Brahma-vihara: de vier verheven staten van de geest

Brahma-vihara

Brahma-vihara: de vier verheven staten van de geest

Volgens de Yoga Sûtras van Patañjali

 

 

De constante stroom gedachten die door ieders hoofd gaan, is onderwerp van aandacht in menige spirituele traditie. In de yoga gaat het om zuivering. Wat zei Patañjali er ook alweer over, honderden jaren geleden?

 

 

Door Paul van Oyen

 

Wij vormen onderdeel van de schepping. De schepping is als een toneel of een film en daarom is het noodzakelijk dat we innerlijk stil kunnen blijven zonder ons te laten meeslepen door allerlei bewegingen in onze geest en om ons heen. Alleen dan kunnen we echt van de film genieten. We leren dan om toe te kijken hoe hoofd, hart en lichaam samenwerken, elkaar beïnvloeden en functioneren. Het vermogen om toe te blijven kijken is een eerste vereiste om ons verder te ontwikkelen in bewustzijn. Door toe te kijken kunnen we tot inzicht en begrip komen om vervolgens te veranderen, als we daartoe besluiten. Door een beroep te doen op ons bewustzijn, doen we een beroep op onze innerlijke eenheid en zuiverheid. Als zodanig is ons bewustzijn zuiver, één en onbegrensd; onze goddelijke oorsprong. Om dit in te zien dient onze geest tot rust te komen, helder en schoongemaakt.

De wijsgeer Patañjali, auteur van de Yoga Sûtras, zegt over Brahma-vihara (sûtra 1,33):

De geest wordt gezuiverd door vriendelijkheid (maitrî), mededogen (karunâ), blijdschap (muditâ) en door onverschilligheid ten aanzien van tegengestelden (upekshâ) aan te kweken.

 

Brahma-vihara

Deze vier eigenschappen vinden we ook terug in het boeddhisme en zij staan daar bekend als de Brahma-vihara: de vier verheven staten van de geest. Zij vormen een duidelijk schild tegen de inwerking van onze kortzichtigheid en onze innerlijke vijanden die daaraan gepaard gaan: lust, woede en boosheid, hebzucht, waan en misleiding, verslaving en afgunst. Stap voor stap zullen we ons beter en gelukkiger voelen. Rust en vrede komen in beeld als praktische propositie. Deze vier kwaliteiten vormen de basis voor een universele verbondenheid waardoor allerlei onzuiverheden en perverse toestanden in onze geest worden opgelost. Onze verslaving aan sensueel genot vermindert en we raken steeds meer geïnteresseerd in onze goddelijke oorsprong en natuur die ons dagelijkse leven beïnvloeden.

 

Ons innerlijk weet heel goed hoe we in iedere omstandigheid vriendelijk kunnen blijven, als we dat willen.

 

Alles is afhankelijk van de innerlijke staat van onze geest. We handelen al naar gelang de wensen en verlangens die in onze geest oprijzen. Als we aan de slag gaan en ons gaan toeleggen op het schoonmaken en zuiveren van de geest, zullen onze wensen zuiverder worden. Dan worden onze handelingen vanzelf ook zuiverder, krachtiger en standvastig. Als de geest vol onzuiverheden en vol twijfels blijft, zullen onze handelingen onzuiver blijven, krachteloos en tijdelijk. Het is van groot belang om onze geest schoon te maken en daar steeds verder mee door te gaan. Het is de basis voor een deugdelijk en rechtvaardig leven.

 

Vriendelijkheid

Als ik de vraag zou stellen hoe het is gesteld met ons vermogen om altijd vriendelijk te blijven, in alle omstandigheden, hoe we uit eigen ervaring kunnen spreken over de betekenis en reikwijdte van mededogen en hoe dikwijls we innerlijk blij zijn, zal het antwoord meestal ontwijkend zijn of hoogstens aangeven dat er nog wel wat werk is te verzetten.

Maar als ik tegelijkertijd de vraag zou stellen hoe het is gesteld met onze ambitie om een zekere mate van welstand en van welzijn te bereiken voor onszelf en voor onze kinderen, dan zal het antwoord meestal zijn dat we daar druk mee bezig zijn en dat we in mindere of meerdere mate op die weg gevorderd zijn. Meestal blijkt dat we ons veel moeite getroosten om vorderingen te maken bij het veilig stellen van een comfortabel en veilig bestaan in de fysieke wereld terwijl het schoonmaken of zuiveren van ons innerlijk geen of nauwelijks aandacht krijgt. Toch is onze relatie met de tijdloze en goddelijke kant in onszelf de beste garantie voor welzijn en geluk hoewel die zich per definitie niet in de grootte van onze bankrekening laten afmeten.

Onze prioriteiten liggen, ondanks de schijn van het tegendeel, vrijwel altijd bij onze relatie en omgang met ons fysieke bestaan. Dat die relatie rechtstreeks afhankelijk is van de helderheid en zuiverheid van ons innerlijk willen we liever niet inzien. Hier ligt een groot struikelblok voor verdere ontwikkeling in bewustzijn. De wijze Patañjali kiest terecht als eerste kwaliteit van de Brahma-vihara die van vriendelijkheid (maitrî) in alle omstandigheden. Wat een kei van een vent of wat een grote dame is die mens die in staat is altijd vriendelijk te blijven! Ons innerlijk weet heel goed hoe we in iedere omstandigheid vriendelijk kunnen blijven, als we dat willen. De kennis is beschikbaar maar de innerlijke motivatie, onze wil, laat het dikwijls afweten.

 

Mededogen

De volgende stap van de Brahma-vihara is volgens Patañjali die van mededogen (karunâ). Bij deze stap opent het innerlijk van de mens zich en heeft niet langer de behoefte aan een scherpe tong die alles en iedereen analyseert en op basis daarvan tot conclusies komt. Wanneer de geest zacht en transparant wordt, stelt de geest zich in de eerste plaats passief op en gedraagt zich als een luisterend oor zonder er als de kippen bij te zijn om standpunten te verdedigen. Een zachtmoedige geest heeft geen behoefte aan agressiviteit en stelt zich ook niet defensief op maar heeft een veel grotere behoefte om alles en iedereen in eenheid te vatten. Die eenheid is uiteindelijk alomvattend waarin alle tegengestelden oplossen. In zachtmoedigheid vindt dit oplossingsproces plaats en transformeren situaties naar een universaliteit waarin het persoonlijke langzaam kan oplossen. Dit is de basis voor mededogen en compassie. Deze mens is werkelijk mens geworden en straalt dit uit.

Emotionele krachten rijzen vanzelf op om naar buiten te treden. Een van deze krachten is die van compassie, de derde ‘verheven’ staat van de geest, dat wil zeggen deelgenoot zijn in het lijden van anderen. Het doel van compassie is om alle belemmeringen voor de manifestatie van gelukzaligheid in de kosmos weg te nemen. Wie mededogend is heeft veel aanleg om alle pijn, ellende, kwaadaardigheid en slechtheid in zijn of haar hart te voelen. Dat is de aard van mededogen. Wezens met een zuiver innerlijk staan in verbinding met de universele geest, waardoor zij gemakkelijk deelgenoot kunnen worden van de pijn en ellende van anderen. Het is niet nodig om je door je emoties te laten meeslepen. Het feit blijft dat het Zelf, het Absolute, geheel vrij is en ongebonden. Het is de eeuwige Getuige.

 

Blijdschap & beheersing

Alle mensen zijn op zoek naar geluk. Innerlijke blijmoedigheid behelst het vermogen om dat geluk, waarnaar iedereen op zoek is, in de eerste plaats zelf te vinden, bijvoorbeeld in de vorm van blijdschap, en om die innerlijke blijdschap of dat geluk vervolgens zonder enige terughoudendheid te delen met alle wezens en in alle omstandigheden. Ook bij muditâ, innerlijke blijdschap of blijmoedigheid van de Brahma-vihara, gaat het om in alle omstandigheden blijmoedig te blijven en die innerlijke blijdschap te delen met anderen. Hier is sprake van een grote mate van innerlijke zelfbeheersing die maakt dat deze mens koersvast (ekarasa) is geworden in alle omstandigheden. Wie deze mate van zelfbeheersing heeft gevonden en heeft verwerkelijkt, blijft in alle omstandigheden bij zichzelf en laat zich door niets of niemand van de wijs brengen. Deze mens blijft altijd bij zichzelf, zowel bij plezier als bij pijn, bij geluk en bij ongeluk, bij succes en mislukking. Deze mens blijft zichzelf.

Alleen dat is al een forse uitdaging, die, hoe dan ook, zeer de moeite waard is om uit te proberen. Het is uiteindelijk allemaal een kwestie van wil.

 

Paul van Oyen studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam. Naast een loopbaan in het internationale bankvak bestudeerde hij in Londen praktische filosofie, advaita vedanta en de Bijbel onder zijn leermeester Leon MacLaren. Thans wijdt hij zich vooral aan de praktische kant van de leringen van Shankara met een aantal initiatieven in de financiële wereld zoals samenwerking door middel van kredietunies en het herintroduceren van rentevrij financieren. Als discipel van ZH Shrî Bhâratî Tîrtha, Shankarâcârya, is hij nauw verbonden aan de Heilige Stoel (Pîtha) van Shringeri in Karnâtaka (Zuid India). Eerder verscheen in een vertaling van hem ‘Shankara de Rede als Bekroning’ van Vivekacudamani. In september verschijnt een geheel nieuwe vertaling van de Bhagavad Gîtâ met zijn commentaar. Meer: www.pvanoyen.nl.

 

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix