In de naam van God – Interzijn als antwoord

Oude oplossing voor ‘nieuwe’ problematiek rond rol van religie bij geweld

 

In de week dat terroristen toesloegen in Parijs, verscheen in Nederland een imposante verhandeling over het thema religie en geweld: In naam van God. Daar waar atheïsten bij terreur doorgaans met hun beschuldigende vinger naar religie wijzen, blinkt de visie van auteur Karen Armstrong uit in genuanceerdheid. Een verademing in tijden van polarisatie! Het universele geneesmiddel, dat ons behoeden kan voor de valkuilen van angst, dualiteit, polemiek en strijd, vinden we ondertussen elders. In oude gnostische stromingen en boeddhistische zienswijzen bijvoorbeeld.

 

Door Niels Brummelman

 

Om te beginnen een paar cijfers uit de Encyclopedia of Wars: van de 1763 oorlogen tot 2004 gevoerd, hadden 123 een religieuze oorzaak. Dat is welgeteld 7%. Bij de top 3 van religieuze oorlogen (kruistochten, heksenjachten en ketterijbestrijding) vielen in totaal zo’n 370.000 slachtoffers. Dat is veel. Maar als je het vergelijkt met de hoeveelheid doden die vielen in oorlogen die om sociale, economische en/of politieke redenen uitgevochten werden, dan valt het getal in het niet. Neem alleen al de bijna zestig miljoen doden die de atheïst Mao Zedong bij de doorvoering van zijn communistische idealen maakte. Om over de zeventig miljoen doden van de Tweede Wereldoorlog nog maar te zwijgen. Natuurlijk zijn deze vernietigingscampagnes uitgevoerd in een andere tijd en met andere middelen. Maar toch. Komt nog eens bij dat in vroeger tijden religie, cultuur en politiek vrijwel onscheidbaar vermengd waren. Alles, ook oorlog, werd religieus gemotiveerd. Omdat mensen nu eenmaal zin wilden geven aan alles wat ze deden. Daarmee is niet de zingeving bron van alle ellende. Armstrong wijst in haar boek op de rol van de staat, die ‘vanaf het begin de gewelddadige onderwerping van negentig procent van zijn onderdanen vereiste’. Ze ziet maatschappelijke ongelijkheid als de meest fundamentele basis van geweld. En de huidige fundamentalistische islam als een politiek geïnspireerde verzetsbeweging tegen westerse koloniale machten. Natuurlijk loopt Armstrong in haar boek niet weg voor de sektarische haat die zich binnen geloofstradities ontwikkelen kan. Maar evengoed heeft zij oog voor de paciferende en verbindende werking die het geloof door de eeuwen heen óók, misschien wel met name, gehad heeft. Pleitten zowel Jezus als Boeddha niet voor een rechtvaardige, vredige samenleving?

 

In Lak’ech

Over die laatste gesproken: hét boeddhisme of dé boeddhistische leer bestaat niet. Toch zijn er elementen binnen deze levensbeschouwelijke en religieuze stroming die ons in de huidige polemiek kunnen helpen betrokken te blijven zonder partij te worden. Die de verbinding herstellen en ons behoeden voor polarisatie. Die, zoals Armstrong schrijft ‘een mondiaal saamhorigheidsgevoel opbouwen, een gevoel van eerbied en gelijkmoedigheid voor iedereen cultiveren, en de verantwoordelijkheid nemen voor het leed dat we in de wereld zien’. Hoogleraar boeddhistische filosofie prof. dr. André van der Braak: “De boeddhistische visie van het niet bestaan van een autonoom, individueel zelf, en de daaruit volgende opvatting dat alles wat leeft onlosmakelijk wederzijds met elkaar verbonden is, heeft mijns inziens een groot potentieel om allerlei vormen van polarisatie en wij-zij denken tegen te gaan. De Vietnamese zenleraar Thich Nhat Hanh heeft dat mooi vertaald als ‘interzijn’: ‘Ik ben, daarom ben jij er; jij bent; daarom ben ik er’. Vanuit die opvatting van interzijn kunnen we komen tot een waarachtig ecologisch wereldbeeld, waarin we niet krampachtig proberen om onszelf te verdedigen tegen ‘de ander’, maar inzien dat we zelf ook altijd met die ander verbonden zijn. Thich Nhat Hanh benadrukt ook: ‘Het kind in Oeganda, vel over been, dat ben ik… Maar de wapenhandelaar die dodelijke wapens aan Oeganda verkoopt, dat ben ik ook’.” Het ‘In Lak’ech’ of ‘Ik ben een andere jij’ van de oude Maya’s in plaats van het ‘Je suis Charlie’ van nu…

 

Paplepel

Ook in gnostische teksten uit het begin van onze jaartelling wordt, weliswaar in andere bewoordingen, gewag gemaakt van deze elementaire staat van verbondenheid, van dit interzijn. Cultuurhistoricus en kenner van de gnostiek

Jacob Slavenburg: “Oude culturen kenden stromingen waarin ze beleefden dat alles voortgekomen is uit het Ene en daardoor ondergedompeld in dezelfde (goddelijke) stroom. Alles heeft dezelfde kern, ieder op eigen bewustzijnsniveau. In die stromingen leidde dat tot groot respect voor alles wat leeft: mensen, dieren, planten, mineralen. In die culturen werd aan een boom, die risico opleverde voor de mens, eerbiedig gevraagd of deze ontdaan mocht worden van gevaarlijk overhangende takken. In die culturen ging een jager een energetische verbinding aan met het dier dat hij nodig had om te overleven. Voor de huidige materieel ingestelde mensheid zijn dat vrome sprookjes in plaats van beleefbare werkelijkheden. Het moet ons weer met de paplepel ingegoten worden dat wij broeders en zusters van elkaar zijn, voortkomend uit dezelfde oerbron. Om samen – in bonte verscheidenheid – die eenheid weer te kunnen beleven.” Een dergelijke herwaardering van oude wijsheden begint, zoals Slavenburg stelt, al vroeg. Thuis, maar ook op school. Daarbij kan van indoctrinatie geen sprake zijn, want de waarheid laat zich alleen in ons eigen innerlijk vinden en opdelven. Slavenburg: “Door je diepste Zelf te leren kennen, kom je bij de bron van het bestaan. Het is als het ware een ontdekkingsreis. In de gnostiek en de Hermetica werd deze weg ooit onderwezen.”

 

Geestelijke verzorging

Relevant in het licht van de huidige ontwikkelingen: ga je de door Slavenburg aangehaalde weg, dan ben je niet langer afhankelijk van een door anderen gecreëerd godsbeeld. Van de legendarische Hermes Trismegistus is de spreuk overgeleverd: ‘Er is maar één godsdienst, namelijk een beter mens worden’. En de oosterse wijsheidsleraar Vivekananda zei ooit: ‘Het is goed om in een godsdienst geboren te worden, niet om er in te sterven’. De mysticus Eckhart, tot slot, bad naar eigen zeggen dagelijks tot God om hem van God te verlossen. Slavenburg: “Hij bedoelde daarmee het durven loslaten van het godsbeeld waar je zo vertrouwd mee bent, om vrij te worden en zo de goddelijke kracht in jezelf te ontdekken.” Slecht ingevuld zou een dergelijke beweging kunnen neerkomen op navelstaarderij.

 

Van der Braak weet er wel raad mee: “Een nieuwe manier waarop men vanuit het boeddhisme bij kan dragen aan een wereld zonder geweld, is via de boeddhistische geestelijke verzorging: mensen die vanuit hun geworteldheid in boeddhistische beoefening de gevangenissen en ziekenhuizen binnengaan om daar anderen bij te staan. Op de Vrije Universiteit hebben we sinds 2012 een academische opleiding tot boeddhistisch geestelijk verzorger. Daar leiden we bodhisattva’s op om waarachtig bij te dragen aan een betere wereld, met minder geweld en minder lijden. Wat mij betreft een mooi voorbeeld van geëngageerd boeddhisme. Gelukkig komen steeds meer boeddhisten van hun meditatiekussen af om ook in de samenleving van vandaag actief de handen uit de mouwen te steken. Het past in een bredere ontwikkeling die laat zien dat nieuwe spirituelen bovengemiddeld maatschappelijk betrokken zijn.”

Vanuit maatschappelijk betrokkenheid, kritische empathie en met oog voor bestaande verhoudingen en verbanden doen wat je kunt. Zonder daarbij, in de emotionele achtbaan die de waan van de dag nu eenmaal zijn kan, het zicht op jouw wezenskern en die van de ander te verliezen. En altijd onthoudend: de botsing vindt niet tussen beschavingen plaats, maar in ieders hart.

Avdbraak.nl

Jacobslavenburg.nl

 

In de naam van God – over religie en geweld is het nieuwste boek van Karen Armstrong.

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.