De waarde van innerlijk weten

Wetenschap kan ruimte laten voor een subjectieve benadering

In het tijdperk van de Verlichting dat zo rond de zeventiende eeuw zijn intrede in het Westen deed, rekende men af met alle bijgeloof. Daarom wordt dit tijdperk ook wel de “Eeuw van de Rede” genoemd. Het is tijd voor ruimte voor een subjectieve benadering in de wetenschap.

Door Jacob Slavenburg

De term Verlichting slaat hier uiteraard niet op spirituele verlichting, maar op een verdrijving van de duisternis der onwetendheid. Een groot aantal natuurwetenschappelijke ontdekkingen sterkten de ontwikkelde mens in de mening dat alles verklaarbaar was en dat voor elk gevolg een oorzaak te vinden was. Het heeft gezorgd voor grote veranderingen in de menselijke opvattingen.
Kenmerken van het verlichtingsdenken zijn het zich ontwikkelende mechanistisch wereldbeeld en de materialistische wetenschapsopvatting. Filosofen en wetenschappers beschrijven de wereld als een mechanisme, een machine of ook wel een klok. Als de veer opgedraaid is, loopt hij volgens een vast patroon.
Tot aan de opkomst van de Verlichting had de mens het schier verloren gegane inzicht dat alles wat er op aarde gebeurde, gestuurd werd door kosmische krachten. In oude tijden werden deze vaak symbolisch verbeeld door goden en godinnen, krachten die uit de Eenheid die aan alles vooraf gaat voortvloeiden. De materie werd gezien als een stolling van goddelijke of geestelijke ideeën; wij zouden in deze tijd zeggen: energieën. De in wezen onnoembare en onbeschrijfelijke Eenheid werd zelf weliswaar als onkenbaar gezien, maar kon toch gekend worden aan zijn uitstraling. Sinds mensenheugenis zag men Eenheid (of: Geest) als dat wat is, wat was en zal zijn, eeuwig, onveranderlijk en onkenbaar, rust en stilte. Dat is het onkenbare aspect van Geest, of Brahman zoals de oude Indiërs dat noemden. Het tweede aspect is dat van de tijdelijkheid, de beweging oftewel de levensadem, die de ouden pneuma of prana noemden. Het bewustwordingsproces van die invloeiende ‘adem’ is de kiem van wat het ‘innerlijk weten’ wordt genoemd.

Onzichtbaar
Wanneer we spreken over wetenschap, over wijsheid, over filosofie en religie, dan kunnen we stellen dat ze als gemeenschappelijk element hebben dat ze allen gericht zijn op het zoeken naar waarheid. De Griekse filosoof Plato stelde al dat verwondering over het onbegrepene het begin is van de filosofie. De moderne wetenschap heeft zich in het zoeken naar waarheid een beperking opgelegd in haar drang alles vanuit de materie te benaderen. “Meten is weten” werd het motto. Belangrijk is dan wel de maatstaf waarmee gemeten wordt. Empirische verschijnselen spreken niet voor zichzelf. De zintuiglijke waarneming is niet neutraal. Volstrekt objectieve ervaringsgegevens bestaan niet. Observatie is altijd theorie-geladen: wat iemand waarneemt, is voor een groot deel afhankelijk van zijn interesse, zijn kennis en zijn wereldbeeld. Thomas Kuhn, een beroemd Amerikaans wetenschapsfilosoof, schrijver van de baanbrekende studie ‘The Structure of Scientific Revolutions’, gebruikt een simpel voorbeeld: als een bioloog door een bos wandelt, zal hij andere dingen zien en horen dan een houthakker of een projectontwikkelaar. De wandelaars hanteren allemaal verschillende denkkaders.
Het Noëtisch Wetenschappelijk Initiatief probeert een brug te slaan tussen diverse wetenschappelijke, religieuze, filosofische en sociaal-maatschappelijke visies over de oorsprong en de samenhang van het Leven in al zijn zichtbare en ook onzichtbare verschijningsvormen. Het uitgangspunt daarbij is het vergelijkend onderzoek naar de samenhang van alles wat een levensuiting van bewustzijn is, waarbij het zich sterk laat leiden door analoge wetmatige processen in de gehele Natuur, zowel micro- als macrokosmisch, gebaseerd op het Hermetische axioma ‘Zo boven, zo beneden’ in de ruimste zin van deze betekenis.
In dat onderzoek accepteert het geen begrenzing van wat gangbaar de ‘stoffelijk wereld’ wordt genoemd, maar gaat het uit van de stelling dat materie uit diverse dimensies is opgebouwd, zoals de hele atomaire structuur van de materie aantoont en door nieuw onderzoek binnen de moderne kwantumfysica regelmatig wordt bijgesteld en uitgebreid. Vanuit dit onderzoek en deze stellingname probeert het een antwoord als een perspectief en hypothese te formuleren om duurzame oplossingen te bieden voor de immense problemen waar de huidige wereld zich voor weet gesteld. Essentieel daarbij is het uitgangspunt te zoeken naar dat wat verbindt op ieder terrein en niet wat scheidt.
Wetenschap is een activiteit van het menselijk denken in zijn streven naar het begrijpen van het hoe van de dingen. Bij wetenschap per se gaat het om geordende en geclassificeerde kennis, gebaseerd op onderzoek, metingen en experimenten.

Onbevooroordeeld
Bij noëtische wetenschap gaat het eveneens om een activiteit van het menselijk denken, maar dan in een hogere kwaliteit dan het puur intellectuele analytische denken, namelijk het denken dat verlicht wordt door intuïtie, inzicht, direct innerlijk weten, en inspiratie. Daarbij wordt vervolgens nog steeds het analytische denken gebruikt om tot geordende en geclassificeerde wetenschappelijke kennis te komen.
Bij wetenschap wordt een objectieve benadering – het onbevooroordeeld bestuderen van de feiten in de natuur – van zeer grote waarde geacht. Dat is terecht, want zo’n benadering draagt bij aan de opbouw van kennis die we goed met elkaar kunnen delen. Maar tegelijkertijd geeft dat ook een beperking.
In de noëtische wetenschap wordt gebruik gemaakt van een subjectieve benadering, waarbij het bewustzijn, de intuïtie van de onderzoeker wel van veel waarde wordt geacht om tot theorievorming en inzichtelijke concepten te komen. En met intuïtie wordt inzicht, het zien van verbanden, het hebben van een visie bedoeld.
Vanuit een puur materialistisch perspectief geredeneerd zouden alle menselijke subjectieve ervaringen en dus ook intuïtie voortkomen uit de processen in de stof, zoals bijvoorbeeld in onze hersenen. Maar er is ook een ander perspectief.
In de geschiedenis zijn er altijd denkers geweest die het standpunt innamen dat levenloze materie helemaal niet bestaat, dat er in feite alleen maar stof is in de vorm van ‘belichaamd bewustzijn’; dat er achter een stoffelijke atoom een bewustzijn werkt. In dat denkbeeld is de mens niet zijn lichaam, maar ís de mens zijn bewustzijn en heeft hij een lichaam. Dit is het zogenaamde bewustzijnsuitgangspunt, in tegenstelling tot het uitgangspunt dat het bewustzijn uit het lichaam, uit de stof voortvloeit – het materialistisch uitgangspunt. Dit (wetenschappelijk aan te tonen) non-lokale bewustzijn is de bron van ons innerlijk weten; een sleutel tot daadwerkelijke verandering.

Jacob Slavenburg publiceerde diverse boeken op het gebied van spiritualiteit, bewustzijn en esoterie. Hij is tevens bestuurslid en mede—oprichter van het Noëtisch Wetenschappelijk Initiatief  (NWI). Zondag 6 november organiseert het NWI in De Reehorst te Ede het symposium “De waarde van innerlijk weten”. Info/opgeven: st.dephoenix@telfort.nl.

 

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix