Vrije wil: om aan te werken

Leren kiezen tussen boos worden of begripvol reageren

Kun je kiezen tussen boosheid en begrip tonen? De discussie over de vrije wil laat zien dat je niet op dit moment een keuze kunt maken met een besluit nooit meer boos te zijn. De discussie maakt onder meer duidelijk dat we beperkt zijn. Maar het gevoel en het jezelf oefenen krijgt juist een herwaardering als bron van onze keuzes. Dat is een onverwachte ondersteuning van de spirituele praktijk door de hersenwetenschap.

Er wordt in de media een bijzonder interessante discussie gevoerd over de vrije wil. Volgens een aantal hersenwetenschappers bestaat deze vrije wil namelijk niet. Ap Dijksterhuis bijvoorbeeld schrijft in zijn boek ‘Het slimme onbewuste’ dat besluiten vanuit ons onbewuste genomen worden. Vervolgens hebben we daar een gedachte bij, maar die gedachte komt pas later dan het onbewuste besluit. Victor Lamme noemt dit denken in zijn boek ‘De vrije wil bestaat niet’ dan ook een ‘kwebbeldoos’, die alleen achteraf iets kan zeggen over wat allang is gebeurd. Jan Verplaetse, moraalfilosoof en neurowetenschapper trekt hieruit een verregaande conclusie in zijn boek ‘Zonder vrije wil’: omdat we geen vrije wil hebben, zijn we ook niet verantwoordelijk voor ons gedrag.
Wat is de betekenis van deze discussie en deze boeken voor ons zelf- of mensbeeld? Is dit waardevrije wetenschap, een onschuldige discussie over een onderwerp dat filosofen al eeuwenlang bezighoudt? Niet helemaal. Het heeft namelijk enorme gevolgen in de dagelijks praktijk als je gelooft dat de vrije wil niet bestaat. En stel dat het een wetenschappelijke vergissing is om deze vrije wil te ontkennen? De gevolgen zijn vergaand.
Olie op het discussievuur was een recent onderzoek. In De Volkskrant van 28 januari werd een belangrijk onderzoek beschreven, waaruit duidelijk werd dat mensen die niet in de vrije wil geloven, zich minder sociaal en minder consequent gedragen, en minder werk verzetten. Het onderzoek is onder meer gedaan door Richard Ridderinkhof, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Hij weet nog niet precies wat de oorzaak is van dit minder sociaal gedrag als je niet in de vrije wil gelooft. Maar vervolgonderzoek wijst erop dat de overtuiging geen vrije wil te hebben in de hersenen voor een toename zorgt een automatisch gedrag.
Het is dus geen onschuldig filosofisch uitgangspunt als je stelt dat de vrije wil niet bestaat en dat we daarom geen verantwoordelijkheid hebben. Mensen die daarin geloven gaan zich minder verantwoordelijk gedragen, wat directe gevolgen heeft in ons dagelijks leven.
Een belangrijke vraag is dan voor welke keuzes we wel of niet verantwoordelijk kunnen zijn; zie ook hiernaast het voorbeeld over de ‘vieze vaat’.

Heftige gevoelens
De vrije wil-discussie zoals die in de filosofie onder meer door Jan Verplaetse gevoerd wordt, gaat erover of we onafhankelijk van de omstandigheden keuzes kunnen maken. Die vrije wil bestaat niet. Daarin hebben de ontkenners van de vrije wil wel gelijk. Als je die keuken binnenkomt, gebeurt er van alles in je bewustzijn en in je lijf waar je nauwelijks invloed op hebt. Maar andere filosofen stellen dat die absolute vrije wil helemaal niet interessant is. Peter Bieri bijvoorbeeld stelt dat de vrije wil zoals we die in de praktijk kennen, niet de vrije wil onafhankelijk van omstandigheden is, maar juist in relatie tot je omstandigheden. Dan wordt mijn vraag hierboven interessant: je voelt irritatie of boosheid, je voelt de neiging om het zelf te doen, en je voelt ook iets van begrip. Die gevoelens overkomen je, daar kun je niet zoveel aan doen. Maar je hebt wel een zekere keuze hoe je die gevoelens in gedrag vertaalt.
Het boeiende is dat de vrije wil-ontkenner Jan Verplaetse in het laatste hoofdstuk van zijn boek juist de keuze tussen al dan niet boos zijn tegenkomt wanneer hij zijn filosofische idee in de praktijk brengt in zijn relatie. Zijn wat afstandelijke filosofische houding dat je niet verantwoordelijk bent, en dus ook  geen verwijten hoeft te maken, leidt tot een heftige ruzie met zijn vrouw en was bijna het einde van zijn relatie. Zijn vrouw zit niet te wachten op het idee dat je geen verwijten hoeft te maken, ze wil juist begrip voor haar heftige gevoelens. Door deze confrontatie met zijn vrouw realiseert Verplaetse zich dat er dus toch een soort keuze is tussen een afstandelijke houding, verwijten maken, of de derde mogelijkheid: begrip tonen. Hij kan echter in zijn boek niet goed uitleggen hoe je nou tot die keuze kunt komen.
Waar zit nou de keuze tussen boos worden of begrip tonen? Zoals ik aan het begin van het artikel beschrijf, ontstaat volgens het vrije wil-onderzoek gedrag vanuit ons onbewuste. Vanuit dit on- of onderbewuste komt ook een gedachte, maar die gedachte heeft geen directe invloed op ons gedrag. We hebben wel de illusie dat we vanuit die gedachte ons gedrag kunnen beïnvloeden, maar hersenonderzoek toont aan dat dit niet kan. De meeste vrije wil-ontkenners gaan er daarbij dus vanuit dat er onderscheid is tussen een onbewust deel en ons bewuste denken. Ik neem hier aan dat ze gelijk hebben dat er vanuit het bewuste denken weinig directe invloed op ons gedrag mogelijk is. Maar wat ze over het hoofd zien is dat er misschien vanuit een ander deel van het bewustzijn wel invloed op ons gedrag mogelijk is. Volgens toonaangevende neurowetenschappers als Antonio Damasio kunnen we het zogenaamde onbewuste onderverdelen in onbewust emotioneel gedrag en een bewust gevoel. Damasio stelt dat dit gevoel weliswaar niet talig is, dat daar geen woorden zijn en geen bewuste gedachten, maar dat in dit gevoel juist de essentiële bewuste keuzes gemaakt worden.

Plasticiteit
Wat betekent dit voor het kiezen tussen boosheid en begrip? Boosheid is de onbewuste emotie, begrip is het bewuste gevoel. Je kunt niet simpelweg besluiten vanuit een gedachte ‘Ik wil voortaan begrip tonen’, die gedachte heeft geen directe invloed op je gedrag. Wat je wel kunt doen is de intentie hebben van begrip tonen, en jezelf daarin vervolgens gaan oefenen. Het gevoelsmatige deel van de hersenen heeft namelijk heel veel training nodig voordat gedrag gaat veranderen. Daarin zit dan ook het belangrijkste inzicht in de vrije wil-discussie. Het klopt dat een gedachte geen directe invloed heeft op ons gedrag, maar we kunnen vanuit de gedachte wel een intentie hebben en ons vervolgens daarin gaan oefenen. Het is ook aangetoond dat de hersenen een plasticiteit hebben, dat die verandering mogelijk is.
Dat heeft een heel belangrijke invloed op ons dagelijks leven, zoals het voorbeeld hiernaast van de school die gedrag met regels probeert af te dwingen. Het interessante is dat de vrije wil-discussie ons er opnieuw op wijst dat daar juist onze verantwoordelijkheid ligt. En het onderzoek uit De Volkskrant van 28 januari laat zien hoe belangrijk het is om deze conclusies ook te gaan toepassen, omdat mensen zich anders daadwerkelijk minder sociaal gaan gedragen.

Voor mensen die zich met spiritualiteit en trainingen in persoonlijke groei bezighouden, kunnen hieruit bijzonder belangrijke en interessante conclusies getrokken worden. Wat eigenlijk aangetoond wordt in de vrije-wil discussie is dat we met onze rationaliteit, met onze gedachten, ons gedrag nauwelijks direct kunnen beïnvloeden. De rationele wetenschappers hebben eindelijk zelf de rationaliteit van het voetstuk gestoten! Vervolgens zijn er andere wetenschappers als Antonio Damasio die het gevoel centraal stellen en aantonen hoe belangrijk het is om onszelf te oefenen. Precies wat in spirituele praktijken altijd al gedaan werd. Een belangrijke aanvulling die hier wel essentieel is, is het onderscheid tussen emotie en gevoel. Waar emotioneel lichaamswerk en dergelijke dikwijls de mist in ging: mensen werden uitgenodigd hun gevoel te volgen, maar vervolgens gingen ze hun emoties  volgen. En dat was een ramp.
Het belangrijkste wat we als vrije wil te leren hebben is het onderscheid tussen emotie en gevoel, tussen het korte lontje en je hart volgen. En daarvoor is een doordachte intentie nodig die je vervolgens oefent.

 

Vieze vaat
Een praktisch voorbeeld, om de filosofische discussie wat voelbaarder te maken. Stel je hebt ’s ochtends de keuken schoongemaakt, en na een dag hard werken kom je ’s middags thuis en het is een zooi in de keuken. Wat ga je doen? Ik vroeg dit pas in een workshop over dit onderwerp, en de antwoorden waren ongeveer in drieën te verdelen: of boos de huisgenoot erbij halen die deze alsnog op moet ruimen, of het gewoon zelf maar opruimen zonder iets te zeggen, of in alle vriendelijkheid aan je huisgenoten gaan vragen hoe de dag geweest is, wat ze van de toestand in de keuken vinden en hoe je dat samen kan gaan oplossen.
Als je in een toestand van rust en liefdevolle aandacht bent, dan is snel duidelijk wat de beste handeling is: de vriendelijke derde, begrip tonen. Maar dikwijls lukt ons dat niet in lastige situaties. Hier wordt de vrije wil interessant: heb je een keuze, of ben je al boos het huis in gerend voor je dat door hebt?

Gedragsregels op school
Nog een voorbeeld: een poosje geleden kregen onze kinderen een brief van school met daarin gedragsregels, de school verwacht dat door het lezen van de regels de kinderen die regels kunnen uitvoeren. Dat is dus onmogelijk. Vanuit die gedachte verandert gedrag niet. Het is wel mogelijk om de kinderen te trainen of op andere manieren bewuster te maken over deze kwestie, en het belangrijkste daarbij is weer dat de leraren een voorbeeldfunctie geven in de regels. Deze kennis over voorbeeldfunctie en training, die bij de oude Griekse filosofen en in veel spirituele praktijken zo essentieel is, zijn we in onze moderne maatschappij vergeten.

Print deze pagina

Over de auteur

Jan den Boer studeerde filosofie en bouwkunde en deed een therapieopleiding. Hij is publicist en geeft al jarenlang succesvolle trainingen op dit gebied. Jan den Boer volgen op twitter: @jandenboer7. Zijn belangrijkste inzichten voor zijn volgende boek worden getwitterd. Zie ook www.tantratraining.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix