Moeders laat je zonen los

De relatie tussen moeders en zonen draagt bij aan de vorming van de wereld zoals we die kennen. Dat ervoer Jos Kester zelf al als kind. Vaders, moeders en zonen: een driehoeksrelatie met gevolgen voor de wereld.

 

Door Jos Kester

 

Het leed van de wereld kan worden samengevat in de relatie tussen de moeder en haar zoon. In een gezonde relatie maakt de zoon zich los van zijn moeder, ook omdat zijn moeder hem zal loslaten. Ze begrijpt dat dit nodig is omdat hij anders nooit bij zijn volwassen mannelijke energie zal kunnen komen als ze dat niet doet. Ze begrijpt dat zijn vader hem dat moet leren en haar zoon afscheid zal moeten nemen van haar omhullende en voedende moederlijke energie. Gebeurt dat niet dan zal hij kind blijven met alle gevolgen voor al zijn latere relaties met vrouwen. Hierdoor kan veel leed ontstaan.

 

Tweede plaats

Ik ben een vader van een zoon. En vanaf het moment van zijn geboorte zie ik hoe de band met zijn moeder haast onverbrekelijk is. Ik ben op de tweede plaats terecht gekomen sinds hij er is. En in eerste instantie verzette ik me hier tegen. Ik dulde niet dat hij mijn plek in wilde nemen en ontstond er tussen hem en mij, zo klein als hij was, een stil gevecht. Een gevecht dat hij niet kon winnen omdat ik nu eenmaal fysiek sterker ben, maar dat hij niet opgaf. Iedere keer wrong hij zich tussen ons in en zette ik hem weer terug op de plek waar hij volgens mijn eigen behoefte hoorde: niet ertussen maar naast zijn moeder, aan de andere kant dan waar ik mij ten opzichte van mijn vrouw bevond. Dit leidde tot een huilend kind en een moeder die mij terecht wees met de woorden: ‘Hij is nog een baby. Jij bent hier de volwassene.’  Langzaam drong het tot me door dat hier al de kiem wordt gelegd in een conflict tussen vader en zoon. Een conflict dat tot in lengte van jaren had kunnen doorgaan en zelfs nooit meer zou zijn overgegaan. En als ik me als zijn vader zou zijn blijven verzetten, had ik iedere dag twee boze familieleden in huis aangetroffen. Als ik me door mijn eigen gekwetstheid hierover zou hebben afgekeerd van mijn vrouw en zoon, dan zou mijn vrouw me dat hebben verweten. Door mij af te sluiten voor hem zal hij niet in staat zijn een volwassen mannelijkheid te ontwikkelen. Hij zal aan zijn moeder blijven hangen. Maar zijn moeder kan hem niet leren wat man zijn betekent. Daarvoor heeft hij zijn vader en andere mannen nodig. En dat begint al vanaf het moment van zijn geboorte. Ik begreep dat mijn zoon zijn moeder meer nodig heeft dan mij en dat ik dat heb te respecteren. Ik zal wachten tot mijn zoon mij opzoekt om te leren wat man-zijn betekent. En als ik hem zijn vrijheid gun, zal dat vanuit hemzelf ontstaan. Tot die momenten begrijp ik dat ik op de tweede plaats kom.

 

De jongen

Ik sta naast mijn vader en kijk naar mijn moeder. Samen met hem kijk ik naar mijn moeder. Ze draait haar voet met haar nieuwe schoen alle kanten op. Het zijn schoenen met hoge hakken, door mannen ontworpen om de kuit van de vrouw mooi uit te laten komen. En mijn moeders kuiten worden er heel mooi van. Ik kijk ook op naar mijn vader. Naar zijn mooie lange gezicht en zijn haar dat hij strak achterover heeft gekamd. Ze vraagt hem of hij de schoenen mooi vindt. Hij knikt. Hij wil dat ze er mooi uitziet. Dat weet ik, omdat hij dat soms tegen haar zegt. En mijn moeder kan er mooi uitzien met haar hoge hakken en jaren-vijftig-jurk. Ik probeer me bij mijn vader op mijn gemak te voelen. Sinds enige tijd zoek ik hem op, wil ik alles van hem weten. Hoe hij eet, hoe hij loopt, hoe hij de hond roept, hoe hij autorijdt, hoe hij zijn haar kamt, hoe hij naar mijn moeder kijkt, hoe hij met andere mannen praat en hoe hij naar andere vrouwen kijkt.

Ik zie hoe mijn vader hartelijk met zijn broers omgaat en met de mannen die op het tuindersbedrijf komen. Ik zie dat hij diezelfde hartelijkheid heeft naar vrouwen, en er dan minder afstand is dan bij mannen. Het is alsof hij ze een beetje betovert. Ze kijken hem met lachende ogen aan en zijn blij met zijn aandacht. Op de een of andere manier word ik er ook blij van. Moet ik van binnen lachen en ben ik trots. Met mij en met mijn vragen en belangstelling weet hij minder goed om te gaan. Hij stuurt me vaak weg met: ‘Ga het je moeder maar vragen.’

Mijn moeder kijkt naar mij en de manier waarop ze naar mij kijkt vervult mijn hele lichaam met vreugde. Op zo’n moment wil ik met haar versmelten, zoals het ooit was. Maar ik durf dat niet meer vanwege haar ogen die me streng kunnen aankijken en kunnen afwijzen. En dan vraagt ze mij wat ik van haar nieuwe schoenen vind. Ik kijk naar haar schoenen met hoge hak en naar haar kuiten en haar jurk en dan kijk ik haar aan. “Mooi mama.” En ik kijk weer naar mijn vader om te zien of mijn antwoord hem bevalt. Hij legt zijn hand heel even op mijn hoofd en loopt weg.

 

Afwezige vaders

Mijn vader heeft geen antwoorden op mijn vragen. Hij laat het antwoordgeven over aan mijn moeder, die ik daarom alles vraag, maar mij niet het antwoord kan geven over mijn kracht. Voor die kracht is ze bang. Ik mag niet vechten met mijn broers. Ik mag niet vechten met mijn vader. Ze wil hem beschermen voor de boosheid die ik voel omdat hij wegblijft, hij me niet meeneemt in zijn wereld met de mannen. Ik loop in de weg en hij heeft geen tijd om zich met mij bezig te houden. Daarom richt ik al mijn aandacht op mijn moeder die dat wel heeft en ik vereenzelvig me met haar houding.

Ik keer me steeds meer af van mijn vader en luister naar mijn moeder. Ik word bang van mannen. Ik begrijp ze niet. Ik begrijp niet waarom hun gevoelens verborgen blijven. Dat ze opscheppen over hun prestaties, hun auto’s en inkomen. Ik leer van mijn moeder andere waarden. Ik waardeer meer haar zachtheid dan de hardheid van mijn vader. Naarmate ik ouder word en ik de zachtheid niet meer bij haar kan vinden, keer ik me van haar af. Al vroeg gaat mijn hunkering uit naar andere vrouwen. Al die vrouwen falen in het vervullen van mijn diepe behoefte er te mogen zijn. Ze kunnen niet het gat vullen dat is geslagen door de afwezigheid van mijn vader en de vereenzelviging met mijn moeder. Ik snapte zelf niet waarom ik al die vrouwen afwees.

Ik snapte het niet, totdat ik op een dag mijn familie mocht opstellen en ik als laatste mijn vader neerzette. Tegenover mij. Recht tegenover mij. En ik vraag hem opnieuw wie hij is. En hij reageert zoals hij dat altijd heeft gedaan. Ontwijkend. Niet direct. Geen antwoord gevend maar erom heen draaiend. En het is alsof heel mijn jeugd en alle pijn over dat hij me niet heeft weggehaald bij mijn moeder, zich als een razernij vanuit mijn maagstreek omhoog werkt, het mijn spieren vult, die zich spannen, om hem vervolgens te willen doodmaken. Er waren twee mannen nodig om mij tegen te houden. Ik wist niet dat ik zo boos was en dat er zo’n boosheid in mij huisde naar de man die mijn verwekker is.

 

Rolmodel

Het is deze boosheid bij mannen die deze wereld doet schudden. En gedurende de vele jaren dat ik met mannen werk, is gebleken dat ik niet de enige ben die het alleen is gaan uitzoeken en die boos is. Ik heb vrede met mijn vader weten te sluiten. En met mijn moeder, die ik steeds wegstuurde als ze opnieuw mijn leven wilde binnendringen. Ik had besloten het alleen uit te zoeken toen ik eenmaal het huis uit was. Ik had me bevrijd van haar dwingende en controlerende aanwezigheid. Mijn contacten met indiaanse medicijnmensen leerden mij inzien waarom jongens hun band met de moeder dienen te verbreken en waarom moeders hun zoons moeten loslaten.

Kracht is iets wat bij mannen hoort. Als die kracht niet wordt uitgenodigd, gaat het zich op een andere manier uiten. Wat zwart-wit gesteld zullen mannen dan ofwel in lethargie vervallen of  worden ze gewelddadig. Om die kracht in jezelf als jongen te onderzoeken moet je met de mannen mee. Dat kun je niet leren bij je moeder. Zij zal haar zoon willen beschermen voor gevaar en moeilijkheden.

Wij zijn gaan geloven dat er geen verschillen bestaan tussen mannen en vrouwen. Maar die zijn er natuurlijk wel. We zijn ze wel anders gaan definiëren en zijn ons bewust dat deze twee krachten ook in onszelf werkzaam zijn. Tegenwoordig wisselen we van rol waarin de vader de zorgtaak op zich neemt en de vrouw voor inkomen zorgt. Daarmee is niet gezegd dat jongens geen man als voorbeeld en rolmodel meer nodig hebben voor hun eigen mannelijkheid. Net zoals dat ook voor meisjes geldt ten opzichte van hun eigen vrouw-zijn en daarvoor naar hun moeder en andere vrouwen kijken. Het is naar mijn mening essentieel voor de ontwikkeling van een gezonde samenleving. En daar hebben we nog wat in te doen.

 

Jos Kester is sinds 1996 met sjamanisme verbonden. Hij geeft persoonlijke consulten, lezingen, zweethutten, organiseert de vision quest, initiaties, basiscursussen sjamanisme en een jaartraining. Meer: www.spiritcompany.org.

 

 

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix