De filosofie van het lijden

Schrijver Geert Kimpen stuitte tijdens zijn research op de 17e eeuwse gravin Anne Finch. Een intelligente vrouw in de verkeerde tijd geboren. Over hoe je door omstandigheden niet tot je recht kan komen…

 

Soms kan een enkel zinnetje in een boek een onuitwisbare indruk maken. Zo’n zinnetje dat je denken verandert. Ik deed onderzoek voor mijn roman “De Geheime Newton”. Toen ik in een biografie las over Newton’s eerste ontmoeting met Robert Boyle, stond daar een sterretje bij dat verwees naar een opmerking onderaan de bladzijde. Daarin las ik: “Newton en Boyle ontmoetten elkaar voor het eerst tijdens geheime alchemistische bijeenkomsten op Ragley Hall, het landgoed van gravin Anne Finch.”

Ik fronste mijn wenkbrauwen. Een gravin die geheime bijeenkomsten organiseerde? Ik hoopte dat dit materiaal was voor mijn roman. Met de vasthoudendheid van een terriër beet ik me vast in de rokken van deze gravin. Zo kwam Anne Finch in mijn leven. Ik verlangde ernaar haar te ontmoeten. Ze had me verleid met haar devote neergeslagen blik. Ik voelde dat zij mij haar verhaal wilde vertellen.

Ik reisde mijn Engelse muze achterna. Ik wilde haar opzoeken in haar landhuis in Ragley Hall, in Warwickshire. Velen waren mij voorgegaan. Anne Finch stond bekend om haar gastvrijheid. In haar landgoed logeerden vele beroemde heren zoals Isaac Newton, Robert Boyle, en Henry More. Zij bracht mensen bij elkaar, moedigde ze aan om ideeën uit te wisselen, samen te praten, te discussiëren en te experimenteren. Ze nodigde ze allemaal uit op haar landgoed en als een moeder suste ze de vetes, stopte ze de achterklap, en slaagde erin deze grote ego’s met elkaar te laten samenwerken, in plaats van elkaar aan te vallen in polemieken.

 

Tragisch Het was guur die ochtend in Engeland. Zo’n dag die voelt alsof er een natte handdoek om je heen wordt geslagen. Ik stond voor de toegangspoort van het landgoed. Ik belde aan en zei eenvoudigweg dat ik Geert Kimpen was, een schrijver uit Nederland, een aanbidder die Anne Finch wilde ontmoeten. Het bleef een tijdlang stil door de parlofoon. Maar toen zwaaide langzaam het smeedijzeren hek open en reed ik statig met mijn auto de oprijlaan op, waar zovele koetsen met zovele beroemde gasten mij voorgegaan waren. Op de arduinen trappen voor het landgoed stond een jonge vrouw in een lichtbruin mantelpakje, een gebreide, beige sjaal om haar schouders heen geslagen. Zo moest ook Anne Finch daar gestaan hebben. Even sloeg ze de ogen neer. Ze leidde me mee naar binnen, bracht me naar de ontbijtkamer en ik nam plaats aan een tafel van glanzend perenhout, zwevend op drie frêle poten.

“Anne Finch,” zei de jonge vrouw nadat ze van haar thee had genipt, “daar vraagt haast nooit iemand naar.”

Ik knikte begrijpend. Ik kende inmiddels Anne’s tragische lot. Ze was één van de meest ontwikkelde vrouwen uit de zeventiende eeuw maar niets was van haar overgebleven, zelfs geen erfgename. Op tweejarige leeftijd was haar enige zoontje bezweken aan pokken. Het was de enige periode in haar leven dat de filosofie haar niet troosten kon, daar was het verdriet te ondraaglijk voor. Daarna werd ze nooit meer zwanger. Aan Anne lag het niet. Zij schreef in haar filosofisch werk:“We zien bij alle diersoorten dat mannetjes en vrouwtjes van elkaar houden en dat ze tijdens het paren (wat beslist niet zondig of tegennatuurlijk is) om elkaar geven. Dit komt omdat ze zo opmerkelijk veel op elkaar gelijken. Zelfs boosaardige mensen houden van hun nageslacht. Naast deze persoonlijke liefde bestaat er ook een universele liefde van alle schepselen voor elkaar.”

De jonge vrouw leidde me naar het roze slaapvertrek van Anne Finch. Tragisch genoeg had ze hier het grootste gedeelte van haar leven doorgebracht. Vanaf haar vroegste jeugd was ze gekweld geweest door hoofdpijnen. Hoofdpijnen die alsmaar toenamen naarmate ze ouder werd, en eigenlijk ondraaglijk werden. Maar zoals alles van waarde een offer vraagt, was ook dit grote lijden, haar grootste zegening. In haar levenslange zoektocht naar verlichting van haar pijn kwam ze in aanraking met de meest briljante geesten.

Dokters van nu zijn lichtgewichten vergeleken met de artsen uit haar tijd. Genezen was slechts één kleur op hun veelzijdig palet aan talenten. Ze waren tegelijkertijd alchemist, uitvinder, architect, theoloog, kunstenaar, schrijver en filosoof. Ze noemden zichzelf dan ook natuurfilosofen. Mensen met geen andere ambitie dan de gehele werking van de natuur en het heelal te doorgronden. In die tijd gingen wetenschap en spiritualiteit nog hand in hand. Het waren geen tegengestelden, maar ze vulden elkaar aan in het zoeken naar antwoorden op de grote vragen des levens.

 

Mededogen Over geen enkele hoofdpijn braken zoveel grote geesten hun hoofd dan over die van Anne Finch. Allemaal wilden ze Anne helpen. Er werden haar aderlatingen gegeven, handopleggingen, alchemistische rode en blauwe poeders toegediend, men probeerde haar te genezen met koffie, tabak, opium en kwikzilver en éénmaal werd bijna haar schedel gelicht in Frankrijk, tot de arts op het laatste moment besloot dat een paar sneden in haar halsslagader een betere remedie zouden zijn. Anne Finch verweet het haar vrienden niet dat ze uiteindelijk haar niet konden helpen. In de plaats daarvan filosofeerde ze met hen en verrijkte ze haar geest.

Haar grootste levensvraagstuk werd waarom de mens moest lijden. Wat was de zin van het lijden in de wereld? Deze vraag liet haar nooit meer los. Daar dacht ze uren over na terwijl zij daar rechtop zat in haar hemelbed, de gordijnen gesloten, terwijl iedereen in huis op zijn kniekousen liep omdat ieder geluid voor haar een kwelling was. Het lijden was er, kwam ze tot de conclusie, om de mens te zuiveren. Wie leed werd een beter mens met meer mededogen, begrip, geduld en warmte. Lijden was een belangrijke stap in de spirituele ontwikkeling van de mens. Het bracht de ijdele mens tot nederigheid. God reist altijd incognito, wist ze. Pas als je terugkeek op wat je in je leven was overkomen, zag je Gods hand erin. Dan zag je de zegening in je rampspoed.

Hoe ondraaglijk het lijden van een mens ook in zijn leven was, het zou in het niets vallen met de zalige staat van zijn die de mens zou bereiken wanneer hij overging na de dood. Als kabbaliste was ze overtuigd van de eeuwigheid van het leven. Dit leven dat we nu leiden is slechts een onderdeel in een eeuwige cyclus waarin we telkens transformeren naar een nieuwe vorm van leven. Het volgende leven zou beter kunnen zijn, wanneer we goed leefden, en slechter, wanneer we niets van ons leven gemaakt hadden. Ze geloofde niet in een hel, en niet in een wraaklustige God. “God is liefde en mededogen”, schreef ze, “en daarom is het ondenkbaar dat hij zijn schepselen zou straffen. Hij is een vader, geen tiran. Het is niet God die de mensen vervloekt, ze vervloeken zichzelf door hun rug te keren naar het goede.”

 

Onzichtbaar College Ik werd bevangen door de schoonheid van de okergele eetkamer op Ragley Hall. De tafel was gedekt met blinkend zilveren servies alsof er ieder moment een groep gasten kon binnenkomen om te dineren. Hier hadden ze dus gezeten, al die beroemde vrienden van Anne. Hier hadden ze onder het genot van de meest exquise gerechten en wijnen, gepraat, gefilosofeerd en gediscussieerd. Ze hadden zichzelf een naam gegeven:“Het Onzichtbare College”. Een genootschap van vrije geesten die hier, ver van Londen en van alle drukte, in alle rust hun geheime onderzoek met elkaar konden delen. In hun “Onzichtbare College” waren de leden vrij om zich uit te spreken. Discretie was gegarandeerd en niemand zou het in zijn hoofd halen, hoe geschokt hij misschien ook was door wat hij daar hoorde aan de eettafel bij Anne Finch, het naar buiten te brengen. Zo werd Anne Finch’s Onzichtbare College de directe voorloper van de vrijmetselaarsloge die niet veel later door Desaguliers en Newton in Londen zou opgericht worden. Geïnspireerd door de manier waarop ze hier aan de eettafel bij Anne Finch respectvol met elkaar omgingen.

Anne’s hoofdpijn werd steeds scherper en ondraaglijker. Toch schreef Anne met een klein zwart potlood in die laatste getormenteerde jaren haar boek. “Principes van de meest oude en moderne filosofie”, was de titel.

Ze maakte het boek af maar het werd haar niet gegund de publicatie mee te maken. Uiteindelijk werd ze geveld door de gestaag doorbeukende bokser in haar hersenen. Maar ook in die laatste dagen van haar leven bleef ze waardig, vriendelijk, elegant. Ze klaagde zelden en zag berustend haar dood tegemoet. De Vlaamse dokter Francis van Helmont hield haar hand vast op die zaterdagmiddag toen ze haar ogen sloot op 47-jarige leeftijd in 1679. Nadat hij zijn tranen had gedroogd, schreef hij een brief aan haar echtgenoot om hem van de dood van zijn vrouw op de hoogte te brengen. Hij balsemde haar lichaam met een alchemistisch recept van aromatische wijnen en baarde haar op in een glazen kist in de huidkleurige geschilderde hal van het kasteel. Terwijl ik daar sta, in het midden van de hal, probeer ik me voor te stellen hoe Lord Conway hier de deuren opengooide na zijn reis vanuit Ierland. Hoe hij terwijl het buiten bliksemde en donderde zich op zijn knieën wierp bij zijn Sneeuwwitje in de glazen kist.

Van Helmont zorgde ervoor dat Anne’s boek postuum in Amsterdam in 1690 werd uitgegeven, maar zonder vermelding van haar naam. Want wie zou er een filosofisch boek van een vrouw willen lezen? Dat nam niemand serieus. En zo verdween Anne Finch net zo geruisloos als de plooien van haar rokken in de geschiedenis. Ik neem afscheid van mijn gastvrouw in het mantelpakje. Ze drukt me de hand en ik voel even een koud briesje. Is het verbeelding dat wanneer ik in haar ogen kijk, het even lijkt of het de milde blik van Anne Finch is die ik ontmoet? Haar lichaam is dood, maar haar geest is getransformeerd, zoals ze zelf geloofde. En heel even mocht ik haar in de ogen kijken. Zo’n vrouw die je ontmoet en die je leven en de kijk op de dingen een beetje verandert.

 

Door Geert Kimpen

 

Meer over de wonderlijke Anne Finch is te lezen in de nieuwe spannende roman ‘De Geheime Newton’ van Geert Kimpen, overal te koop en ook via www.geertkimpen.com.

 

 

 

 

 

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix