De vuurproef

Twee maanden heeft het geboortekaartje er gelegen; van Richard en Petra, goede vrienden die dolblij hun tweede kindje aankondigden. In die twee maanden heb ik niets van me laten horen. Geen telefoontje. Dat is op zich niet zo gek, want ik bel haast nooit. Maar zelfs ook geen mailtje, geen kaartje, niets.

U heeft gelijk: bijzonder onsympathiek van mij. Toch heb ik er die twee maanden bijna dagelijks aan gedacht. Iedere dag in mijn agenda geschreven ‘iets aan Petra en Richard laten weten’. Maar hoe meer de tijd verstreek, hoe meer ik het gevoel had dat áls ik dan iets liet weten, het ook iets heel speciaals en bijzonders moest zijn, iets dat compenseerde dat het zo lang geduurd had dat ik niets liet weten. Op den duur was het schuldgevoel zo groot, dat ik bijna een studentenflat voor het nieuwe kind zou willen kopen om het goed te maken.
Ik ben mijn talent voor vriendschap gaandeweg ergens kwijt geraakt. Als puber had ik vriendschappen zo heftig en intens als liefdesrelaties. Vrienden voor wie ik letterlijk door het vuur ging, voor wie ik zou moorden, stelen en liegen als het nodig was. Vrienden met wie ik de wereld wilde rond trekken, een gordel van zwangere vrouwen achter ons latend, vrienden met wie ik in een commune wilde wonen, vrienden die ik al mijn spaargeld gaf zodat zij die gitaar konden kopen waar ze zo naar verlangden.
Ook in mijn singletijd was ik een voorbeeldige vriend. Je kon geen betere vriend dan mij hebben. Ik vergat natuurlijk geen enkele verjaardag, maar ook niet de dag dat ze hun vriendin hadden leren kennen, of de dag dat het uitgegaan was, ik onthield wat ze ooit achteloos in een winkel hadden aangewezen dat ze mooi vonden, en prompt vonden ze dat in een feestverpakking bij de volgende gelegenheid. Dag en nacht mochten ze beroep op me doen. Ik leidde hun levens nog meer dan mijn eigen leven. Wat van mij was, was van hen. Zonder problemen leende ik bed, bureau, auto of wat ze ook nodig hadden, uit. De post bezorgde mijn uitgebreide brieven, mijn zelfgemaakte kaartjes, en natuurlijk ook wat toen nog het communicatiemiddel nummer één was, mijn meterslange faxen. Je hebt wat gemist als je me toen niet als vriend had.
Maar het leven verandert. Je wordt dan eindelijk op de goede vrouw verliefd, je maakt een sensatie mee die je niet eerder kende, je gaat samenwonen, je gaat trouwen, je gaat eindelijk je grote droom leven en je krijgt een kindje. Allemaal stappen die vriendschappen kosten. Bij iedere nieuwe stap wordt je vriendenkring kleiner en kleiner. Soms ligt het aan hen omdat ze je het niet gunnen. Soms ligt het aan jezelf omdat je ze schandalig verwaarloost. Soms ligt het aan beiden omdat het een alibi is om in stilte een vriendschap die eigenlijk toch niet je van hét was, stilletjes dood te laten bloeden. En vaak eindigt het omdat je daadwerkelijk zo verandert, dat de vriend je hoofdschuddend niet meer herkent.
En met het leven dat alsmaar drukker wordt, alsmaar voller, wordt het steeds moeilijker om ruimte te maken, voor zoiets wezenlijks als vriendschap. Je vriendenkring wordt kleiner. En nieuwe vrienden maak je niet meer zo gemakkelijk. Zeker niet met iemand zoals ik. Die zich zeer moeilijk gewonnen geeft voor een nieuwe vriendschap. Wat dat betreft ben ik net als een bloedmooie dame: hard to get. Alleen het feit dat je nachtenlang door kunt praten, samen kunt lachen, dronken worden en op elkaars highlights gedurende het jaar opdraaft, is voor mij onvoldoende reden om iemand een vriend te noemen. Ik ben nog van het romantische ideaal dat iedere vriendschap beproefd moet worden. Dat er één cruciaal moment moet zijn wanneer je die vriend werkelijk nodig hebt, dat het van levensbelang is, en dat hij er dan ook is. Velen faalden reeds in deze vuurproef bij mij. Het is hard, ik weet het, maar vriendschap heeft voor mij met ridderlijkheid te maken. Met een bloedband. Net zo officieel als een huwelijk. Alleen geef je bij vriendschap het definitieve jawoord in een noodsituatie. Wanneer je op de ander een beroep doet en je niet hoeft aan te dringen, maar hij gewoon ‘ja’ zegt, ‘ja, natuurlijk, ik help je, ik laat alles nu vallen en ik ben er voor je.’ Want dat doen echte vrienden. Mannenvrienden. Die zijn er op het moment dat je erachter komt dat je vriendin een minnaar heeft, op het moment dat je niet meer weet hoe je die rekeningen moet betalen, op die ochtend dat je in een ochtendblad helemaal wordt afgekraakt. Dat zijn vriendschappen waarover je boeken kunt schrijven en films kunt maken.
En daarom is het zo ridderlijk dat Richard, toen ik hem na twee maanden dan toch een cadeau stuurde, mijn grote excuses maakte en smeekte of ik zijn nageslacht alsnog mocht komen bejubelen, heel relaxed reageerde: “Natuurlijk, ik maakte me wat zorgen om je dat ik niets hoorde. Wanneer zullen we afspreken?” Kijk – dat zijn kerels. Want bij echte vriendschappen weet je ook dat het leven soms met de ander aan de haal gaat en dat je even niets hoort.
En dan besef ik me het geschenk van vriendschap. Veel zijn het er niet, die ik in mijn leven heb. Maar diegene díe ik heb, doorstonden de vuurproef. Bij hen doorstond ik de vuurproef toen ze hun hoofd verloren aan een jonge, flitse deerne en op het punt stonden haard en huis te verlaten. Want op sommige momenten is een drukke agenda geen enkel excuus. Dan ben je er gewoon.

Print deze pagina

Over de auteur

Na de geboorte van zijn dochtertje Zonneke schreef hij een brief aan God en kreeg antwoord. Zo werd een katholiek jongetje uit Antwerpen van toneelregisseur uiteindelijk toch schrijver en vond hij gelukkig zijn droom terug, want ‘hoe kun je je kind voorhouden dat ze haar droom moet volgen, wanneer je dat zelf niet doet?’ Zijn droom kreeg vleugels. Zijn debuutroman De Kabbalist werd inmiddels 22 keer herdrukt en verscheen in 15 landen. Het werd opgevolgd door zijn roman De Geheime Newton, die de prijs kreeg voor Meest Inspirerend Boek. En recent verscheen zijn derde roman Rachel, of het mysterie van de Liefde. www.geertkimpen.com    

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix