Ken je innerlijke feeks

‘Tijd is rijp voor de boze heks’

Onderzoek naar je schaduw, je onbewuste negatieve kant, is nuttig en – verrassend – goed voor je zelfvertrouwen. Voor vrouwen is de heks een boeiend archetype. Niet de nieuwe wiccavariant, maar de boze toverheks uit de sprookjes. Hoe ziet jouw innerlijke heks eruit? Ja mannen, dit gaat even over de dames…

Waar komt de boze toverheks uit de sprookjes vandaan? Ik heb heksen en feeksen geturfd: in de verzamelde sprookjes van Grimm komen er tien keer zoveel gemene feeksen voor als goede feeën. En dat terwijl sprookjes vanouds door vrouwen zijn doorgegeven. Wat is dat toch met die machtige, jaloerse oude vrouwen dat we er zo bang voor zijn?
Tegenwoordig denken we bij het woord ‘heks’ eerder aan de moderne wiccabeweging, met natuurrituelen, kruiden en de zoektocht naar wijsheid. Maar als je in de oude verhalen duikt, valt het niet te ontkennen dat er ook een ander soort bestaat, eentje die zich diep in het bos van ons onderbewuste verscholen houdt. De boze heks van Hans en Grietje, de wrede stiefmoeder van Assepoester en Sneeuwwitje, de toverkol die zichzelf in een nachtuil verandert van Jorinde en Joringel en al die andere griezelige feeksen die kinderen eten en mensen in dieren of in steen veranderen, vormen een psychologisch raadsel – totdat je als vrouw de hand diep in eigen boezem steekt en daar je schaduw aantreft.

Priemende blik
Waarom oordeel ik doorgaans veel scherper en kritischer over vrouwen dan over mannen? Omdat ik de ‘streken’ van die vrouwen herken; ik heb ze namelijk zelf. Waarom roddel ik graag over vrouwen die niet tot mijn kring van favoriete geliefden behoren? Omdat ik vrijwel voortdurend een soort innerlijke check doe: hoe sta ik ten opzichte van die andere vrouw, ben ik misschien minder mooi, minder getalenteerd, minder succesvol of minder rijk dan zij? Dan moet er met haar iets anders mis zijn, om mij gerust te stellen. En misschien ook wel omdat ik een beetje bang ben voor de macht van andere vrouwen. Alsof ze mij in steen kunnen veranderen of in een fladderend vogeltje, met hun priemende blik, met emotionele manipulatie. Aan de oppervlakte valt daarvan niet veel te merken: ik gedraag me stoer en luchtig, net als de meeste andere vrouwen. Ik onderdruk mijn angst en mijn gevoel van rivaliteit. Ik verberg mijn innerlijke heks, liefst ook voor mezelf. De heks in andere vrouwen zie ik daarentegen vaak haarscherp.
Zou het niet eens tijd worden om onze heksen van onder onze blinde vlekken vandaan te toveren en recht in de ogen te kijken? Je schaduw kennen is enorm goed voor je zelfvertrouwen, al lijkt dat een paradox. Want het is natuurlijk eerst wel even schrikken: ben ik dat? Maar als je alsmaar tegen jezelf zegt dat je zo goed bent, dat je een echte vrouw bent en gericht op harmonie en voedend en zorgend en creatief en warm, dan blijft er diep vanbinnen een klein knagend stemmetje je innerlijke rust verstoren. En die krengige opmerking dan die laatst ineens als een gifslang uit mijn mond rolde? En dat onmiskenbare leedvermaak dat ik voel als ik hoor over een vrouw die iets doms heeft gedaan of die pech heeft? En die woede-uitbarsting van laatst, dat lekkere roddelgesprek waaraan ik toch een beetje een schuldgevoel aan overhield? Als je je schaduw kent, kan die je niet meer onverhoeds overvallen.

Krabbenmand
De tijd is rijp voor de boze heks. Het gaat niet om het verketteren van vrouwen, maar juist om onze werkelijke kracht te laten opbloeien.
Zelfs Opzij, toch een blad dat al tientallen jaren de boodschap uitdraagt dat vrouwen betere wezens zijn dan mannen, besteedde er vorige herfst een artikel aan: ‘Waarom vrouwen elkaar niks gunnen’. Het krabbenmand-effect heet dat: krabben die in een mand gevangen zitten, trekken elke krab naar beneden die eruit probeert te klimmen. Zo houden vrouwen elkaar vaak tegen op de weg naar succes.
Ik weet dat al jaren. In een groep vrouwen mag er nooit één vrouw uitblinken: dat pikken de anderen niet. Vandaar ook de typisch vrouwelijke gewoonte om elkaar uitgebreid te vertellen hoe zielig we zijn. Vrouwelijke rivaliteit is anders dan mannelijke, als je het archetypisch bekijkt. Mannen vechten openlijker om de eerste plaats en als er iemand gewonnen heeft, bewonderen de anderen hem. Wat hij kan, kan ik op een dag ook, lijken ze te denken. Vrouwen concurreren heimelijker en de vrouw die ‘wint’, wordt dikwijls uit de groep gestoten. Er is een Keltische mythe over, uit de verhalenserie over de Ierse held Cuchulain. Een prinses uit het noorden wint een piswedstrijd die de vrouwen van Cuchulain’s dorp onderling houden: ze doen wie het verst door sneeuwhopen heen kan komen met haar hete plas. Als de prinses de sneeuw tot op de grond doet smelten, roepen de anderen: ‘Nu zullen onze mannen allemaal haar begeren!’ en ze steken haar de ogen uit en snijden haar oren en neus eraf.
Symbolisch staat hier: de vrouw met het heetste onderlijf vormt een bedreiging voor de seksuele macht van alle andere vrouwen in haar peergroup. En zij zullen haar dat niet vergeven.

Goddelijke liefde
Als mythosofe – onderzoeker van de wijsheid in mythen en sprookjes – ben ik natuurlijk ook op zoek gegaan naar de oorsprong van de heks. En die blijkt goddelijk te zijn. Venus, de godin van de liefde, was bijvoorbeeld de eerste heks in de Grieks-Romeinse mythologie. Als haar zoon Amor verliefd wordt op het aardse meisje Psyche (‘ziel’) ontsteekt ze in woede, krabt ze Psyche’s wangen open en geeft ze haar een serie onmogelijke opdrachten. Uiteindelijk blijkt Venus vooral bezorgd: haar goddelijke zoon valt in handen van een ordinair sterfelijk schepsel! Met andere woorden: de liefde, die in de geestelijke wereld puur en onbezoedeld is, komt in ons mensen terecht op een bedje van egoïsme, voortplantingsdrift en overlevingsdrang. De liefde raakt daardoor gecorrumpeerd, verdraaid, bezoedeld en verwaterd. Pas als Psyche, de menselijke ziel, veel geleden heeft, als ze lang heeft gezocht en alle onmogelijke opdrachten van Venus tot een goed einde heeft gebracht, is ze voldoende gelouterd voor haar goddelijke echtgenoot.
Het is belangrijk om deze goddelijke oorsprong van de heks te kennen: het maakt de confrontatie met je eigen schaduw dragelijk. Want symboliseert die heks niet vooral de perfectioniste in ons, de controlfreak die zo graag zou willen dat de wereld helemaal in orde was? Is de heks niet dat element in ons dat weigert om zich neer te leggen bij de imperfectie van het bestaan?
De heks in ons bedoelt het goed – althans: voor zichzelf en haar geliefden. Maar alles om je heen betoveren tot het wordt zoals jij vindt dat het moet zijn, kost verschrikkelijk veel energie. Je bent voortdurend aan het ploeteren boven je stomende kookpot of met priemende ogen rondjes aan het vliegen op je bezemsteel. En laten we eerlijk zijn: alles controleren lukt toch niet.
De heks die zich verstopt in ons onderbewuste, verscholen onder een laagje suikergoed, verzwakt onszelf en onze band met andere vrouwen. Heksenkracht kan enorm nuttig zijn, als je haar bewust en uit vrije wil kunt inzetten voor een goede zaak. Daarvoor is bewustwording onontbeerlijk.

Print deze pagina

Over de auteur

Lisette Thooft is publiciste, spreekster, freelance journaliste en columniste. Trad op als columniste in het Avro televisieprogramma De Ochtenden en als panellid van diverse radioprogramma’s. Was zeven jaar hoofdredacteur van het consuminderblad Genoeg en bijna zeven jaar redacteur van opinieblad VolZin, 'tijdschrift voor zinvol leven'. Schreef tot nu toe zestien non fiction boeken over spiritualiteit, emancipatie en diverse andere onderwerpen, en vertaalde er vijf.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix