gymnasium gestuurd omdat ik met een aantal vrienden tegen de bewapeningswedloop ageerde. Mijn omgeving – en ik eigenlijk ook – voorzag voor mij een intellectuele toekomst, en dat brak opeens af. Dat deprimeerde me. Maar tegelijkertijd voelde ik me ontzettend opgelucht. Nu ben ik vrij, dacht ik.”
Een week later woonde hij op kamers. Hij ging aan de slag in de bouw, in garages, als classificeerder en als wafelverkoper. Hij ondervond aan den lijve dat hij in die wereld niets aan een opleiding had. Voor hem was dan ook de belangrijkste opleiding niet de school, maar de periode daarna.
Al op zijn elfde raakte hij geïnteresseerd in parapsychologie en magie. Aanleiding was een indringende openbaring, een innerlijke leiding die in overeenstemming was met zijn innerlijk weten. Magie had op de jonge puber echter een geheel andere aantrekkingskracht. “Ik las in de Wereldkroniek over een zwarte magiër in Londen, die door magische bezweringen vrouwen mee naar huis kreeg om daar onuitsprekelijke dingen mee te doen. Dat vond ik bijzonder hoopgevend. De magiër zorgde er ook voor dat een boekhandelaar met wie hij een conflict had, ’s ochtends in zijn boekwinkel zijn boekenkasten leeg aantrof. Dat leek me te gek, magie aanwenden voor mooie vrouwen én boeken, mijn twee grote liefdes. Zo ontstond mijn interesse. Hoewel de magische kant, de beheerskant, er gaandeweg is afgevallen. Met magie zet je dingen naar je hand zonder te beseffen hoe egoïstisch dat is. Je gebruikt technieken in dienst van het ego, zonder oog te hebben voor het grotere welzijn.”

Mensen doorzien
Dat groter welzijn stond al centraal, maar werd pas echt belangrijk toen Korteweg in contact kwam met Reinoud van Vlissingen en Margaretha Hofmans, die hij de leraren van zijn leven noemt. Hij wilde mensen helpen. Alleen hij wist niet waarmee. Hij stapte naar het arbeidsbureau met dat verhaal, maar dat kon niets voor hem betekenen. Hans: “Da’s bijzonder. Wanneer zo’n zaadje valt, kan het lang duren voordat het boven de grond verschijnt. Achteraf blijkt dat het jarenlang ondergronds doorgroeide.”
Dat besefte Korteweg toen hij tijdens een ontmoeting met psychologiestudenten zijn talent ten toon spreidde: een spontaan vermogen om mensen te doorzien. Bovendien merkte hij bij het begeleiden van een groep eerstejaars dat hij, ondanks zijn plankenkoorts, uitstekend kon improviseren. Swingen, noemt hij dat. Binnen twee jaar had hij elke avond een groep. Daarmee initieerde hij spannende sensitivity-achtige ontmoetingservaringen. De happenings die zo ontstonden waren voor Korteweg een ontdekking. Hij schreef er een boek over. Achteraf bezien was hij toen al bezig met meditatief zintuiglijk werk.
Na enige tijd richtte hij het ITIP op, het Instituut voor Toegepaste Integrale Psychologie, maar na tien jaar was hij aan een herbezinning toe. Korteweg vindt een passende metafoor voor zijn voortdurende drang tot vernieuwing in de telescoop: “Ik schuif iets uit wat al in de buis zat en dan denk ik: ‘ha, dit is het!’ maar na een tijdje begint er in die buis iets te rammelen. Als ik schud, dan schuift er weer een stuk uit. En weer. En dat blijft maar doorgaan.”
Zo raakte hij ook uitgekeken op de psychologie. “En dan vooral op, hoe zeg ik dat netjes, de narcistische geneigdheid van de mens om door te willen groeien. Dat is eindig. Ga je daar mee door, dan wordt dat op zichzelf een nieuwe verslaving.” Ook het herkauwen van je verleden kan verslavend werken. “Het is een menselijk gegeven dat we aan ons verleden lijden. Maar je moet op een bepaald moment stoppen met het methodisch oprakelen van wat je verkeerd hebt gedaan. Pas dan kun je aanwezig zijn, dienstbaar of in verbinding met anderen.”

Kabbala
Tijdens de sabbatical die volgde, vertaalde Korteweg het evangelie van Johannes uit het Grieks. Vervolgens leerde hij Hebreeuws om de joodse Bijbel te kunnen lezen. Het had net zo’n effect op hem als zijn liefde voor computertaal. “Het jodendom is logisch, aardend en regelgevend. Je hebt positieve en negatieve geboden en houd je je daar aan, dan ben je geworteld.” Het zelf kunnen bestuderen van de joodse teksten verschafte hem zo een geheel eigen kijk op zaken. Hans: “Je kunt kabbala, net als het boeddhisme, bestuderen als een stroming. Maar je kunt ook inzien dat het een menselijke taal is over hemel en aarde. Zoals computertaal mij anders naar de werkelijkheid liet kijken, zo zag ik door de kabbalistische taal dat er een ladder was tussen hemel en aarde, tussen het meest materiële en het meest geestelijke. De engelen gaan op en af tussen die twee werelden.
Het werd me duidelijk dat het mij er niet om gaat een geestelijke heilboodschap te brengen, maar dat het gaat om twee dingen die volkomen in een wisselwerking bestaan, persoon en essentie. Essentie heeft de persoon, de concrete aanwezigheid in ruimte en tijd, net zozeer nodig als de persoon essentie nodig heeft. En in die wisselwerking kan het werk gedaan worden.”
Wat voor werk is dat? Korteweg pauzeert even om na te denken. “Ik had een paar maanden geleden een droom waarin in lichtletters stond geschreven ‘cell inside’. Droom ik in het Engels, dan is dat voor mij een engelenboodschap.” Hij lacht. “Vroeger droomde ik veel over Engelsen en Duitsers, die waren voor mij synoniem met engelen en duivels. Als oorlogskind was dat mijn idioom.”
Korteweg besefte dat ‘cell inside’ verwees naar de functie die een mens in zijn relatie met anderen vervult. Er ontstaat iets nieuws wanneer er werkelijk een wisselwerking is, zowel binnen een persoon als tussen personen. Net als bij lichaamscellen. Een functie is niet absoluut te benoemen, maar je kunt ‘m wel vervullen. Ogenschijnlijk losse bezigheden kunnen allemaal onderdeel zijn van je functie. Je verliest een deel ervan op het moment dat je zegt ‘ik ben dominee’. Pas wanneer je in staat bent al je persoonlijke hebbelijkheden binnen je functie te verenigen, ben je op weg naar verlichting. “Dat is wat ik ‘het werk’ noem. Ik zie het als mijn functie mensen te helpen vrij te worden van hun oude conditioneringen, zich bewust te worden van hun functie en die plek in te nemen. Ik leid mensen niet op tot psychotherapeut of voor mijn part genezer, maar tot iets waar ze het beste in zijn.”

Onbelemmerd licht
Minstens net zo belangrijk voor Korteweg is heiligheid. Verlichting is onbelemmerd aanwezig zijn, licht zijn. Maar heiligheid is genezend, een heilige is in staat de helende potentie aan te spreken in de gebrokenheid om hem heen. “Een gezwel in je kaak ervaar je niet als heilig. Maar heiligheid helpt jou om dat gezwel te zien als deel van jezelf en je omgeving. Ja, dat zie ik als mijn missie, mensen heiligheid brengen. Want iedereen is in potentie een heilige.”
Klinkt non-duaal…  “Ik bén non-duaal,” antwoordt hij met een knipoog. “Maar veel van wat voor Advaita doorgaat, is mij te schraal. Daarin is veel hoogmoed, en te weinig mededogen en aandacht voor de noden van de wereld. Alles speelt zich in de geest af en als die in eenheid is, is alles ook meteen opgelost. Ik zie het eerder kabbalistisch. Rabbi’s bemoeien zich met alle aspecten van het leven, geboorte, ziekte en dood. Die omarm je omdat het opstapjes zijn tot God. Bij zo’n traditie hoor ik meer thuis.”

Meditatiethema ‘de dood’
“De dood is voor mij een hot topic. In mijn leer staat de dood centraal. Er is geen beter meditatiethema dan de dood. Het is een illusie om te denken dat je de tijd hebt. Ja, alles heeft de tijd, maar niets kan wachten. Een joods gezegde luidt ‘alles is goed, als je maar tot ommekeer komt de dag voor je dood’. Je weet alleen nooit wanneer dat is, dus de dag voor je dood is altijd nu.
Veel van mijn leerlingen zijn oudere mensen die de dood in het gezicht zien. Het is belangrijk dat ze dat doen zonder depressief, bitter en teleurgesteld te zijn. Dat is zonde van de tijd.”
Hij pauzeert even en glimlacht dan. “Ja, de dood in het gezicht zien, en daarin levend zijn. Dat is waar leven om draait.”

Hans Korteweg schreef een twaalftal boeken en publiceert regelmatig artikelen. Van zijn hand zijn verschenen Het Juwelenschip, een vertaling van en een commentaar op een Tibetaanse boeddhistische tekst, Sta op en ga, een blijmoedig commentaar op het boek Jona, en hij schreef samen met zijn dochter Anna Myrte Het droomjuweel, de rijkdom van dromen in ons bestaan. Voor meer informatie over Hans Korteweg en zijn werk: www.juwelenschip.nl

Website van het Instituut voor Toegepaste Integrale Psychologie: www.itip.nl

Print deze pagina

Over de auteur

Annelies van der Ouw is (web)redacteur en webmaster van Koorddanser. Met ruim twaalf jaar ervaring in communicatie en marketing, een grote fascinatie voor bewustzijnsontwikkeling en een passie voor creatie in de breedste zin van het woord vond zij in Koorddanser een ideale combinatie. De invloed van voeding op het menselijk lichaam heeft al een aantal jaar haar grote interesse, en daarover kun je meer lezen in Koorddanser.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix