Heling. Hoe werkt dat?

Oude pijn uit een vorig bestaan. Kan diep zitten en lang bestaan. Met de drum werd een levensveranderende en oude herinnering bij Jos wakker gemaakt. Een ervaring over heling van oude zielepijn.

Door Jos Kester

Overal was de spanning van de verandering en de nieuwe tijd voelbaar. Het was te merken aan de onrust onder de mensen en bij de dieren, die op geluiden schrikachtig reageerden. Er kwam verandering. Dat was zeker. Een nieuwe tijd, met nieuwe, vreemde mensen die er vreemd uitzagen, die vreemde gebruiken, vreemde werktuigen en vreemde wapens met zich hadden meegenomen.
Ik was samen met mijn broeder op verkenning. Er waren vreemdelingen gezien. Veel vreemdelingen die, zo hadden wij gehoord, het land wilden waar wij woonden. Een keer hadden we een confrontatie met ze en zag ik ze voor het eerst: blanke gezichten, baarden en donkere vreemde kleding. Ze waren meegekomen met de handelaren die we al langer kenden. De stammen die meer oostelijk leefden waren verjaagd van de grond waar hun voorouders hadden geleefd en waren begraven. Ze hadden hun oude woongebieden moeten verlaten en vestigden zich op de wijde vlakten waar mijn volk al sinds de grote vloed woonde, jaagde, vreugde beleefde, kinderen kreeg, verhalen vertelde en onze voorouders eerde.

Toen we vertrokken lag aan de noordzijde van de heuvels nog sneeuw, maar waar de zon volop scheen, kleurde de aarde groen en waren de eerste bloemen te zien. Maar de blijheid over de warmte van de zon voelden we niet. We spraken weinig en waren meer met onze gedachten bij onze families die we achter hadden gelaten. In een grote boog trokken we rond ons dorp heen. We speurden alle dalen en hoogten af naar rookslierten. We vonden niets. Na bijna een maand gezocht te hebben besloten we terug te keren en onderweg te jagen. Maar gerustgesteld was ik niet. Er was onrust en die onrust wilde niet weg. Alsof ik spoken najoeg die zich verborgen in de ochtendmist, in de warmtetrilling van de zon op het land en in het maanlicht van de nacht, maar waarvan ik het bestaan afwist. In mijn dromen had ik het gezien als een zwarte vloed die over het land trok en alles ziek maakte, alles onteerde wat heilig was voor onze volkeren. Er was een hebzucht in die wolk die niet was te stillen. Met niets wat onze moeder aarde te bieden had aan schoonheid en kracht.

Op een vroege ochtend, op twee dagen rijden afstand van ons dorp, werd ik wakker. Het was stil en donker. De donkerte die er is tussen het donker van de nacht en het eerste licht van de nieuwe dag. Er was iets wat mij had gewekt. Iets wat op vele schreeuwen leek. Een kou trok over mijn rug terwijl mijn hart in mijn keel bonkte. Ik hoopte dat ik het mis zou hebben wat ik voelde. Dat mijn instinct en verbondenheid met mijn familie en stam me volledig in steek had gelaten. Ik wekte mijn broeder. Met een enkele hoofdknik maakte hij duidelijk dat we direct gingen vertrekken. We reden onafgebroken door, sliepen heel kort die de nacht daarop en kwamen de volgende dag aan op de heuvelrug waar we het dorp konden zien liggen. Maar nog voor we het dorp konden zien, roken we het al. Ik gaf mijn vermoeide paard de sporen.

Ik stopte niet op de heuvelrug om te zien wat er was gebeurd. En voor ik het werkelijk kon zien, huilde ik en steeg er vanuit het diepst van mijn ziel een schreeuw op die mij niet meer zou verlaten. Die nooit meer weg zou gaan. Die diep in mijn ziel werd gekerfd en nog vaak in mij naar boven zou komen. En als ik die schreeuw voelde, zaaide ik dood en verderf onder de mensen die mijn volk hadden uitgemoord en verkracht. Die mijn vrouw en kinderen hadden verminkt, onze ouderen hadden opgejaagd, de struiken in om daar te worden afgemaakt als honden. Mijn broeder en ik wisten niet hoe we uiting moesten geven aan onze wanhoop, aan ons verscheurende verdriet. Daarna kwam de schaamte dat we de vreemdelingen niet hadden gevonden. We durfden elkaar niet aan te kijken, terwijl we rondliepen tussen de resten van het dorp. En liever was ik ook dood. Liever was ik dood. Maar ik leefde en wist niet meer wat daar de waarde nog van was.

Op het graf van mijn vrouw en kinderen zwoer ik dat ik alleen zou blijven en nooit meer een familie zou stichten, vanwege de immense pijn, het onbeschrijfelijke verdriet, het onbegrijpelijke van de daad. Nooit meer. Nadat we onze doden hadden begraven, ons verdriet hadden weggestopt achter blinde woede en wraak, werden we eenzame vechters. We sloten ons aan bij de benden die rondzwierven in het land waar de blanken waren gaan wonen, om te vechten tegen de soldaten. Ik stierf dronken en verslaafd aan alcohol. De kogels die op een dag mijn lichaam troffen, voelden als een regenbui na een lange droogte.
Hierna – zo weet ik – heb ik een aantal levens gehad waar ik als jonge indiaan en als blanke op alles en iedereen schoot wat bewoog. En als vanzelfsprekend stierf ik steeds erg jong. Mijn voorlaatste leven eindigde in een Hurricane, waarmee ik op Duitse vliegtuigen joeg.

Dit hierboven beschreven leven werd wakker op het moment dat ik voor het eerst in mijn leven de drum hoorde. Het was op de introductiedag van de opleiding Sjamanisme en Transformatie van Roelien de Lange en Frans Scheerder. Indianen hadden altijd mijn belangstelling gehad op een manier die ik eigenlijk niet begreep. Nu wel. Nu weet ik waarom ik met mijn vriendjes pijlen en boog maakte, door het hoge gras op het land sloop, waarom we daar onze hut hadden gemaakt en hoe we daar vuur maakten. Maar ook waarom ik huilde bij de boeken die ik las over de Noord-Amerikaanse indianen, en bleef huilen, ook toen ik al het ouderlijk huis uit was. En toen stond ik daar. In de cirkel met nog een twintigtal vrouwen en mannen, waarvan er enkelen op drums sloegen. Iets in mij zei dat ik daar nu onmiddellijk weg moest gaan, terwijl iets anders zich thuis voelde komen.

Vanaf dat moment kon de heling van mijn ziel beginnen. Vanaf het moment dat ik de drum hoorde en ik niet meer weg kon lopen en ik niet meer hoefde te vechten. Vanaf dat moment kwam het oude leven terug in mijn bewustzijn. Kon ik het aan mijn docenten vertellen. Kon ik mijn gevoel en gedrag ten opzichte van de vrouwen in mijn leven verklaren. Hoe ik opnieuw de schreeuw voelde opkomen als ik iets las over onrecht wat vrouwen was aangedaan. Hoe ik dan een woede voelde opkomen, ik mij in een andere tijd wenste waarin ik een wapen ter hand kon nemen om diegene die dat onrecht bij vrouwen had veroorzaakt te bestrijden. Maar ook hoe ik vrouwen op veilige afstand hield en om die reden al mijn relaties strandden. Na de drum ging ik steeds meer zien van dat oude leven. En tegelijkertijd en gedurende de opleiding begreep ik hoe dit lang van invloed was geweest. Waarom ik weigerde een echte verbintenis aan te gaan met een vrouw en weigerde kinderen te krijgen.

In mijn sjamanistische werk kom ik veel oude verwanten tegen. Oude indianenzielen die van trancereizen terugkomen waarin ze weer – vaak voor het eerst – in hun dorp waren en soms belangrijke mensen uit die tijd konden ontmoeten. (Via het geluid van de drum is het mogelijk in een lichte trance te komen, waardoor het mogelijk wordt voorbij je dagbewustzijn te reizen naar andere realiteiten.) Meestal is er dan verdriet. Diep verdriet wat ook nog steeds in de ogen van de oude medicijnmensen is te lezen die ik heb ontmoet. Toen ik het oude verdriet kon toelaten en ik me die dagen herinnerde waarin ik alles verloor wat me heilig was, kon er weer een stroom op gang komen die er toen ook was. Een stroom die gedragen werd door spirit, moeder aarde en het volk waar ik was geboren. De verbondenheid met mijn volk en moeder aarde verliezen, was en is zeer traumatisch, zeker gezien vanuit het perspectief van het toenmalige bewustzijn, wat vooral gericht was op volk, spirit en natuur. Nu willen we dat weer terug. Alleen hebben wij er de grote verbondenheid met materie voor in de plaats gekregen. En dat maakt een ander mens van je. Dat heeft een ander mens van mij gemaakt. Maar juist hierdoor kon ik op zoek naar een hernieuwde verbintenis met mezelf, mijn ziel, de natuur, mijn gemeenschap en met Spirit om er vooral achter te komen dat alles met alles samenhangt en is verbonden. Dat het mijn bewustzijn heeft vergroot en ik een completer mens ben geworden. Aho

Jos Kester is sinds 1996 met sjamanisme verbonden. Spirit Company is de organisatie waaronder hij zijn werkzaamheden verricht. Hij organiseert gatherings, geeft persoonlijke consulten, zweethutten, organiseert de vision quest, geeft basiscursussen sjamanisme en een jaartraining. Meer: www.spiritcompany.org.

 

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix