Op zoek naar de Keltische spiritualiteit

Keltische spiritualiteit

De zoektocht van archeoloog Ruud Borman, gespecialiseerd in Keltische mythologie, naar de Keltische spiritualiteit begon bij de westelijke paradijselijke eilanden van Ierland.

 

There must be something of the gypsy in the Celtic character

for even today many of us who have the old Celtic blood

coursing through our veins need to up roots from time to time,

broaden our horizons and move on; if not in body, than in our never ending search

for the answers to the enigma’s of life and death.

Murry Hope

 

Omstreeks 700 voor Christus werden in Midden-Europa de eerste kenmerken van de Keltische cultuur zichtbaar. Twee eeuwen later werd er Keltisch gesproken in vrijwel heel Frankrijk, Engeland en Ierland. Daarna reikte  de invloed van de Kelten al snel tot alle mediterrane kusten. Er zijn in feite maar weinig Europese landen die geen Keltisch verleden hadden.

Tegenwoordig worden de Kelten vooral gezien als het volk dat nog leeft in de uithoeken van Noordwest-Europa, waar ze al 25 eeuwen geleden aankwamen op hun laatste bestemming. Daar spreken ze nog altijd hun inmiddels oeroude taal en hun lang geleden ontstane verhalen blijven velen boeien.

Het geschenk van de Kelten aan de westerse wereld was immers de magie, waarvan hun leven, religie en mythen doordrongen was en die zelfs reikte tot in hun Andere Wereld.

 

Naar het Keltische Dingle

Nadat ik jaren lang de Keltische mythologie van Wales, Schotland en Ierland had bestudeerd, besloot ik dat er vooral één plek was die ik beslist wilde bezoeken en beleven: het westelijk deel van het Ierse schiereiland Dingle. Het behoort tot de Gaeltacht waar nog steeds Keltisch gesproken wordt. Ik wilde vooral Great Blasket Island zien, dat in Gaelic ´An Blascoad Mór´ genoemd wordt, wat de plek extra magisch voor me maakte. Ik had er over gelezen en er prachtige foto’s van gezien.

Op dit eiland in het uiterste westen van Ierland lagen de resten van een piepklein dorpje, waarvan de bewoners het meest authentieke Gaelic spraken. Dit was de plek waar de Keltische expansie 25 eeuwen geleden eindigde. Een eeuw geleden, toen Great Blasket nog bewoond was, kwamen wetenschappers en studenten naar dit eiland om die taal te leren. Ze spoorden de bewoners aan om hun leven en harde bestaan op schrift te stellen en bleven soms lang met hen corresponderen. Zo ontstond een heel bijzondere literatuur die al snel bekend raakte en zijn weg vond naar alle uithoeken van de wereld.

Eenmaal aangekomen bij het schiereiland Dingle kreeg ik meteen de Slieve Mish Mountains in het vizier. Via Ventry leidde de weg naar het zuiden en de oceaan. Vervolgens ging het weer westwaarts langs een van de mooiste kustroutes die ik ken. In de diepte sloegen de golven tegen de steile klifkust te pletter en op de hellingen rechts van mij wemelde het van oeroude Keltische bewoningssporen die met, ook al antieke wegbordjes, in Gaelic werden aangeduid.

Dichtbij Sleahead (Ceann Sléibhe) ontrolde zich een prachtig, adembenemend panorama voor mijn ogen. In een schitterend blauwe oceaan zag ik de laatste uitlopers van Europa voor me, de Blasket Islands met hun prachtige namen, verstrooid als een archaïsche archipel. De aanblik van Great Blasket in de verte raakte me diep. Het was van een ongelooflijke schoonheid en, zoals ik al wist, vol van oude tradities.

In de loop van de vorige eeuw trokken veel eilanders weg om het moeilijke bestaan te ontvluchten. In 1953 werden de laatste bewoners geëvacueerd. Vaag zag ik de ruïnes van hun dorpje op het noordoostelijk deel van hun eiland.

 

Andere Wereld

De dag erna nam ik ’s morgens vroeg het bootje dat me vanuit Dunquin naar Great Blasket zou brengen. De overtocht duurde niet zo lang, maar ik ervoer die als een reis naar een andere wereld. Ik zag het strand vol zeehonden, de ruïnes van het dorpje en het kleine, natuurlijke haventje waar een rubberboot ons aan land bracht. Vanuit het dorpje kun je twee paden volgen die over steile hellingen naar het midden van het eiland leiden. Voor beide routes geldt dat op een gegeven moment de helling naar beneden eindigt bij een grillige kliffenkust die in de diepte continue wordt belaagd door de oceaan, terwijl de helling naar boven eruit ziet als een graslandschap dat eindigt in de hemel. Beide paden komen halverwege het eiland op het hoogste punt samen. Eenmaal op die top raakte ik pas echt doordrongen van de overweldigende pracht van het landschap. In het noorden zag ik de laatste uitlopers van Dingle met rechts daarvan de imposante Mount Brandon. Achter mij lagen nog enige kleine eilanden en verder was er alleen maar zee zo ver het oog reikte.

Tot in deze verre uithoek waren de Kelten lang geleden gekomen. Eén van de bekendste auteurs van het eiland, Peig Sayers, schreef er over in haar ‘Old woman’s reflections’:

And the tangle of Gaelic voices out

as the storyteller spreads his fingers  for attention

and begins his tale, it could well be a wonder tale

that crossed the roads of Europe and years ago;

passing from mouth to mouth and generation to generation

till at last it comes to rest in this lamplit room

at the end of the Atlantic.

De eilanders leefden van de opbrengst van hun akkertjes waar onder andere aardappels, kool en graan werden verbouwd. Ze bezaten schapen, varkens en kippen. De zee was de belangrijkste leverancier van voedsel. Vissen, zeehonden en watervogels werden vaak onder levensgevaarlijke omstandigheden gevangen. Het was een hard en zwaar bestaan.

 

Einde van de wereld

Op de dag dat ik Great Blasket bezocht was het weer ideaal. Toen ik er was moest ik denken aan de Westelijke Paradijselijke Eilanden, één van de Keltische benamingen voor hun Andere Wereld. In de donkere tijd van het jaar echter, wanneer stormen en hoge zeeën Great Blasket belaagden, werd het eiland door de bewoners ervaren als het eind van de wereld. Lage, donkere wolken vol regenwater dreven met grote snelheid over de kwetsbare plek in de kolkende oceaan. Onzichtbare krachten raasden over de hellingen en trokken gierend door de kleine nederzetting.

Eens, vele jaren geleden, toen de elementen weer tot rust waren gekomen en de maan helder scheen, klonk  een geheimzinnige vrouwenstem bij één van de huizen, waar de bewoners rond het haardvuur zaten.

The fairy woman came to the outside of the house and she was singing,

Saying the tune and there was someone inside who had an ear for music.

The woman had vanished. There were words to it:

I’m a woman from the fairy host, who came over the wave

I was carried off by night for a while over sea

I’m in their kingdom, under control of fairy women

And I shall not be in this world after the cock crows

Then will I go into the lios (fairy fort)

It is not a pleasure for me but there must I go,

And all in this world must I leave.          

Het is een van de vele verhalen die in de Keltische mythologie steeds weer terugkomen: door de elfen ontvoerde vrouwen en kinderen, die niet naar hun vroegere leven terug konden keren, maar dat toch wanhopig probeerden. Vergelijkbare verhalen zijn in het oosten van Nederland bekend over de witte wieven.

Elfen worden echter ook in een heel ander licht gezien, namelijk als de Tuatha dé Danann, het elfenvolk dat in Ierland ondergronds moest gaan nadat ze door de binnengevallen Kelten overwonnen waren. Ze woonden sindsdien in megalithische grafmonumenten en andere overoude aardelichamen.

In de Brits-Keltische mythologie was geen sprake van een overwinning op het elfenvolk, maar in beide landen waren de Kelten bij hun komst zeer gefascineerd door de indrukwekkende steencirkels, graftombes en andere megalitische monumenten uit een vergeten groots verleden. Op den duur gingen zij de bouwers zien als een ras van goden en godinnen dat het land gestalte had gegeven met sacrale plaatsen en gebieden op bijzondere plekken in het natuurlijke landschap.

 

Het Keltische verhaal van Oisin

Vanaf de westelijke klifkusten keken de Kelten voortaan naar het westen waar de Paradijselijke Eilanden ver achter de horizon lagen, het land waar de bewoners jong en gezond bleven. Vele mythen vertellen over mensen die daar toevallig terecht kwamen.  Zo was de Ierse strijder Oisin op jacht met zijn kameraden, toen er plotseling een wonderbaarlijk mooie vrouw met haar even bijzondere paard vanuit de zee aan land kwam, tot verbijstering van de groep jagers. Ze wendde zich meteen rechtstreeks tot Oisin en vertelde dat zij Niamh met de Gouden Haren was, dochter van de elfenkoning van Tir na nÓg, dat de Kelten kenden als de Andere Wereld in de westelijke oceaan. Zij nodigde Oisin uit om met haar mee naar het land van haar vader te gaan waar ze samen een mooi en eindeloos lang leven zouden hebben. Toen Oisin toestemde waren ze al spoedig razendsnel onderweg op de rug van Niamh´s magische paard. Ze leken bijna te vliegen over zeeën en eilanden in het verre westen voordat ze in het mysterieuze land van Niamh aankwamen.

Oisin en Niamh trouwden, kregen kinderen en leefden vele jaren in hun prachtige, vredevolle land. Op een gegeven moment wilde Oisin toch weer even terug naar het land waar hij geboren was. Hij miste zijn familie en vrienden. Niamh waarschuwde hem dat de tijd in de wereld van de mensen veel sneller verliep en dat iedereen die hij gekend had waarschijnlijk al lang overleden was. Oisin wilde toch een poging wagen, maar moest beloven dat hij op haar magische paard zou reizen en onder geen voorwaarde de aarde zou aanraken. De reis verliep voorspoedig, maar eenmaal aangekomen in het land waar Oisin was opgegroeid, vond hij alleen maar ruïnes en overwoekerde graven van de mensen die hij gekend had. Vermoeid stapte hij van zijn paard om bij een bron wat te drinken. Zodra hij de grond raakte was de magie van zijn leven in elfenland verbroken. Binnen enige momenten verschrompelde zijn lichaam en was hij een oude man op de rand van de dood. Aan de hemel verscheen het treurige gezicht van zijn geliefde Niamh die hij nooit meer zou zien. Terwijl de tranen over zijn gerimpelde gezicht liepen ging de zon bloedrood in het westen onder.

Na een dag vol bijzondere indrukken op Great Blasket zat ik weer op het bootje dat me terug naar Dunquin bracht. Steeds terug kijkend zag ik het eiland snel kleiner worden. Het was moeilijk om afscheid te moeten nemen van deze bijzondere plek. ’s Avonds ging ik naar Krugers Pub, niet ver van Sleahead. Daar haalden stamgasten ineens hun muziekinstrumenten tevoorschijn en speelden en zongen in Gaelic het verhaal van hun voorouders in deze meest westelijke uithoek van Ierland. Toen ik later in het halfduister naar mijn B&B-adres terugliep zag ik in de verte het inmiddels donkere silhouet van het verlaten eiland en hoorde ik slechts nog het ruisen van de zee.

Ruud Borman

 

Literatuur

Witte wieven en elfen, fluisteringen uit de Andere Wereld, Ruud Borman (Geesteren, 2011).

The Blaskets, People and Literature, Muiris Mac Conghail (Dublin, 2001).

Tales of the Celtic Otherworld, John Matthews (London, 1998).

 

Ruud Borman is historicus en archeoloog, gespecialiseerd in het bijzonder de Keltische mythologie. Hij schreef naast artikelen diverse boeken over archeologie, historie, een historische thiriller en een magisch-realistische roman.

 

 

 

 

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix