De geest buiten mijn hoofd – Over beelden – Door Tim Parks

Bewustzijn en beelden

‘Er zijn geen beelden.’ Dit was de eerste keer dat ik Riccardo Manzotti opmerkte. Het was tijdens een conferentie over kunst en neurowetenschap. Iemand had gesproken over de beelden die we in ons hoofd hebben. Manzotti leek geagiteerd. Het meisje dat naast me zat, legde uit dat hij robots bouwde, dat hij geniaal was. ‘Er zijn helemaal geen beelden en representaties in ons hoofd,’ zei hij nogmaals. ‘Onze visuele ervaring van de wereld is een continuüm tussen de kijker en het geziene, verenigd in een gedeeld proces van zien.’

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt, al was het maar omdat ik er als schrijver altijd vanuit was gegaan dat ik handel dreef in beelden. Deze beweringen konden wel eens implicaties hebben. Dus we dronken samen een biertje.

 

Manzotti studeerde af in bouwkunde en in filosofie. Hij doceert psychologie aan de IULM Universiteit in Milaan. De overstap van bouwkunde naar filosofie werd ingegeven door conceptuele problemen waar hij tegenaan liep toen hij robots wilde bouwen. Wat betekent het dat een subject een object ziet? ‘Mensen zeggen dat de robot beelden van de wereld opslaat met zijn videocamera. Maar dat is niet zo; hij slaat digitale data op. Hij heeft geen beelden.’

Manzotti is wat je een radicale externalist zou noemen; voor hem is bewustzijn niet veilig opgeborgen in het brein, waar de neuronen informatie die ze ontvangen van een afgescheiden wereld selecteren en opslaan, passend en metend, en de verscheidenheid aan vormen van input manipulerend. In plaats daarvan biedt hij een model dat hij Uitgespreide Geest noemt: bewustzijn is een proces dat gedeeld wordt door verscheidene gewoonlijk onderscheiden processen die we voor het gemak hebben opgesplitst en vastgelegd in de woorden subject en object. Taal, of tenminste onze moderne taal, moedigt op die manier een valse verslaglegging van de ervaring aan.

 

Waarneming

Zijn favoriete voorbeeld is dat van de regenboog. Om een regenboog te kunnen ervaren, dient de zon te schijnen, dienen er regendruppels te zijn en een aanschouwer. Het is niet zo dat de zon en de regen ophouden te bestaan als er niemand is om ze waar te nemen. Maar tenzij er iemand aanwezig is op een bepaalde plek, kan er geen gekleurde boog verschijnen. De regenboog is derhalve een proces dat verscheidene elementen behoeft, waarvan er één toevallig een instrument van zintuiglijke waarneming is. De regenboog bestaat niet in zijn geheel en afzonderlijk in de wereld, noch bestaat hij als een opgeslagen beeld in ons hoofd, los van wat wordt waargenomen (de visie die ‘internalisten’, de meerderheid van de neurowetenschappers, erop nahouden); bewustzijn is eerder uitgespreid tussen het zonlicht, de regendruppels en de visuele cortex, waardoor een uniek, voorbijgaand nieuw geheel in het leven geroepen wordt; de regenboogervaring. Of nogmaals: de aanschouwer ziet de wereld niet; hij is deel van een wereldproces.

Bij alles wat we zien, horen, aanraken, proeven en ruiken, zo beweert  Manzotti, is dezelfde creatie van een fysieke eenheid – het moment van bewustzijn – betrokken, ondersteund door processen in en buiten ons hoofd. De kamer, of het deel van de kamer dat je nu ziet, met inbegrip van het scherm waarop je deze tekst aan het lezen bent, wordt in combinatie met jouw vermogens een geheel; dit is bewustzijn. Het voltrekt zich in de tijd en het kost tijd (bewustzijn van visuele verschijnselen lijkt minstens 100 milliseconden te vergen om zich voor te kunnen doen), en het verandert onafgebroken.

 

Samenkomen van brein en de wereld

Dit minieme tijdsverloop (sommigen stellen dat het wel 500 milliseconden is) dat brein en wereld nodig hebben om bewustzijn te genereren, maakt dat Manzotti de meest voor de hand liggende tegenwerpingen tegen de externalistische theorie: Beschikken we niet ook over bewustzijn als onze ogen dicht zijn en de geest kalm is? En hoe zit het met dromen? Volstaat het brein niet overduidelijk om bewustzijn in stand te houden, zonder hulp van buitenaf? gemakkelijk kan weerleggen.

Op die momenten hebben we inderdaad bewustzijn, antwoordt Manzotti hierop, maar het spreidt zich nog steeds uit over geest en wereld. Het kost je misschien een fractie van een seconde om je bewust te worden van een gezicht dat in je venster verschijnt, en vervolgens drie jaar voor datzelfde gezicht opduikt in een droom, wellicht vermengd met allerlei andere prikkels. Maar dit verandert niets aan het feit dat bewustzijn een samenkomen is van brein en wereld: het fysieke proces dat begon bij het venster zet zich voort in herinnering en droom. Mensen die vanaf hun geboorte blind zijn, zo legt Manzotti uit, dromen niet in kleur, want ze hebben nooit kleuren gezien. Bewustzijn is de mengeling van geestelijke processen met de processen die we objecten noemen en die allemaal in een staat van flux, van stromendheid verkeren, hoe snel of langzaam ook.

Laten we het waarheidsgehalte van dit alles buiten beschouwing laten. Ik neig ertoe sceptisch te staan tegenover grote ideeën en Manzotti heeft, net als Einstein vermoed ik, het lange, ongekamde haar en de levendige manier van doen die de misschien wel gekke wetenschapper of visionair vaak kenmerkt. Hoe dan ook merk je meteen dat je benadering van de idee van een individueel zelf, als je zijn externalistische ideeën aanneemt, radicaal verandert. Wat op zijn beurt voor een schrijver – en dat is mijn werk – een andere manier van denken over verhalen met zich meebrengt, over beschrijvingen, over karakters. Feit is dat ik Manzotti kort na een tiendaagse retraite ontmoette, waar mensen in volkomen stilte probeerden een boeddhistische meditatietechniek onder de knie te krijgen die Vipassana genoemd wordt. Ik was er in beginsel om gezondheidsredenen, in de veronderstelling dat de techniek nuttig kon zijn bij chronische pijn, en geenszins met de intentie (in hemelsnaam niet) om daar gangbare ideeën aan te nemen. Maar de ervaring was zo fascinerend dat het onmogelijk was niet nieuwsgierig te raken.

 

Boeddhistisch?

‘Ben je bekend,’ vroeg ik aan Manzotti, ‘met de boeddhistische lering van het ‘afhankelijk ontstaan’ dat opmerkelijk veel wegheeft van jouw aandringen dat er nóch objecten zijn, noch subjecten, noch beelden, maar alleen processen in een staat van flux?’

Dit zijspoor irriteert Manzotti. Hij kent het boeddhistische gedachtengoed niet. Net zoals hij bang is dat mensen zijn onwankelbare ‘fysieke’ kijk op bewustzijn zullen verwarren met Berkeley’s idealisme, wil hij het ook als de pest vermijden verward te worden met wat maar riekt naar New Age.

‘De Boeddha,’ zeg ik pesterig, ‘beweerde dat de wereld was gemaakt van oneindig kleine deeltjes in een onafgebroken flux van oorzaak-en-gevolg, en in Vipassana wordt de persoon die mediteert uitgenodigd om die flux in zijn eigen geest en lichaam te bestuderen en zijn een-zijn ermee te aanvaarden. Als je dat tien dagen aan één stuk doet, in volledige stilte, dan begin je te begrijpen waarom boeddhisten het bestaan van het zelf als een afzonderlijke entiteit niet accepteren of, zo je wilt, waarom boeddhistische priesters geen romans schrijven.’

Manzotti denkt even na. Hij is een man die wetenschappelijke artikelen publiceert in de meest gerenommeerde academische tijdschriften. Artikelen die, zoals te doen gebruikelijk, opgebouwd zijn uit uiterst zorgvuldige redeneringen. En hij ontwerpt ook nog leuke komische stripverhalen om leken te laten kennismaken met zijn kijk op de wereld. Dat doet hij door het analyseren van dingen, zoals wat het betekent als we een gezicht zien, of een deuntje horen, of iets een object noemen.

 

Comfortabele illussie

Tijdens een drankje gaat hij echter een stukje verder: ‘Indien, zoals ik denk, de orthodoxe, internalistische visie op bewustzijn verkeerd is en zelfs naïef, zullen we ons af moeten vragen waarom zoveel intelligente mensen eraan vast houden. Het is wel te begrijpen. Door het bewustzijn exclusief in de hersenen te lokaliseren, kunnen we ons voorstellen dat het subject – ik – op een of ander diep niveau niet onderworpen is aan dezelfde wet van constante verandering die kennelijk op alle verschijnselen om me heen van toepassing is. Het subject gedijt en ontdoet zich van hoedanigheden, maar blijft in de kern zichzelf. Daaruit volgt de gedachte dat iemand verantwoordelijk is, zelfs voor daden die jaren later werden verricht, en het geeft aanleiding voor een bepaald moreel universum; het schept ook de comfortabele illusie dat het zelf misschien wel los van de wereld kan overleven. Achter dit alles gaat de wens schuil om verandering in onszelf te ontkennen, de dood misschien wel te kunnen overleven. Om hoe dan ook een entiteit te zijn die losstaat van de wereld.’

Ik moet lachen: ‘Als we gaan beweren dat de maatschappij er haar huidige visie op nahoudt, omdat die troostend en heel geschikt is, waarom zou je er dan een andere op na gaan houden?’

Manzotti geeft niet meteen antwoord op die vraag. Tijd voor nog een biertje. ‘Gedachtes over wat geschikt is zouden wel eens niet bij iedereen hetzelfde kunnen zijn,’ zegt hij op een gegeven ogenblik bedachtzaam. ‘Neem nu een man die geobsedeerd is door het bouwen van een robot die menselijk gedrag nabootst; die zou toch gegronde redenen hebben om een correct model van bewustzijn te verkrijgen.’

 

Verspreid bewustzijn

Al een tijd probeer ik, lopend door de straten van Milaan, te accepteren dat bewustzijn niet in mijn hoofd zit opgesloten, maar is uitgespreid over het razende verkeer, de ruisende bladeren aan de bomen, de hondenpoep, de blauwe lucht, de zanderige kasseien, de statige gevels, het zwoele briesje, de ongewone temperaturen, de schreeuwende kinderen, de lucht, de vrouwen. Na een tijdje begint het me te dagen. Er zijn kleine gemoedsverschuivingen als ik van de straat naar het park loop, van buiten naar binnen, van rood naar blauw, mannelijk naar vrouwelijk, nacht naar dag, tram naar metro, centrum naar buitenwijk. Er zijn variërende spanningen tussen gefocuste blik en gezichtsveld, tussen conversatie en achtergrondgeluid. Gewoonlijk is er meer: de zich aan me opdringende geuren, het dichtslaan van een autoportier, een aanhoudende aanraking van warmte en wind. Vreemd genoeg is het onderscheidende vermogen wat afgezwakt; ik maak iets minder scherp onderscheid tussen mooi en lelijk, de trage en de snelle rij bij de bank of in de supermarkt. Soms lijkt het wel een beetje op het lezen van een passage uit Joyce, die nooit mijn favoriete schrijver was.

Niet dat Manzotti ooit zou beweren dat mensen dit zouden moeten doen. Hij is een wetenschapper. Bewustzijn is bewustzijn, welke ideeën je er ook over op nahoudt. Je besluit niet dat je geest is uitgespreid, als hij uitgespreid is. Maar toch, als je accepteert dat dit wel eens een nauwkeuriger model zou kunnen zijn van hoe dingen zijn, dan beginnen de dingen vreemd genoeg heel anders aan te voelen. Ik vermoed dat we gewoon zo’n soort wezen zijn: of het nu vanbinnen zit of vanbuiten; bewustzijn kan ingrijpend veranderen door een stem die stelt: ‘Er zijn geen beelden.’

 

Timothy Harold Parks is een Britse romanschrijver, vertaler, auteur en professor in de literatuur. Zijn laatste roman Out of my Head beschrijft hij zijn kennismaking met en fascinatie voor de radicale ideeën van Manzotti.

Riccardo Manzotti studeerde robotica, filosofie en computerkunde. Hij doceert perceptuele psychologie aan de Universiteit van Milaan. In zijn laatste boek The Spread Mind, why consciousness and the world are one, verdedigt Manzotti op overtuigende wijze zijn standpunt dat bewustzijn een en hetzelfde is als de fysieke wereld die ons omringt.

Vertaling: Wilma Wedman.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix