De zonnewende – En de reis door het landschap van je ziel

astrologische voorspelling Koorddanser

De zonnewende op 21 juni is een goede reden om op innerlijke reis te gaan. Elodie neemt ons mee door het landschap van je ziel.

 

Door Elodie Hunting

 

In deze maand juni vindt er een grote jaarlijks terugkerende gebeurtenis plaats; de zon nadert zijn hoogtepunt en straalt in volle glorie over het ondermaanse. Op 21 juni begint hij aan zijn reis naar de onderwereld, maar daar is hij nog lang niet. Het volgende station is 21 september tijdens de herfstequinox als de dag en de nacht even lang zijn.

In juni gaat de planeet Mercurius retrograde lopen (aan de hemel ‘teruglopen’) in het dierenriemteken Kreeft. Mercurius gidst ons naar onze innerlijke wereld met als thema gewoontes en familie. Bloedbanden bewijzen zichzelf en worden hersteld of verstevigd. Dunne familiaire relaties komen onder de loep te liggen, maar blijven nog bestaan. Pas eind juli wordt hier een definitief besluit over genomen. Juni is dus bij uitstek een maand om iets te gaan doen met familieopstellingen. Dit kan veel verklaren en energie vrijmaken.

De planeet Venus loopt in het dierenriemteken Stier en is daar uitermate vruchtbaar en betrouwbaar. Prille verbindingen worden bestendigd en krijgen de kans uit te groeien tot een volwaardig organisme. De planeet Mars is eindelijk weer direct gaan lopen en maakt een flinke vaart door het teken Weegschaal. Ook al is hij mild in dit teken, toch is er hier sprake van een grote voortvarendheid en doelgerichtheid. In deze maand houdt Mars een grote schoonmaak en ruimt hij restanten van energie op, de zogenaamde losse eindjes.

Maar de hoofdrol is voor de zon. Om dit jaarlijkse zonnewendeproces te verinnerlijken, volgt hier een reis door het landschap van de ziel. Ga in gedachten mee.

 

Je bent buiten in de natuur. Aan de omvang van de grassprieten om je heen weet je dat je klein bent. Je probeert je te bewegen maar dat gaat langzaam en moeizaam. Je hebt ontelbaar veel pootjes onder je ronde dikke lijfje en een enorme honger. Door die honger doe je alles om te bewegen. Je laat je leiden door je instinct al begrijp je er niets van. Tot je een groen sappig blaadje zachtjes voor je ogen heen en weer ziet wiegen. Je hebt nog nooit zo iets lekkers gezien. Daar wil jij al je tanden in zetten en het blaadje helemaal opeten. Je waggelt over de hobbelige grond op weg naar de grote stevige stengel, die zich aan je presenteert als een oprijlaan naar het meest exclusie restaurant dat er bestaat. Je kruipt naar boven en wordt helemaal blij als je ziet dat er niet één, maar talloze blaadjes zijn! Gretig begin je te eten en te eten en te eten en te eten. Onverzadigbaar en onvermoeibaar. Dan val je met een bolle buik in een diepe slaap.

In je droom kun je vliegen. Je vliegt over velden met allemaal blaadjes en bloemen, over zandstranden en wijde zeeën, over hoge bergtoppen en glooiende dalen, je volgt een rivier van de besneeuwde bergtop naar de uitmonding in de zee. Je stijgt recht omhoog naar de sterren die als kaarslichtjes aan de donkerblauwe hemel fonkelen en vindt een rustplaats in de sikkel van de maan. De maan wiegt je zachtjes op en neer en vraagt: ‘Weet je eigenlijk wel wie je bent?’

‘Ja, ik ben een rups’, zeg je.

‘Dat is je verschijningsvorm. Zo kan iedereen je herkennen en je plaatsen. Het kleine, nietige rupsje dat over de grond kruipt en op moet passen voor grote schoenzolen. Het kleine nietige rupsje dat denkt dat ie in de hemel woont, met al die lekkere blaadjes. Maar hoe kom je aan die gedachtes?’

Dat vind je een te moeilijke vraag, of beter, dat vind je een te moeilijk antwoord. Je bent toch een rups?

‘Zeg rups, waar droom jij van?’ vraagt de maan.

Oh, maar dat weet je wel! ‘In mijn dromen kan ik vliegen’, zeg je trots. ‘Zo ben ik bij jou terecht gekomen’.

‘Als je droomt, wie ben je dan? Denk je na? Kijk je naar je lichaam?’

Weer zo’n moeilijke vraag … ‘Nee, ik denk niet na in mijn dromen en ik kijk ook niet naar mijn lichaam. Rupsen kunnen namelijk helemaal niet vliegen, laat staan bij de maan komen.’

‘Maar je bent hier wel … of niet soms?’

Nu moet je wel heel diep naar binnen. Want je wilt de maan een antwoord geven.

Je voelt een draadje dat zich om je heen vouwt. Het houdt je vast als twee zachte, maar stevige armen. Lekker vind je dat, je voelt je geborgen. Het draadje wikkelt zich om je heen als de linnen banden van een mummie. Het beschermt je terwijl jij naar binnen gaat om je antwoord te vinden.

Je gaat dieper en dieper, vergeet dat je in de maansikkel ligt en hoort niets meer. Het wordt stil om je heen en die stilte wordt groter en groter. Je kunt het onderscheid tussen jezelf en de stilte niet meer maken en zelfs je denken ligt buiten je bereik. Heel zacht hoor je een lange, diepe inademing, een korte stilte en een lange, diepe uitademing. Het lijkt wel alsof je erop meedeint. Je laat het allemaal gebeuren en geeft je helemaal over.

Er is niets meer waarin jij jezelf kunt herkennen, nergens meer waar je heen wilt, geen honger te stillen en geen dromen te dromen. Je weet zelfs niet waar je bent. Laat staan wíe je bent.

Hoe lang je in deze toestand bent geweest weet je niet. Je weet alleen dat je langzaam aan het ontwaken bent. Je voelt dat je ruimte groter wordt en schuurt tegen een wand aan. Je schuurt wat harder en opeens sta je in het volle warme zonlicht. Direct kijk je naar boven, op zoek naar de maan. Maar die is er niet meer. Wel zie je een gouden machtig licht aan een strakblauwe hemel, recht boven je. Je schudt met je lijfje en voelt iets raars gebeuren op je rug. Vaag herken je het uit je dromen. Dan stroom je vol met vreugde en uitzinnige blijdschap. Je hebt vleugels! Net als in je droom!

De vraag van de maan heeft je vleugels gegeven, denk je. Maar het was niet de vraag, het was jouw zoektocht naar het antwoord dat je vleugels gaf. Prachtige gekleurde vleugels die je overal kunnen brengen. Je hoeft niet bang meer te zijn voor grote voetzolen. Intens gelukkig stijg je op en vlieg je van de ene naar de andere bloem. Je drinkt van de goddelijke nectar die de bloemen aan je presenteren als zij hun hart ontsluiten. Je wordt er een beetje dronken van, maar blijft uiterst helder van geest. Dit moet je aan de maan vertellen!

Maar het is de zon die tot je spreekt. ‘Je voelt mijn machtige grote licht dat alle duisternis verdrijft. Ik verlicht elk plekje en verwarm alles wat koud is. Ik heb de macht om te bezielen en het leven te geven. Zelfs de maan geef ik elke nacht haar licht, zodat geen enkel levend wezen in totale duisternis hoeft te leven. Ik ben de bron van al het leven. Ook jou heb ik in het leven geleid en je de kans gegeven te worden wie je ten diepste bent. Gevleugeld en goddelijk.’

Je bent onder de indruk en durft nog net een vraag te stellen: ‘Zal ik de maan ooit kunnen bedanken voor de vraag die ze me stelde?’

‘Dat heb je al gedaan door een vlinder te worden. Nu je zoveel vrijheid hebt, vraag ik jou om mij te vergezellen naar de donkere gebieden die wachten op mijn licht. Vanavond start ik mijn reis. We gaan langzaam, maar gestaag.’

Je antwoordt dat je dit verzoek als een eer beschouwt en dat je bij het vallen van de avond zult wachten aan de horizon.

Maar tot die tijd ga je het er flink van nemen! Je fladdert vrolijk door alle landschappen van je dromen. Buitelt met andere vlinders om elkaar. Kust elke rode bloem in het hart en knipoogt veelbetekenend naar elke rups die je tegenkomt.

Meer: wwww.elodiehunting.nl.

 

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix