Kiezen uit 5 actuele god-smaken

5 god-smaken

De term god is nogal beladen door het gebruik ervan in religieuze contexten. En met een hoofdletter schrijft bijna niemand dit woord meer. Toch voelen – ondanks de ontkerkelijking – veel mensen zich ergens mee verbonden Theoloog en judaïcus Philippe van Heusden zet de huidige vijf god-smaken op een rij. Een boeiende menukaart.

 

Door Philippe van Heusden

 

In de afgelopen vijftig jaar is het religieuze landschap in de Westerse wereld onmiskenbaar en drastisch veranderd. Nederland is van een hoog-kerkelijk, christelijk land een buitenkerkelijk, post-christelijk land geworden. Inmiddels zo’n 70% van de Nederlandse bevolking rekent zich niet langer tot een gevestigde godsdienst. Dat betekent niet dat deze mensen allemaal ongelovig zijn geworden of pur sang materialist of immoreel hedonist, want van god los. Maar met de kerkverlating heeft de traditionele christelijke god als een van de god-smaken wel een geduchte knauw gekregen, overigens ook onder de gelovigen die gebleven zijn.

 

Spirituele bronnen

Veel mensen zijn anders gaan geloven. Ze ‘bricoleren’ er lustig op los en stellen met knippen en plakken uit allerlei – soms elkaar ook tegensprekende – spirituele bronnen hun eigen particuliere levensbeschouwelijke pakketje en god-smaken samen. Onder hen bevinden zich veel voormalige kerkgangers, die zijn weggedreven naar een vagere spiritualiteit. Reïncarnatie, yoga, mindfulness en Meister Eckhart vinden er even gemakkelijk een plek als bijna-dood-ervaring, tarot, de I Tjing en wicca.

Kenmerkend voor deze vrije spirituele mensen is ook: ‘believing’ without ‘belonging’. Men verbindt zich niet meer aan een levensbeschouwelijke organisatie. Dat spoort met een algemene trend die ook opgaat voor omroepen, politieke partijen en goede doelen. Het verklaart tevens waarom een organisatie als het Humanistisch Verbond met ca. 15.000 leden slechts de omvang heeft van een christelijke splinterkerk. Ondanks een potentiële markt van miljoenen buitenkerkelijken.

 

Vloeibare identiteit

De socioloog Zygmunt Bauman heeft dit gegeven gemunt als een kenmerk van de moderne samenleving: mensen hebben een vloeibare identiteit. Ze wisselen niet alleen voortdurend van rol al naar gelang de context, maar ‘zijn’ ook verschillende personages. Wie ze ‘werkelijk’ zijn, ligt niet vast. Ze zijn hun eigen voortdurende project geworden. Best vermoeiend, maar herkent u het een beetje?

Model hiervoor staat de popster David Bowie (1947-2016). Als geen ander speelde hij met culturele, mode- en genderstereotypen. Hij was daarin niet alleen volger, maar ook trendsetter. Op de vraag of hij in God geloofde, antwoordde hij: “Ik geloof in een vorm van energie.” En gevraagd naar zijn vorm van eredienst, zei hij: “Leven, ik houd heel erg van leven.” Bowie flirtte met godsdiensten en levensbeschouwingen. Hij stoeide even gemakkelijk met het Tibetaans boeddhisme als met de kabbala, ruim voordat Madonna die ontdekte. Hij was een spirituele zoeker die zich nergens op vastlegde en wiens zoektocht doorklonk in zijn soms mysterieuze songteksten.

 

Vijf god-smaken

Uit welke god-smaken kunnen we tegenwoordig dan zoal kiezen?

 

  1. Er is natuurlijk nog steeds het klassieke theïsme: het geloof in een persoonlijke, op mensen lijkende god die boven de wereld verheven is (transcendent), de wereld geschapen heeft uit het niets en die door middel van wonderen in de wereld ingrijpt. Hij – want vaak voorgesteld als een man, bijvoorbeeld een oude man met een baard op een wolk – bemoeit zich bovendien met ieder van ons persoonlijk en beloont de mensen met de hemel of de hel, al naar gelang hun daden. Dit godsbeeld heeft weliswaar bijbelse wortels, maar is vooral een kind van het Verlichtingsdenken, een soort laatste reddingsboei om de opkomst van het rationalistisch atheïsme te stuiten. Tevergeefs, want behoudens in uiterst orthodoxe kerken, bijvoorbeeld op de Veluwe, is dit godsgeloof op z’n retour, dus ook in de gevestigde grote kerkgenootschappen, het meest nog onder de katholieken. We bevinden ons tegenwoordig in een post-theïstisch tijdperk.

 

  1. Het nieuwe, nihilistisch atheïsme reduceert alles wat bestaat tot niets dan materie. Er is niets dat deze materie overstijgt. God bestaat niet, is een verzinsel van de mens. Het bestaan is zinloos. Geloof en rede sluiten elkaar uit. Om moreel goed te handelen hebben we god niet nodig. Woordvoerders van deze stroming zijn spraakmakende wetenschappers als Sam Harris, Richard Dawkins en Daniel Dennet, en in Nederland Paul Cliteur en Dick Swaab (Wij zijn ons brein). Ze bestempelen geloof als infantiel, irrationeel en inherent kwaadaardig. De wereld en haar vooruitgang zijn beter af zonder. Het wereldbeeld van deze stroming is ontleend aan de natuurwetenschappen, waar het veel aanhangers vindt, maar ook daarbuiten. In de Nederlandse media is het behoorlijk bon ton onder de spraakmakende opiniemakers. Opvallend is het felle, bijna intolerante karakter van hun polemiek, die vooral gericht lijkt tegen jodendom en christendom, maar sinds 9/11 met name tegen de islam.

 

  1. Het religieus atheïsme verwerpt het nihilisme van het klassieke en nieuwe atheïsme. Het idee dat het bestaan of de kosmos zinloos is, wordt aangevochten. Het bestaan wordt zelfs intrinsiek zinvol geacht, mensen kunnen die ontdekken, maar die zin heeft geen bovennatuurlijke of goddelijke oorsprong. De woordvoerders van deze stroming – veelal filosofen – benadrukken vaak de verwondering over het bestaan en het mysterie ervan. Ze stemmen met elkaar overeen dat spiritualiteit zonder god mogelijk is. Sommigen verwijzen daarvoor naar christelijke mystici, die in hun ogen pure atheïsten zijn. Anderen putten uit de vóór-christelijke Stoa. Bekende vertegenwoordigers van het religieus atheïsme zijn de Vlamingen Ulrich Libbrecht en Leo Apostel, de Amerikaan Ronald Dworkin en in Nederland de filosoof Arnold Ziegelaar, die in 2015 met Aardse mystiek een opmerkelijke levenskunstfilosofie publiceerde.

 

  1. Ook het religieus naturalisme verwerpt het nihilisme door een andere interpretatie van de natuurwetenschappen te geven. Daarbij wordt de kosmologische geschiedenis van de ontwikkeling van het heelal verbonden met de biologisch-evolutionaire geschiedenis van de ontwikkeling van het leven op aarde. Beide worden zo omgesmeed tot een nieuw en zin-stichtend verhaal van mythische proporties, het Epos van Evolutie, waarin alle levende wezens van alle tijden betrokken zijn, inclusief bijbehorende ethiek. Toch wordt iedere bovennatuurlijke werkelijkheid of god afgewezen. Alles wat er gebeurt, heeft natuurlijke oorzaken. Maar de doorgronding hiervan middels de wetenschap leidt tot diepe eerbied en tot de slotsom dat de kosmos zelf intrinsieke heilig is, overigens zonder dat dit aanleiding geeft tot aanbidding. De keerzijde is dat het religieus naturalisme de natuur wat idealiseert en weinig oog lijkt te hebben voor haar duistere kant. Bekende vertegenwoordigers zijn Albert Einstein, Ursula Goodenough en Carl Sagan.

 

  1. Het post-theïsme is religieus denken na het theïsme. Geloof is niet de stellige overtuiging dat god bestaat, maar een tastend zoeken, een heen en weer pendelen tussen geloof en ongeloof. God is niet present, maar de permanente en alomvattende afwezige. Voor zover god zich laat vinden, is dat in het spoor dat hij nalaat, de werkelijkheid zelf, “een uit gods hand gevallen ansichtkaart” (Joost Zwagerman). Ook de mens is vindplaats van god; god toont zich daar als een van ons. God heeft zich ontledigd (Filippenzen 2:7) en is een zwakke god geworden. Het post-theïsme rekent dus af met alle oude metafysica en een god die boven alles uit troont. Het doet ergens heel horizontaal en aards aan. Niettemin schuren sommige vertegenwoordigers tegen het christendom aan. Ze laten zich inspireren door de middeleeuwse mysticus Meister Eckhart of door 20ste-eeuwse theologen als Dietrich Bonhoeffer en Paul Tilich. Bekende post-theïstische denkers zijn Gianni Vattimo, Richard Kearney en John Caputo.

 

Dat wordt nog moeilijk kiezen tussen deze vijf god-smaken. In de praktijk maakt u er misschien, modern en vloeibaar als u bent, een mix van. Of u wilt toch eerst verder proeven? Dat kan in het boek God, iets of niets? van godsdienstfilosoof Taede Smedes. Hij legt het allemaal haarfijn uit, uitputtender, sprankelender en genuanceerder dan ik het hierboven heb weergegeven. Ik denk dat hij zichzelf rekent tot de post-theïsten. Maar ook dat kunt u zelf ontdekken.

 

Philippe van Heusden is theoloog/judaïcus en onder meer werkzaam als docent aan de Academie voor Geesteswetenschappen.

 

Taede Smedes, God, iets of niets? De post-seculiere maatschappij tussen geloof en ongeloof, Uitgeverij AUP, Amsterdam, 2016. Overal te krijgen of te bestellen.

 

Interview met de schrijver Taede Smedes in Trouw van 20 september 2016. Klik hier.

 

 

Toch een 6e god-smaak?

Het evangelie zoals Alla Avilova het ziet

 

Net als het het artikel van Philippe online staat, lees ik het boek dat Alla Avilova schreef over hoe haar Jezus-beeld en daarmee ook haar godsbeeld zich ontwikkelde.

Is het een ‘soort’ post-theisme’? Jezus is voor Alla vooral een spiritueel leraar dan wel inspirator. En met dit boek hoopt ze anderen te inspireren op een nieuwe (lees: haar) manier van kijken naar Jezus.

Bij de met een christelijk-westerse bril naar Jezus kijkende Alla (zonder h aan het eind) wordt niets uitgesloten. “Als er een God-Schepper bestaat”, schrijft ze, “dan heeft hij het bestaan als geheel geschapen en is het zijn belangrijkste taak om te zorgen voor de eeuwigheid van het bestaan. Persoonlijk kan ik me geen belangrijker taak dan deze voorstellen. En als dat zo is, dan moet zijn wil zich uitstrekken over alles wat deze eeuwigheid in stand houdt, inclusief de verschijnselen die niet door hem gereguleerd worden.”

Ziedaar de steen des aanstoot van iedere religieuze denker. Want met een godheid komt verantwoordelijkheid. Voor de schoonheid en de lelijkheid des levens,  en de nare vragen zoals ‘als god liefde is waarom dan zoveel narigheid’.

Alla heeft hier ook niet zo’n helder antwoord op, maar neemt de afslag van christelijke liefde, agape. Liefde voor god en voor je naaste als jezelf, het grootste gebod van Jezus.

Dit aan te nemen wordt een keuze, ja een ouderwetse vorm van geloven in wat goed voor je is. Met alla zijn er miljoenen het hierover eens.  En als dan het woord ‘zonde’, in hoofdstuk 13, aan de orde komt, merk ik dat mijn zoektocht naar levend water, geest en inspiratie in het boek vermoedelijk niets gaat opleveren.

Het boek wordt zo een van de vele particuliere pogingen uit een oud en uitgewoond Jezus-concept een nieuwe wijn te tappen.

Tot ik bij hoofdstuk 21 toch weer opveer: “Waarvan kan de waarheid de mens verlossen? Van illusies. Van dwalingen. Van hoop op iets wat niet bestaat. Van wachten op het onmogelijke. (…) Van blindheid die ons ervan weerhoudt om het belangrijkste in het leven te kunnen zien. De waarheid die men uit eigen daden leert kennen.”

Wat mij betreft had Alla het boek hiermee mogen beginnen.

Ewald Wagenaar

 

Alla Avilova, Mijn evangelie, zelf ontdekken wat Jezus jou te vertellen heeft. Uitgeverij Kok, 2018.

 

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.