‘Je engel is altijd bij je’

Lorna Byrne vraagt ons goed te luisteren 

De eenvoudige Lorna Byrne ziet al haar hele leven engelen, en dat is voor haar de gewoonste zaak van de wereld. Ze kreeg van hen de opdracht een boek te schrijven zodat de rest van de wereld van hun bestaan op de hoogte zou zijn. Dat boek werd een houvast voor honderdduizenden mensen die naar antwoorden zochten. Verwacht geen onderbouwde boekenwijsheid, maar persoonlijke ervaringen.

Ik was, laten we zeggen, gefascineerd toen de mogelijkheid zich aandiende Lorna Byrne te spreken. Vooral omdat het woord ‘engel’ niet in mijn dagelijkse vocabulaire voorkomt, behalve misschien in de aanloop naar 25 december. Dat komt waarschijnlijk omdat ik, behalve dan die kerstengelen, nog nooit een echte engel heb gezien. Wat mij betreft passen ze in een religieus referentiekader met bijbehorende beelden, taalgebruik en associaties, en niet in mijn werkelijkheid. Maar omdat ik me realiseer dat mijn werkelijkheid net zo werkelijk is als de engelenwereld van Lorna, besloot ik om zelf persoonlijk te ervaren hoe zij die werkelijkheid dan beleeft. En toegegeven, in de wereld van Lorna ziet niet alleen het leven maar ook de dood er een stuk gezelliger uit.
Je moet van Lorna zeker geen indrukwekkende visies, theorieën of boekenwijsheid verwachten, maar wel heel veel persoonlijke anekdotes over engelen, aartsengelen en God. Daar bestaan ook haar boeken voornamelijk uit. Lorna is uiterst bescheiden, bijna verlegen, en er is geen enkel spoortje van interessantdoenerij of publiciteitshonger bij haar te bespeuren. Wel heel veel compassie. Ze is gewoon een petieterige, eenvoudige vrouw die van haar engelen een ontzagwekkend zware taak op haar schouders kreeg gedrukt.
Op de vraag hoe ze de spotlights ervaart die ze na haar eerste boek op zich gericht kreeg, reageert ze dan ook oprecht verbaasd. Goh, zo had ze het eigenlijk nooit bekeken. Ze vermoedt dat haar beschermengel ervoor zorgt dat ze daar geen notie van neemt. “Ik kan alleen maar mezelf zijn. Ik doe wat me gevraagd is te doen. Ik merk er ook niets van als ik me helemaal geef aan de persoon die voor me zit. Er kunnen duizenden mensen voor me in de rij staan om een zegening of een healing te ontvangen, maar dan heb ik niet in de gaten hoe lang het duurt voordat de rij is opgelost. Dat komt waarschijnlijk omdat God door mij werkt op dat moment.”
Het heeft even geduurd voordat Lorna gewend was aan de aanwezigheid van God. Het beneemt je de adem als je hem ziet, dat kan ik je niet beschrijven. Mensen vragen me ‘je kunt toch niet bang zijn voor God?’ maar dat ben ik wel. Ik heb me altijd voor hem verstopt, omdat hij veel te intens is. Ik ben ook maar een mens! Tegelijkertijd word je overspoeld door zijn liefde, hij is zó vergevingsgezind. Ik heb in mijn eerste boek ‘Engelen in mijn haar’ alleen korte stukjes over hem geschreven. God vertelde me dat ik de lezers van mijn boek voorzichtig moest voorbereiden, omdat ze anders zouden denken ‘die vrouw heeft ze niet allemaal op een rijtje!’”

Op zoek naar antwoorden
Lorna laat zich in haar leven leiden door wat God en de engelen van haar verlangen. Ze staat volledig in dienst van het hogere. Op een bepaald punt in haar leven lieten de engelen haar weten dat het tijd was de mensen te vertellen wat ze al haar hele leven voor vanzelfsprekend aan had genomen. Door een boek te schrijven over de engelen, ondanks dat ze zwaar dyslectisch was. Daarna volgden nog twee boeken. Haar eerste boek is vertaald in 27 talen, en sinds kort hebben ook de Amerikanen Lorna en haar boodschap liefdevol omhelsd. “We zoeken allemaal naar antwoorden, we willen weten of er meer is in het leven dan dit. Daar is nu meer dan ooit enorme behoefte aan. En er is meer. Je lichaam wordt oud en ziek, maar je ziel leeft door. Iedereen heeft een beschermengel, die onvoorwaardelijk van je houdt en die je nooit in de steek laat. Wanneer je doodgaat, ontmoet je je beschermengel en voel je geen pijn meer, alleen liefde en vrede. Er is geen enkele reden om bang te zijn voor de dood.”
Lorna zou niets liever willen dan dat iedereen dit beseft. De wereld zou er heel anders uitzien. We komen steeds dichter bij dat punt, maar het heeft tijd nodig. “De wereld moet zich wel in deze snelheid ontwikkelen, want dat is onderdeel van ons leerproces. Maar er komt een grote verandering aan. Dat proces is al in gang gezet. Van ons wordt gevraagd dat we daarin onze eigen, unieke rol spelen.” Die rol wordt volgens Lorna door ons karma bepaald. Dat veel mensen die rol nog niet oppakken, heeft vooral te maken met angst. “Angst is zo vreselijk machtig. We zijn bang voor elkaar. We accepteren elkaar niet. We vechten ons een weg door het leven, en kiezen er liever voor om vast te houden aan wat we hebben, bang om belachelijk gemaakt te worden of om te worden afgewezen. Vooral mensen op vooraanstaande posities met de capaciteit om grote veranderingen te bewerkstelligen, ervaren dat hun omgeving moeilijk kan accepteren dat ze het roer omgooien. Het roer omgooien klinkt drastisch, maar dat kan ook een kleine verandering zijn die een grote impact heeft. Bijvoorbeeld dat je de rol op je neemt om je familie te leren elkaar lief te hebben.”
Er is, vindt Lorna, niets belangrijker dan dat. Want liefde zorgt ervoor dat onze kinderen in de toekomst verder kunnen komen dan de zelfzuchtigheid, competitiedrang en het materialisme waar wij als laatste generaties mee te maken hebben gehad. “Ik ontmoet veel tieners, en zelfs dertigers en veertigers – en dat is schrikbarend – die zeggen dat hun ouders nooit van hen hebben gehouden. Dat is hen door die ouders nooit verteld, laat staan getoond. Dus hoe kunnen ze compassie en liefde voelen als hen dat nooit is geleerd? We moeten hen vanuit liefde en eenheid, en niet vanuit individualiteit en materialisme, helpen hun eigen antwoorden te vinden.”
“Natuurlijk hebben we materiële dingen nodig om ons leven gemakkelijker te maken, maar ook niet meer dan dat. Ik zal nooit toestaan dat geld mijn leven regeert, want ik heb het nooit gehad. Ik sta daar niet eens bij stil. God en de engelen hebben me laten zien dat we weinig nodig hebben. Ik zeg altijd: ‘Is al die luxe echt nodig? Je kunt nog zo veel mooie spullen in je huis hebben staan, maar het is de liefde in je huis die telt.’”

Signalen
Om je eigen rol te kunnen spelen, moet je leren te luisteren naar je beschermengel. Maar hoe doe je dat als je, net als ik, tot nu toe weinig hebt gemerkt van zijn (of haar) aanwezigheid?
“Het eerste dat je kunt doen als je twijfelt of als je het niet gelooft, is te zeggen ‘wat heb ik te verliezen?’ Niets, toch? Erken voor jezelf eens dat je misschien wél een beschermengel hebt, dat je een ziel hebt, en dat God misschien wel echt is. Zeg gewoon tegen je beschermengel dat je zijn hulp nodig hebt om naar hem te leren luisteren. Je beschermengel is een geweldige leraar. Hij is de eerste gedachte die in je opkomt, die vanzelfsprekende flits. Je kunt het ook intuïtie of onderbuikgevoel noemen, maar het is in werkelijkheid je beschermengel.” Ha, onderbuikgevoel. Check. Dus dát is al die tijd mijn beschermengel geweest? Dat hoeft niet persé, zegt Lorna. “Je beschermengel staat ook andere engelen of zielen in je nabijheid toe. Meestal merken we de aanwezigheid van een beschermengel niet, maar des te meer de ziel van een gestorven geliefde. Die ziel staat hij in je nabijheid toe om je met diens hulp iets duidelijk te maken, want die signalen herken je wel. Een specifieke geur, een liedje op de radio of iets dat je terugvindt vormt dan de boodschap waarmee je beschermengel je aandacht trekt. “’Maar wat win ik daar dan mee?’ vragen veel mensen zich vervolgens af. Maar waarom zou je je dat afvragen? We willen graag allemaal voorbestemd zijn voor iets groots. En we willen er vooral iets aan overhouden. Het gevoel bijzonder of interessant te zijn, bijvoorbeeld. Maar dat is totaal onbelangrijk. Realiseer je goed dat de glimlach die je iemand schenkt, of een deur die je voor iemand openhoudt, letterlijk iemands leven kan redden. Dát is pas belangrijk, alleen je komt het achteraf nooit te weten.”

__________________________ 

Kader: Door andere ogen
“Toen ik twee was kreeg mijn moeder van de dokter te horen dat ik achterlijk was. Toen ik nog maar een baby was had mijn moeder al in de gaten dat ik altijd in mijn eigen wereldje zat. Ik herinner me nog dat ik in een wieg lag, in een grote mand, en zag hoe mijn moeder zich over me heen boog. Ze werd omringd door prachtige, lichte, glanzende wezens in alle kleuren van de regenboog; ze waren veel groter dan ik, maar kleiner dan mijn moeder, waarschijnlijk ongeveer zo groot als een kind van drie. Deze wezens zweefden in de lucht alsof het veertjes waren en ik herinner me dat ik mijn armen uitstrekte om ze te kunnen aanraken, maar dat lukte me nooit. Ik was gefascineerd door deze wezens met hun prachtige licht. Ik wist toen nog niet dat ik iets anders zag dan wat andere mensen zagen; pas veel later kreeg ik van hen te horen dat ze engelen heetten. Toen ik ouder werd, merkte mijn moeder dat ik altijd ergens anders naar keek of staarde, wat ze ook probeerde om mijn aandacht te trekken. De waarheid was dat ik inderdaad elders was: ik ging de engelen achterna, keek naar ze, praatte en speelde met ze. Ik was betoverd.”

Uit: ‘Engelen in mijn haar’, Lorna Byrne, Uitgeverij Boekerij, www.boekerij.nl. Bij Boekerij verschenen van Lorna ook ‘Hoog in de Hemel’ en ‘Een boodschap van hoop.’

__________________________ 

Kader: ‘Ik hou van Amsterdam’
“Ik ga waar God me stuurt, maar ik hou ervan om in Amsterdam te zijn. Het is een speciale plek. Ik zie hier zo ontzettend veel gebeuren. Ik keek net bijvoorbeeld uit het raam en zag een moeder voorbij fietsen op een bakfiets, met drie kinderen. Naast de kinderen zag ik hun beschermengelen en ook nog drie andere engelen in het bakje zitten. Ik begrijp nog steeds niet hoe ze dat toch doen: de engelen zijn heel groot, en toch passen ze allemaal in dat kleine bakje zonder er platgedrukt uit te zien! Het was heerlijk om in dat korte moment alleen maar even te kijken naar de liefde en aandacht van die engelen, en naar de moeder die naar ze luistert. Ik zag de moeder voorover buigen en één van de kinderen een veiligheidsriem omdoen, terwijl de engel die bij het kind zat haar daarmee hielp. Prachtig tafereel.” Lorna Byrne

Print deze pagina

Over de auteur

Annelies van der Ouw is (web)redacteur en webmaster van Koorddanser. Met ruim twaalf jaar ervaring in communicatie en marketing, een grote fascinatie voor bewustzijnsontwikkeling en een passie voor creatie in de breedste zin van het woord vond zij in Koorddanser een ideale combinatie. De invloed van voeding op het menselijk lichaam heeft al een aantal jaar haar grote interesse, en daarover kun je meer lezen in Koorddanser.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix