Man, ontkleed je!

De man van nu worstelt met zijn identiteit. In een notendop: meedraaien in het huishouden is gewenst. Maar niet te veel, want dat is verwijfd. Psychotherapeut Robert Augustus Masters gaat in zijn boek To be a man op zoek naar een uitweg uit dit mijnenveld van gedrags- en identiteitsproblematiek. Maar dat blijkt zo makkelijk nog niet. 

 

Wat was het simpel vroeger. De vrouw runde het huishouden, zorgde voor de kinderen en bereidde het avondeten. De man werkte buitenshuis en bracht de centen binnen. Zij was moederlijk en onderdanig. Hij de baas. In sommige landen is dit nog steeds het overheersende rollenpatroon. Maar in het Westen al lang niet meer. Een goede ontwikkeling, daar zijn vriend en vijand het over eens. Maar ondertussen hebben beide geslachten het er tijdens de huidige transitiefase maar moeilijk mee. Vrouwen bevinden zich in een bij tijd en wijle onmogelijke en zelfs onverantwoorde spagaat tussen werk en gezin. En mannen… Tja, wat is eigenlijk hún probleem? Het blijkt, als we de recente vakliteratuur er op naslaan, vooral een kwestie van diffuse identiteit. Welke kenmerken definiëren de echte man? Moet hij de oude waarden, samengevat onder de noemer ‘kracht’, vertegenwoordigen, of zich juist kwetsbaar opstellen en emotionele vaardigheden aanleren? Het is koorddansen geblazen. En van dat koord kan hij elk moment afdonderen. Eén misstap en weg identiteit. Daarmee lijkt zijn status in de maatschappelijke beleving eerder sociaal dan biologisch bepaald. Masters verwijst in zijn boek naar de zogenaamde ‘new age man’. Een persoon die wellicht niet gevallen, maar dan toch te ver richting de andere kant van het koord gelopen is: meevoelend, sensitief tot op het weeïge af en zonder oog voor zijn lagere chakra’s. Een man die het contact kwijt is met zijn eigen oerkracht. En dus, net zo goed als de hypermasculiene variant, uit balans is.

 

Helpende hand In tegenstelling tot primitievere samenlevingen, waar je na het ondergaan van overgangsrituelen voor eeuwig tot het mannendom behoorde, staat de westerse man er alleen voor. Met alle twijfel van dien: ben ik wel een échte man? En zo ja, hoe blijf ik het? Dat fenomeen, die twijfel, wordt door sociologen Joseph Vandello en Jennifer Bosson van de University of South Florida ‘precarious manhood’ genoemd. Ofwel: de broosheid van mannelijkheid. Aangetoond is dat de onzekerheid van deze situatie door de man als stressvol ervaren wordt (NRC, 28-9-2013). Hoe welkom daarom de helpende hand die Masters zegt te bieden. Na lezing van zijn To be a man kunnen we stellen dat het een stevige hand is, enigszins beklemmend zelfs. Want wat wordt er al niet van een man verwacht op weg naar iets dat ogenschijnlijk zo vanzelfsprekend is: zichzelf zijn. Volgens Masters leven we in unieke tijden met unieke mogelijkheden voor innerlijke groei. In het korte gesprek dat we met hem hebben – hij is ‘druk, druk, druk’ en betoont zich daarmee een toonbeeld van de traditioneel hardwerkende man – drukt hij zich enigszins algemeen en wollig uit: “Er zijn signalen dat er belangrijke veranderingen voor mannen voor de deur staan. Waaronder een opening naar een diepere, bewustere vorm van mannelijkheid, waarbij kracht, liefde en compassie samenwerken. Relaties tussen mannen en vrouwen bieden daardoor een niet eerder vertoonde kans op wederzijdse heling en een over en weer ontwaken van de ziel. In mannen zie ik een nieuw type krijger verschijnen. Eentje waarin hoofd, hart en lef perfect uitgelijnd zijn. Een krijger waarin zacht- en hardheid, kwetsbaarheid en wilskracht, woede en liefde dynamisch co-existeren. Heeft hij een spiritueel pad, dan is deze even aards als hemels. Tijdens de bewandeling ervan gaat hij intieme relaties aan met alle delen die in hem zijn, licht én donker.”

 

Softer worden Voordat de nieuwe krijger als een feniks uit zijn as kan herrijzen moet er dus heel wat gebeuren. Het pad dat Masters beschrijft, bevat wegwijzers als omgaan met schaamte, werken aan kwetsbaarheid, verstevigen van empathie & emotionele vaardigheden, het onder ogen zien van pijn en het onderkennen van verbanden tussen heden en verleden. Alhoewel hij hem opvallend genoeg nergens in zijn boek bij naam noemt, is Masters, zoals zo veel schrijvers en denkers over dit thema, schatplichtig aan de grote Carl Jung. Want wat de Canadees Masters in zijn boek beschrijft is in feite niets meer of minder dan het door de Zwitserse psychiater en psycholoog gelanceerde concept van individuatie. Deze volwassenwording, heelwording en zelfverwerkelijking beschrijft Masters als volgt: “Softer worden – ontvankelijker, opener en kwetsbaarder – geeft mannen de mogelijkheid dimensies van hemzelf te contacteren en te verpersoonlijken die eerder nog niet toegankelijk waren voor hem. Hij wordt daardoor als mens completer, flexibeler en is hij meer aanwezig in het hier en nu.” Cruciaal element is de erkenning van verloochende delen in hemzelf. Het met bewustzijn en compassie onder ogen komen van oude pijnen en duistere kanten van het karakter. Omhelzing van wat Jung ‘De Schaduw’ noemt. Het softer worden waarover Masters spreekt, heeft volgens hemzelf niets te maken met welke vorm van zwakte dan ook. Het is juist een ‘bron van kracht’, die met name ook in de mannelijke beleving van relaties en seksualiteit tot uiting komt. Want dat het daar scheef zit, tonen de hoge scheidingspercentages en de porno-epidemie wel aan.

 

Zelfonthulling Vooral over dat laatste onderwerp heeft Masters het nodige te zeggen. De alomtegenwoordigheid van pornografie en de algemene tolerantie ervan wijzen volgens hem op een serieus gemis in onze hedendaagse cultuur. Terug naar Victoriaanse tijden biedt geen soelaas; onderdrukken is geen optie. Masters stelt in plaats daarvan voor dat mannen pornografie ontgroeien door de ontmenselijkende uitwerking ervan te doorzien. En door zich te realiseren dat de hang naar pornografie niet-seksuele wortels heeft. Hij schrijft: ‘Als we opgewonden zijn en ons op seks richten, en we zouden werkelijk zien wat ons behalve de seks nog meer drijft, dan zou het in veel gevallen weleens kunnen zijn dat we erachter komen dat we iets heel anders moeten doen dan ons met seks bezighouden. Maar wie wil er zoiets verrukkelijks nu opgeven of verstoren? We hebben onze kleren uit en hebben reuze zin, maar tegelijk verbergen we onszelf, in elk geval tot op zekere hoogte. Wat er nodig is, is een diepere ‘ontkleding’, een diepere zelfonthulling, gevolgd door de doorwerking van alles wat ons ertoe heeft gebracht onze seksualiteit te gebruiken om onszelf af te leiden of verre te houden van alles in ons dat nog niet is geheeld.’ Het gaat er kortom om dat mannen de erotisering van onverwerkte pijn doorhebben en ze hun gedrag in het heden niet langer laten afhangen van ervaringen uit het verleden. Dat is nogal wat. Want zijn wij allen, de verlichten daargelaten, geen sterrenkijkers? Gedoemd om het verleden, en alléén het verleden, te zien? Maar stel dat het tóch lukt om ons daarvan los te koppelen, dan heb je volgens Masters ook wat: “Dan zijn we niet langer verbrokkeld en niet langer overgeleverd aan de genade van een bepaald aspect van onszelf, maar zijn we bewust heel.” Mooi. Maar nogmaals: hoog gegrepen. ‘Alle grote mannen zijn bescheiden’ schreef de Duitse filosoof Lessing. Daarom first things first: eerst eens ‘echte’ mannen worden…

Door Niels Brummelman

‘To be a man’ van Robert Augustus Masters verscheen onlangs bij uitgeverij AnkhHermes. Meer info: www.robertmasters.com

 

 

 

 

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix