Het onverzadigbare ego van Marie

onverzadigbare ego

Marie doet enorm haar best in het leven. Ze is de ultieme vrijwilliger. Ze werkt bij vluchtelingen en ze organiseert de scouting in haar woonplaats. Ze heeft behalve haar eigen kinderen en kleinkinderen, diverse pleegkinderen. Als ik met haar iets wil bespreken over mijn kleindochter, die geniet van de zaterdagse scoutingclub, waar altijd weer iets spannends gebeurt, dan moet ik bijna audiëntie aanvragen. Zo druk is Marie. Ze heeft haar spullen altijd voor elkaar, desnoods staat ze om vijf uur ‘s morgens op of werkt ze tot diep in de nacht. Op Marie kun je rekenen. Ze vertelt levendig over al haar activiteiten maar toch hoor ik altijd een ondertoontje waar ik een beetje ongemakkelijk van wordt. Het is dat ik zeker weet dat dat niets met mij te maken heeft, want anders zou ik me schuldig voelen. Zij doet zóveel, daar vallen mijn bezigheden bij in het niets. Wat is dat toch bij haar? Wat moet ze compenseren? Opschepperige verhalen maar haar gezicht staat boos.

 

Ik denk, als de koffie op is en we weer ons weegs gaan, dat haar ego met haar op de loop is. Ze denkt dat ze haar best moet doen om gezien te worden. Ze weet niet dat ze al het licht van de wereld is, zonder dat ze nachten doorhaalt. Haar ego is zo hard bezig dat, mocht er een kier ontstaan waarin een andere, liefdevolle gedachte zou kunnen ontspruiten, die meteen als een val dichtklapt. Je zou kunnen zeggen dat haar levensstijl een vorm van arrogantie is. Dat zij het beter weet dan God. God zou het niet in zijn hoofd halen haar zo hard te laten werken. Hij zal nooit toestaan dat klagen of afgeven op andere mensen nu eenmaal bij het leven hoort. En dat is wat Marie nu wel vol overgave doet. Zoiets verzint alleen haar ego. Haar denkgeest is zo druk met regelen dat ze vergeet om het over te laten aan God. Zou Marie dat doen, denk ik dan, zou dat voor haar voelen als doodgaan. Dat gevoel ken ik maar al te goed. Maar ja, dat is nu precies de bedoeling: sterven om de ware liefde de ruimte te geven.

 

En nu ik. Ik zie dit aan en wat doet het met mij? Welke les zit hierin voor mij? Ik hoef me niet te ergeren. Ik kan met liefde blijven kijken. Ik kan mijn verhaal vertellen want, o, wat heb ik in mijn hard en druk werkende ego vastgezeten. Ik herken me zo in haar manier van doen. En wat ben ik blij dat ik geleerd heb dat ik altijd een keuze heb. Ik kan meegaan in het verhaal of ik kan denken: ‘Het is maar een verhaal. Het zijn maar gedachten. Het is een verslaving waar ik net zo lang in blijf ronddarren tot ik er genoeg van heb. En op dat moment, en dat was in mijn geval knap laat, stonden de wijze hulptroepen voor me klaar. God is er altijd. De liefde is nooit weg. Alleen, ik kon dat jarenlang niet geloven en dus ook niet toelaten.

 

En net als ik mijn hele proces weer eens door me heen heb laten gaan, zitten we ineens na de scouting samen op een bankje in de avondzon. Daan, de eeuwig vrolijke hopman met zijn enorme schoenen, loopt op te ruimen. De kinderen zijn net naar huis, mijn kleindochter speelt met de bordercolli van Daan. Dan komt er uit het niets een vraag; ‘Weet jij iemand, je zit toch in de therapiehoek, iemand die eens met me wil praten? Ik heb veel te veel op mijn bord. Ik slaap slecht. Ik wil zo langzamerhand weleens wat vrije tijd. Maar iedereen heeft me nodig, ik kan niemand in de steek laten, ik …’ Ik laat haar uitpraten en kijk haar dan aan.

‘Marie, ik weet wel iemand. Wat mooi dat je een vraag hebt. Ik herken je vraag, ik herken ook de manier waarop je zo je best doet. ‘

‘O ja? Jij? Jij lijkt me de rust zelve’.

‘Dank je. Ja, dat is nu zo, maar dat is lang niet zo geweest. Ik was overal tegelijk mee bezig en ik bemoeide met iedereen. Ik heb jarenlang van hot naar haar gevlogen. Ik was nooit thuis, ik bedoel, hier thuis.’ En ik leg mijn hand op mijn hart.

‘Jij? Kan ik me werkelijk niets bij voorstellen’, zegt Marie. ‘Wat heb je dan gedaan?’

 

Het werd het begin van een ontroerend gesprek. Ik kon haar uitleggen dat mijn ego onverzadigbaar was. Dat ik van iedereen wilde horen dat ik goed bezig was. Dat ik niet van mij zelf kon houden. Dat ik mijn ouders verweten had dat zij het te druk hadden om mij aandacht te geven. Dat ik jarenlang op zoek ben geweest naar erkenning. Dat ik er ziek van werd. Dat mijn relaties mislukten. Dat ik geen idee had wie ik in werkelijkheid was. En dat ik nu niets meer hoefde van mezelf. En dat ik gelukkig was geworden toen ik eindelijk in zag wat voor onzin ik over mezelf heb geloofd, jarenlang. Dat ik me bevrijd heb van negatieve overtuigingen over mezelf en dat daardoor alles anders was geworden.

 

Marie was om. Zomaar, in een keer. Ze ging het boek lezen wat ik haar had aangeraden en onze gesprekken werden pareltjes. Bij vluchtelingenwerk bleef ze betrokken maar leerde delegeren en grenzen te stellen. De scouting liet ze over aan de volgende generatie. Ze ging het gesprek aan met haar familie, die haar te pas en onpas overvielen in het verleden. Marie leerde van zichzelf te houden en toen hoefde niets en niemand nog een gat te vullen. Er was geen gat meer. Ze was een vat vol liefde geworden. Toen ik haar na een tijdje weer sprak deelde ze met mij haar nieuwe motto: All you need is love. We hebben enorm gelachen.

 

Saskia Teppema over het ego

Saskia Teppema

Saskia Teppema, www.saskiateppema.nl.

Auteur van: ‘Er gaat niets verkeerd’.

 

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix