Potje ‘lijden’. Verschillende spirituele visies op het lijden

lijden still uit Son of Saul

Lijden. Dat is niet alleen pijn, maar meer dan dat. De heftige Auschwitzfilm film ‘Son of Saul’ inspireerde mij tot een rondvraag langs verschillende wijzen over wat zij als lijden ervaren.

 

Het gebeurt me niet vaak dat een film me diep raakt. Maar het zien van ‘Son of Saul’ was zo’n moment. De beelden namen me mee naar de diepste kelders van de hel die Auschwitz heette. De camera registreert het grootste deel van het verhaal vanaf de schouder van de Hongaars-Joodse hoofdpersoon Saul. Hij maakt deel uit van een Sonderkommando; gevangenen die een tijdelijke werktaak kregen bij het vergassen van medegevangenen en het verbranden van hun lichamen. Deze ‘helpers’ waren tijdelijk omdat ze na enige tijd zelf in de gaskamers eindigden. Als kijker volg je hen op de voet en hun taakvervulling vervult je met afschuw. De filmmaker heeft geen Hollywoodtrucs toegepast maar zich gehouden aan wat we weten uit historisch onderzoek naar de Holocaust en Auschwitz in het bijzonder. Het was een massamoord op industriële schaal. Hoe die complexe logistiek functioneerde en wat er moest gebeuren om miljoenen mensen te vernietigen komt goed in beeld. Een horrorbedrijf waarin duizenden mensen dagelijks aan het wegwerken van mensen werkten. Van alleen dat idee al lopen mij de rillingen over de rug. Door het zien van dit verhaal is de werkelijkheid van die hel een stapje dieper in mijn bewustzijn gedaald, het beginnetje van wat je een ervaring zou kunnen noemen. Dat komt door de gehanteerde cameratechniek. Niet een beetje de kijker overrompelen zoals veel oorlogsfilms, maar steeds alles zien vanaf de schouder van de hoofdpersoon Saul. Hij ontfermt zich over een gedood kind dat zijn zoon blijkt en hij wil het in de hel van Auschwitz begraven met een ‘echt’ joods ritueel, inclusief rabbi. Een uitzichtloze missie die de kijker langs alle ellende voert die daar was georganiseerd. We zien beelden van mensen in omstandigheden die ons inlevingsvermogen te buiten gaan. We kunnen ons alleen maar bij benadering in hun situatie verplaatsen. Dat grijpt je al direct bij de keel en zelfs bij de maag zoals het stel dat al kort na het begin van de film wat bedrukt de bioscoop verliet.

 

De Son of Saul stelde mij ook impliciet een vraag: wat is de aard van het menselijke lijden. Ja, er was pijn. Alleen al de in de gaskamer samengedreven ‘onnozele’ gevangenen die werkelijk dachten een douche te krijgen en even later krijsend en bonzend tegen de gesloten stalen deur aan hun einde kwamen. Of het gesleep van Saul en zijn mede-Sonderkommandoleden met de lijken. Het staat zo haaks op de essentie van het leven dat zichzelf – en anderen – steeds in stand probeert te houden.

 

Ik vroeg ik me na het zien van de film af of lijden meer is dan diepe pijn ervaren. Of er zoiets kan zijn als intrinsiek lijden; een soort pijn die per definitie lijden betekent. Als een hond die een poot kwijtraakt en even pijn heeft en als de wond genezen is, blijmoedig door het leven gaat op drie poten. Een trede erger nog: als het dier zo is mishandeld is dat het niet meer sociaal kan functioneren; we noemen het dan ‘vals’. Lijdt dat dier dan? Is er sprake van lijden als mensen door heftige omstandigheden, zoals in de film, van binnen definitief beschadigen? Ja, wat is dat lijden eigenlijk precies? En hoe gaan we om met de lijdende medemens. Ik vroeg het een paar mensen.

 

Nondualiteit en spiegelneuronen

Paul Smit was de eerste die op mijn vraag per email reageerde. Paul, auteur, spreker en performer, spant zich in om nondualiteit en de advaitische gedachte bij mensen onder de aandacht te brengen. Soms met Veronica-dj Patrick Kicken.

Paul: ‘Volgens de Dikke van Dale is lijden het ondergaan van verdriet en ellende, iets dat we als mens allemaal zo nu en dan ervaren. Vanuit nondualiteit gezien is alles de eenheid in beweging en horen pijn, plezier, verdriet, vreugde, winnen, verliezen, ontmoeten, afscheid nemen, er allemaal bij. Pijn en lijden zijn onvermijdelijk, maar wat wel weg kan komen te vallen is het mentale lijden. De mens lijdt namelijk mentaal omdat men zich nogal eens verzet tegen de bewegingen van het leven. Zodra je denkt dat je een IK bent die het leven moet sturen en onder controle moet houden, ontstaat er paniek wanneer dingen anders lopen dan gepland. Wanneer is ingezien dat alles de eenheid in beweging is en dat alles gaat zoals het gaat, kan de mentale ruis in ons hoofd tot rust komen. Verlichting heeft niets te maken met heilig gedrag en het alleen maar hebben van fijne emoties. Verlichting wil zeggen dat het verzet tegen je emoties wegvalt, waardoor emoties minder lang blijven kleven. Als je blij bent, lach je. Als je verdrietig bent, huil je. Best eenvoudig. Pijn is onderdeel van het leven, mentaal lijden is optioneel.’

 

En zijn houding naar de lijdende medemens? Paul: ‘Van alle diersoorten heeft de mens de meeste spiegelneuronen, wat maakt dat wij ons kunnen inleven in de gevoelens van een ander. Door deze empathie kun je voelen wat een ander voelt, waardoor we geneigd zijn te lachen wanneer een ander lacht en verdriet te voelen wanneer we iemand zien huilen. Ons brein is geprogrammeerd de grootste verbondenheid te voelen met ongeveer 150 mensen. Als iemand in jouw sociale kring van 150 personen jou opbelt met de vraag of hij of zij een half jaar bij jou mag wonen omdat hij of zij geen onderdak meer heeft, dan zeg je zonder na te denken ‘ja’. Met mensen buiten onze kring voelen we minder verbondenheid, waardoor je niet direct geneigd bent je logeerkamer te geven aan een Syrische vluchteling. We zijn sociale wezens met inlevingsvermogen maar voelen de verbinding het meest met onze eigen sociale groep.’

Meer: www.paulsmit.nl, www.a-dvaita.nl, www.smitproducties.nl.

 

Vier kabbalistische niveaus van lijdenservaring

Gila Nieuwenhuizen-Gerzon is therapeut, lerares en kabbaliste in de Toledaanse traditie: ‘In kabbalah wordt de betekenis van het lijden op vier niveaus onderzocht: een concrete situatie, de persoonlijke beleving ervan, de spirituele roeping die achter het lijden bestaat en het Goddelijke Licht. Pas als we de betekenis van een lijdenservaring op alle niveaus hebben doorgrond, begrijpen we de zin daarvan. Vanuit de hogere dimensie gezien is het lijden een gevolg van het scheppingsproces. Hoewel steeds gevat in het Goddelijke Licht, ondergaat de schepping een beweging naar een complexiteit waarin tegenstellingen met elkaar botsen, waarin wat bewust is polariseert met wat onbewust bestaat en goedheid strijdt met haar tegenpool. Ook wijzelf komen uit het Licht, incarneren in een lichaam en nemen deel aan deze complexiteit. Ons aardse bewustzijn is een beperkte bewustzijnstoestand. Geïdentificeerd met het lichaam en met onze aardse persoonlijkheid, ondergaan we, naast het moois, pijnlijke ervaringen. Veelal kunnen we dit lijden dat ons en anderen overkomt niet verklaren. We ervaren het als iets schadelijks. We voelen onmacht, verdriet en weerstand. Kabbalisten geloven dat deze lijdenservaringen uit innerlijke wetmatigheden voortkomen die rechtvaardig, liefdevol en wijs zijn. Lijdenservaringen hebben meerdere functies. Ze zuiveren ons van fouten die we in dit en in andere levens hebben gemaakt. Ze zetten ons aan het denken. Iedere lijdenservaring nodigt ons uit tot groei, tot het aanboren van positieve krachten die in ons aanwezig zijn maar nog niet verwerkelijkt zijn. Het bovenaardse deel van onszelf kan worden opgeroepen. Het lijden wordt een inwijding waarin de onverwoestbare spirituele kracht die in ons huist kenbaar wordt. Vanuit deze bron begrijpen we waar onze pijnlijke ervaringen op de lange termijn toe dienen: bewustwording en evolutie. Zicht krijgen op wie we werkelijk zijn, de dragers van een transcendentale helderheid. Alles wat we meemaken kan een ladder vormen die ons terugbrengt naar de Mystieke Grond van al het leven, Verdraagzame Compassievolle Eenheid.’

Meer: www.kabbalah-toledano.org.

 

Boeddhistisch: positief omgaan met wat zich aandient

Elske van der Hulst, woordvoerder van het boeddhistische Nyingma Centrum Nederland: ‘In zekere zin is onze westerse kapitalistische cultuur gebaseerd op illusies. Het boeddhisme leert ons dat leuke en niet leuke dingen bij het leven horen en dat het aan ons is hoe we daar mee omgaan. En dat dood en verandering geen vijanden zijn. Open deuren? Misschien – maar zeker niet in onze dagelijkse praktijk en ervaring….. Het vergt dagelijkse beoefening om zonder verdringing of oordeel constructief en positief om te gaan met alles wat zich aandient en vriendelijk om te gaan met jezelf en anderen. Maar die dagelijkse inzet loont absoluut de moeite en is eigenlijk in onze onrustige tijd een pure noodzaak geworden. Want zoals negatieve acties besmettelijk zijn, zijn positieve acties dat ook. We kunnen veel nodeloos lijden voorkomen als we ophouden te wijzen naar anderen en meer verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen geest. Daar liggen de zaadjes van vrede en onvrede, van liefde en haat, van schoonheid en vernietiging. Pijn en verdriet kunnen oorzaken worden van nieuwe creativiteit en geluk als we bereid zijn echt in onszelf door te dringen en verantwoordelijkheid te nemen voor onze eigen geest en wereld.

De allereerste ontdekkingen van de Boeddha, de Vier Edele Waarheden gaan over het lijden, over de oorzaak van het lijden in onze eigen geest en over de manier om dat lijden te ontstijgen. Het mooie is dat die inzichten zo noodzakelijk zijn dat ze zich aan alle hokjes onttrekken. De Boeddha en zijn volgelingen vereerden niet een buitenaardse god maar onderzochten de volle omvang van onze menselijke vermogens. Daarom levert dat ook zoveel nuttige ingangen naar wijsheid en compassie op: via studie en filosofie, via samenwerkingsprojecten, via yoga, via meditatie, via kunst, via stresspreventie op het werk. Wij zien vanaf het allereerste begin van beoefening veel mensen op verschillende manieren opknappen en feitelijk minder gaan lijden omdat ze beter in staat worden zichzelf en de wereld te accepteren als startpunt voor een werk dat nooit stopt maar zijn eigen vervulling brengt. Ook in pijnlijke situaties. Dat verandert het perspectief op lijden en neemt uiteindelijk de oorzaken van lijden weg. Daar is dan simpelweg geen plek meer voor.’

Meer: www.nyingma.nl.

 

Een kwestie van de juiste Wil

Jacob Ben-Chaim is Luriaans kabbalist en leider van het Groningse spirituele centrum De Poort: “Lijden ontstaat door de afstand tussen vorm en licht, behoefte en de vervulling van de behoefte. Hoe groter de afstand is, des te meer lijden aanwezig is. Wil/Vorm/Behoefte: Onze ziel komt vanuit een positie van eenheid, een onbegrensde werkelijkheid waarin behoefte en vervulling één zijn. Dit noemen wij Licht Oneindig. Hierin kunnen vormen niet bestaan. Alles wat je ziet, hoort, voelt of kunt bedenken heeft een vorm, en de eerste uiting van een vorm is de wil. De kabbala spreekt van “De wil om te ontvangen”. Licht/Vervulling/Geluk: Alles waarvan wij geloven dat we gelukkig worden is een uiting van Licht. Gebrek aan Licht ervaren wij als pijnlijk in lichaam en/of geest. Het is ook vaak onduidelijk welke uiting van licht wij echt willen ontvangen. Lijden doet zich voor in het spanningsveld tussen de Wil en Het Licht. ‘Ik wil iets en ik geloof dat daarin het Licht zit dat ik zoek’, of in andere woorden: ‘Daarvan zal ik gelukkig worden.’ Helaas ontdekken we al te vaak alleen maar tijdelijk geluk, schijngeluk of geen geluk. Het gebrek aan geluk zet zich om in lijden. Want zonder Licht kunnen we ons niet heel voelen. In plaats van het voortdurend zoeken naar de vervulling zouden we volgens de kabbala beter aan onze Wil kunnen werken want daarin ligt de sleutel naar geluk. Hoeveel Licht/Geluk is er? Oneindig Licht. Kan ik oneindig geluk ervaren? Ja, zegt de kabbala, met de juiste Wil.’

Meer: www.cursuscentrumdepoort.nl en www.jechida.nl.

 

Vier dimensies: van fysiek tot spiritueel

Yogo Olivier was lang coach en train-de-trainer, verzorgt de jaaropleiding ‘Flowering’ en ze schreef een boek ‘bloeien in de bagger’ waarin ze haar eigen levensverhaal- met een flinke scheut ‘lijden’ – beschreef. Yogo: ‘Lijden kan zich voordoen in verschillende dimensies. Op fysiek niveau is er fysieke pijn. Wij lopen deuken en blutsen op, worden ziek of raken gewond. Als het lichaam teveel pijn heeft verliezen we het bewustzijn. Fysieke pijn wordt lijden als we ons ertegen verzetten of er geen expressie aan geven.

Lijden op emotioneel niveau gaat over trillingsfrequenties die tot doel hebben de levensenergie weer te laten stromen na een schokkende/verlammende impact. In een samenleving waarin emoties worden gezien als zwakte of ‘not done’ (angst voor verlies van imago) moeten wij ze onderdrukken. Hierdoor ontstaat psychisch lijden, op den duur vaak ook resulterend in fysieke klachten.

En op mentaal niveau gaat het over ons denken dat geprogrammeerd is met (onbewuste) overtuigingen, aannames en opinies. De (voor)oordelen die daaruit voorvloeien, veroorzaken lijden door de (innerlijke) conflicten die zij veroorzaken. Mindfucking verstoort onze gemoedsrust en lijdt niet zelden ook tot psychisch en fysiek lijden. Er zijn methodes om saboterende overtuigingen uit ons systeem te verwijderen en te vervangen door overtuigingen die ons op dit moment meer dienen. En op het vierde niveau is er spiritueel lijden. De eerste drie vormen van lijden ontspringen aan de ultieme illusie dat wij als mensen in een lichaam afgescheiden zijn van het Grote Geheel. Het ego-construct ofwel pseudo-zelf (‘ik’) verzet zich tegen de realisatie van wie/wat wij in wezen zijn en houdt ons gebonden aan de dualiteit. De existentiële pijn die dit veroorzaakt manifesteert zich vaak ook op het mentale, psychisch/emotionele en fysieke vlak en kan ons vroeg of laat op het spirituele pad brengen. Wellicht is dat de uiteindelijke functie van lijden…’

En de medemens? Yogo: Het lijden dat ik zie in mijn medemens is mijn eigen (interpretatie van) lijden.

Ik heb geleerd ernaar te kijken met mededogen en ‘mee te voelen’ zonder dat het lijden wordt, omdat ik mij er niet tegen verzet. Soms moet ik ervan huilen. ’Waar ik kan draag ik – zij het niet ongevraagd – ertoe bij lijden te verlichten door het stimuleren van bewustwording. Bijvoorbeeld via gesprekken, lichaamswerk dat is gericht op ontspanning door het vrijmaken van weefsels geluid en emoties. Of mindshifting om saboterende overtuigingen te elimineren. En soms gewoon door een blik, een glimlach, een knipoog, een hand op een schouder of een arm om iemand heen.’

Meer: www.yoyo.nl.

 

Door Ewald Wagenaar

Reacties: ja graag. Op www.kd.nl of per email naar redactie@kd.nl.

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

1 Reactie

  1. Peter Roozendaal says:

    Dank voor de recensie van de film Saul’s zoon. Wat mij meer raakt dan drama zijn gesprekken met Zeitzeugen, ooggetuigen. Daar heb ik vele uren video van. Als ik hun verslag verbindt met mijn eigen ervaringen dan weet ik als geen ander hoe het is om vermoord te worden door Nazi’s. Ik weet wat er om gaat in mensen die geen uitzicht meer hebben op overleven. Ik ken hun laatste gedachten, hun wanhoopspsychoses uit eigen ervaring. Ik heb daar geen film voor nodig.
    Eind augustus 1964 werkte ik als assistent salonbediende (ober) in de 1e klasse op de SS Rotterdam. Zodra ik mij na inscheping melde bij van Eijken, mijn chef op deze reis, kwam hij met de vraag of ik Joods was. Mijn “neen” stelde hem gerust. Hij vertelde dat hij als SS’er aan het Oostfront gezeten had en toonde trots zijn SS tatoeage. We gingen door de namenlijst van de passagiers die we moesten bedienen. Er stonden naar zijn zin te veel Joden op. Hij ging verhaal halen bij de chef steward, tevergeefs natuurlijk. We werkten op basis van tipgage, dus een zeer klein loon. Fooien zouden 80% van onze verdiensten uitmaken. Sorry, om te zeggen, maar het verhaal over Jodenfooien is waar maar ik voeg er meteen aan toe, er waren ook heel lieve royale Joden.
    Veel van mijn collega’s aan boord waren ex Oostfront strijders, Duitsers en Nederlanders. Ze waren nog jong, rond de veertig. Als er gedronken werd, dan gingen de verhalen natuurlijk over hun belevenissen in de oorlog.
    Mijn hutgenoot bleek ook Joods te zijn. Verder werd ik aangesproken door een Joodse cabinesteward die me waarschuwde voor het antisemitisme aan boord. Opnieuw vertelde ik dat ik geen Jood was.
    Op de 2e nacht kon ik niet slapen. Het was rond 2 uur. In de hut naast ons werden grammofoonplaten gedraaid uit de Nazitijd. Ik meende op zeker moment zelfs een redevoering van Hitler te horen. Ik deed het licht aan. Ook mijn Joodse hutgenoot was wakker. Hij keek angstig. Ik stelde hem voor er samen op af te gaan en een eind aan dat feest te maken. “Neen, neen”, zei hij. “Ik wil er absoluut niets mee te maken hebben”. Ik werd woedend. “Mijn ouders hebben in de oorlog vijf Joden verstopt en nu laat jij me in de steek! Dan ga ik wel alleen,” en dat gebeurde. Ik was 18 jaar en had naïeve ideeën over plichtsbesef, oorlog en heldendom.
    Ik opende de deur van de buren en ging naar binnen. Het was er rokerig en een alcoholwalm kwam me tegemoet. Op een stoel zat de kleine Joodse cabinesteward. Hij keek me aan met grote angstige ogen. We waren omringd door een zestal aangeschoten Oostfront veteranen. SS’er van Eijken, mijn directe collega zat er ook bij, totaal dronken. Hij zag me niet eens. Ik schrok me wezenloos. Ik wist niets beters te bedenken dat me voor een moment James Bond te wanen en eiste dat men onmiddellijk op zou houden met die onzin. Zo niet dat zou ik meteen naar de kapitein stappen.
    De grammofoon werd uitgezet. Het werd even totaal stil. Opeens sprongen die kerels op me af en sleurden me de kamer uit. In de gang openden zij een stalen luik dat toegang gaf tot het diepe ruim. We zaten op de 3e etage en het was onder ons totaal leeg. Ik werd door die kerels vastgehouden. Ze lieten me daar hoog in het ruim bungelen. Ik zag de peilloze diepte. Men begon af te tellen. Zehn, neun, acht, sieben, sechs, fünf, vier,…… toen, plotseling riep iemand, “Überbord mit ihm”. Men joelde. Ik werd weer de gang ingetrokken. Men wilde met mij naar boven naar het open Deck. Ik voelde doodangst en hield mij met alle macht vast aan de trapleuning. Dan een plotselinge ruk en ik moest los laten. Ik was in totale onmacht, was als een zak zand. Tijdsbesef veranderde. Ik wist dat ik sterven zou, dat ik geen kans meer had op overleven, twee uur ‘s-nachts op de Atlantik. Terwijl ik zo de trappen op werd gesleurd was daar opeens een vreemde brandende nieuwsgierigheid. Ik verlangde er naar te weten hoe het was overboord gegooid te worden en te sterven. Na de tweede trap kwamen we bij de deur naar het Main Deck. De deur ging open en ik hoorde opeens mensen praten. Ik werd losgelaten. Ik was in shock en niet in staat te ervaren wat er aan de hand was. Twee scheepspolitieagenten stonden daar. Ik kon geen woord uitbrengen. Ik hoorde een SS’er iets zeggen over “nur Spass”.(een geintje) Ik liep in totale verwarring terug naar mijn cabine. Mijn Joodse hutgenoot keek me bij binnenkomst onderzoekend aan. Hij had alles gehoord natuurlijk maar we spraken geen woord. Ook later is er nooit over het voorval gesproken. Ik kon die nacht geen oog meer dicht doen. Ieder moment verwachtte ik dat dat tuig, om mij alsnog om te brengen. De Joodse cabine steward heb ik ook nooit meer gezien of gesproken.
    Drie dagen later waren we in Rotterdam. Ik schaamde me zo over mijn lichtzinnigheid dat ik niets aan mijn ouders dorst te vertellen. Ze hebben het verhaal nooit gehoord. Een week later moest ik weer aanmonsteren op de SS Rotterdam voor een reis van zes maanden. We zouden cruises gaan maken in de Caribische Zee. Ik was bang dat de Nazi’s mij in een dronken bui toch weer overboord zouden gooien en miste opzettelijk de boot en zo kwam ik een week later terecht op de Statendam, de boot waar ik verliefd op zou worden. We maakten een cruise rond de Stille Oceaan. Jaren later hoorde ik dat de bemanning van de Rotterdam gezuiverd was en al het nazi tuig op staande voet ontslagen.
    Peter Roozendaal (shantionline.yaboo.com)

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix