Heling van de ziel, hoe werkt dat? Deel 4.

Het begon voor Jos Kester met het herkennen van de trilling van de drum. Oude herinneringen en oeroud zeer van vorige levens dienden zich aan en dwongen hem tot een helingsproces.

 

Door Jos Kester

 

Overal is de spanning van verandering en de komst van een nieuwe tijd voelbaar. Het is te merken aan de onrust onder de mensen, bij de dieren, in de natuur. In de natuur slaat het weer plotseling om van zeer heet in ongebruikelijke koelte die gepaard gaat met heftig onweer, windstoten en hagelstenen zo groot als tennisballen. We merken het aan de aarde die beweegt en daardoor tsunami’s veroorzaakt die al duizenden mensen het leven hebben gekost. Aan de rivieren die buiten hun oevers treden. Aan de heftige bosbranden. Aan het smelten van het ijs aan de polen. Er komt verandering. Dat is zeker. Een nieuwe tijd, met nieuwe mensen, die er anders uitzien, die een andere leefstijl en andere gebruiken zullen hebben.

 

Bewogen leven

Ik loop samen met mijn broer naar de plek waar de oude woning van mijn vader heeft gestaan. Het is op tweehonderd meter afstand van de woning waar hij een uur geleden is vertrokken naar de andere zijde van het leven. Ik ga hem, samen met mijn broer, eer bewijzen op de plek waar hij is geboren. Het is de oude afgebroken boerderij van mijn opa. Hier ben ik net als mijn vader geboren, voor we verhuisden naar de overkant van de weg waar hij een tuindersbedrijf had. Op de plek waar de oude boerderij stond is nooit meer iets gebouwd. Het is een grasveld geworden. De oude bomen geven de omtrek van het erf nog aan. Ze staan als een kom rondom de lege plek.

We gaan zitten en zwijgen. Als vanzelf pakken we grond en wrijven dat tussen duim en vingers om te voelen of het vruchtbaar is. Ik bedenk wat mijn vader heeft zien veranderen in zijn leven. Vanaf de plek waar ik nu zit keek hij als jongen uit over eindeloos grasland. Alles gebeurde met de hand en met de paarden. Daarna werd er een weg aangelegd dwars door mijn opa’s land. Er kwamen trekkers, auto’s, kunstmest en pesticiden. Jonge mannen met sigaretten in hun mond brachten deze nieuwe zaken mee van over de oceaan nadat de soldaten waren vertrokken en het land was heroverd op de vijand. Er kwam verandering en een nieuwe tijd, die mijn vader samen met zijn vrouw vol vertrouwen tegemoet trad.

Ik heb naar mijn vader opgekeken. Toen ik klein was. Hoe hij naar mijn moeder keek. Er was vuur in hem, wat later doofde en waardoor ik hem waarschijnlijk om die reden links liet liggen naarmate ik ouder werd. Eigenlijk was ik diep verdrietig en boos dat hij mij niet mee aan de hand heeft genomen om mij te leren hoe de wereld te betreden als je groot bent. Hij liet het me zelf uitzoeken. En erger – als ik vragen had, zei hij dat ik dat aan mijn moeder moest gaan vragen.

Uiteindelijk stierf hij na een bewogen leven in de schoot van de familie die hij had voortgebracht. Ik neem wat aarde mee van de plek om dat in zijn kist te doen. We lopen terug naar het huis aan de overkant van de weg en voegen ons bij de treurende familie. Hij staat nu aan de andere zijde van het leven en kijkt zeer waarschijnlijk vanuit een ander weten naar ons. Totdat hij er klaar voor is, zal hij terugkeren naar de stoffelijke vorm om een nieuwe fase in te gaan.

 

Oud karma

Op een ochtend word ik vroeg wakker. Ik ga naar het strand. Het is er nog stil en leeg. Ik leef nog in de veronderstelling dat ik de dingen van het leven naar mijn hand kan zetten. Dat ik de mensen die ik tegenkom zelf uitkies en dat ik het werk dat ik doe aan mijn eigen inspanningen heb te danken. Ik denk nog dat de relaties die ik heb, zelf kan vormgeven. Dat als ik maar hard genoeg werk, er wel die idyllische, romantische, harmonieuze alles vervullende relatie zal ontstaan. Dat ik niet het voorbeeld van mijn ouders zal volgen, noch de manier waarop zij met elkaar omgingen. Maar hoezeer ik mij daarvan ook bewust ben, ik stap toch in hun voetsporen. Omdat ze nu eenmaal in mijn systeem zitten. Dat is wat zij me hebben voorgeleefd. De reden dat ik in hun voetsporen stap, is dat ik daardoor een oud karma mag oplossen, bewustzijn ga opdoen of ik wil of niet. Heel lang heb ik dat niet gewild. Daardoor bewoog ik mij tussen deze en de andere realiteit: tussen hemel en aarde. Ik zou er later erg goed in worden. Die ochtend op het strand had ik daar nog geen enkel besef van. Ik werd vroeg wakker en ging naar het strand. Het was er stil en leeg. Ik was er alleen met de meeuwen en een groepje duiven die aan de vloedlijn druk in de weer waren met eten. Op zee in de verte zag ik schepen met rode zeilen. Ik weet niet meer of ik droomde of hallucineerde, maar ik keek vol verlangen naar de schepen en verkeerde in de vaste overtuiging dat ze me kwamen halen om me mee naar huis te nemen. Maar ze voeren door. Traag en met de wind vol in hun zeilen. Heel lang bleef ik ze nakijken. In mijn hoofd hoorde ik het nummer van David Bowie: Red Sails. En ik vraag me af wat dit nummer te maken heeft met wat ik destijds zag. En er kwam nog een nummer in mij op: Solsbury Hill van Peter Gabriel, waarin hij ook zingt dat ze hem komen ophalen. Wat ik die ochtend op dat strand weet en voel is dat ik weg wil. Dat ik hier niet hoor op dit moment, in deze tijd en in deze cultuur. Dat ik wil vechten. Maar dat mag niet. Dat hoeft niet meer. Dat waren andere levens. Er wordt nu iets anders van mij verwacht. Maar wat?

 

Gevangen

Dus zocht ik bij vrouwen afleiding voor mijn verwarde geest. En daarmee kwam iets los dat lang, heel lang had vastgezeten in de uithoeken van mijn ziel. Eindelijk na lang aarzelen ging ik het uitzoeken. Oude levens die door muziek tot leven komen. Oude levens die je als in films aan je voorbij ziet trekken. Een drum die van alles wakker maakt. Die me opnieuw verbinding doet maken met mijn vader. Niet vanuit rancune maar vanuit respect voor wie hij was. Is het leven niet als een rivier die hoog in de bergen ontspringt en onstuimig naar beneden afdaalt? En hoe lager de rivier komt, hoe trager de stroom, waarin van alles kan worden overdacht en een plek gegeven om uiteindelijk in de oceaan uit te monden, waar namen er niet meer toe doen. Je bent opgehouden een rivier te zijn. Maken we ons voor niets druk over hoe ons leven verloopt? Ben jij echt degene die bepaalt hoe dat leven verloopt? Of ligt er al lang een blauwdruk van alle leven? Dat bewustzijn buiten ons ligt en het de mate waarin je bent verbonden met dat bewustzijn bepaalt of je gelukkig of ongelukkig bent? Is het inderdaad de illusie van de materie die ons gevangen houdt? Dus uiteindelijk gaat het erom dat het enige zinvolle bestaat uit de reactie op wat zich in je leven voordoet. En dat uiteindelijk iedereen zijn of haar pad heeft te gaan, wat zich daar ook op voordoet. Het is een beangstigende gedachte om het leven te beschouwen en alle ellende te zien als ieders eigen persoonlijke verantwoording. Want als ik de ellende zie die speciaal kinderen en vrouwen wordt aangedaan, dan wil ik vechten en die monsters te vuur en te zwaard bestrijden. Dat leeft nog in mij als een oude overtuiging, maar waarvan ik nu inmiddels weet dat door een dergelijke houding daarvoor geen oplossing is te vinden. De nieuwe houding van de nieuwe mens is in te gaan zien waaróm de ander tot zijn gruweldaad is gekomen, compassie te voelen en niet te veroordelen.

Het is zoals de Dalai Lama het in zijn wijsheid zegt: ‘Het is belangrijk onszelf niet toe te staan ontmoedigd te raken door de omvang van andermans lijden. Het leed van miljoenen is geen reden tot medelijden. Het is liever een reden tot compassie.’

 

Jos Kester is sinds 1996 met sjamanisme verbonden. Hij geeft zweethutten, organiseert de vision quest, geeft basiscursussen sjamanisme, een jaartraining, initiaties en begeleidt en adviseert mensen op knooppunten van hun leven. Meer: www.spiritcompany.org. 

 

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix