Asherah, de verbannen Vredesgodin van Israël

De profeten noemen haar de Hemelskoningin, maar ze is ook Godin der Liefde. Zij is de altijd gevende moeder. “Neem en eet want dit brood is Mijn Lichaam. Neem en drink Mijn wijn want zij is voor u vergoten”. Woorden uit de eeuwigheid. Eens deelden vroege Joden en vroege Palestijnen bij Haar brood en wijn. Asherah de Godin die wandelt over het Meer van Galilea. Ja, als Asherah komt, dan komt er vrede. En die is er bepaald niet in die regio.

Door Peter Roozendaal

Koning Salomon gaf haar een ereplaats in zijn nieuwe tempel. Toch waant Asherah zich niet verheven. Wie haar zoekt, kan haar vinden in zijn eigen huis. Zij is de godin van het huisgezin en van de keuken. Ze werd de meest geliefde godheid bij de kinderen van Israël. In vrijwel ieder huis uit die tijd vinden archeologen sporen van haar huisaltaar. Ze wordt meestal afgebeeld met ontbloot bovenlichaam. Ze draagt een Egyptische hoofdtooi en met haar handen biedt zij ons haar borsten aan. Ook werd ze afgebeeld als de Vrouwe der Zee met op haar schoot een schaal waarin de zee. In grote tempels zien we haar als de leeuwin met het mensenhoofd. Zoals we in de christelijke symboliek overal het kruis herkennen, zo gold de boom als symbool van Asherah, de boom der kennis, de boom die ons haar vruchten biedt. Tussen de wortels van bomen begroef men haar beeltenis. De menora was oorspronkelijk ook haar symbool. De zevenarmige kandelaar representeerde niet alleen de levensboom maar ook de schaamstreek van de Godin waar alle leven zijn oorsprong vindt. Ook gold zij als de Godin der geneeskunde en haar symbool is de bekende staf met slangen. Overal in het land vond men haar gestileerde houten palen, de zogenaamde acherim. In tempels, ook in Jeruzalem stonden ze naast de ingang van het heiligdom. In het land Kanaän werd Asherah in de buitenlucht vereerd op een schaduwrijke plek op de hoogste plek van de heuvels. Na de offerande van brood en wijn door de priesteressen werd er gegeten, gedronken, gezongen en gedanst. Het Hooglied en andere wijsheidsboeken brengen ons nu nog in vervoering. Alles wat we nu leuk vinden, konden we bij Asherah ook beleven.

Profeten die klagen
Aan Asherah’s levensblijheid namen de profeten aanstoot. Profeteren, ook wel channelen genaamd, kan een ieder leren. Je leert je onderbewustzijn activeren en met die informatie kan je dan namens God of een andere verheven meester verrassende uitspraken doen maar zolang jij, of een profeet, een ego hebt, is en blijft het een riskante egotrip.

De profeet Hosea (4:13) laat Jahweh klagen: “Zij offeren op bergtoppen en branden wierook op heuvels, in de schaduw van eiken en populieren, op plaatsen waar uw dochters de vrije liefde bedrijven en uw vrouwen verleid worden tot overspel”.

Bij Jeremiah (7:17) de profeet van ach en wee, zegt Jahweh het anders : “De kinderen sprokkelen hout, hun vaders maken vuur, de vrouwen kneden deeg en maken broodjes die lijken op de Hemelkoningin. Ze offeren wijn aan vele goden, en ze doen dat allemaal om Mij te pesten”.

De levieten, de priesters van Jeruzalem, nemen het niet langer. Ze voeren een felle concurrentiestrijd met tempels van steden als Sichem, Shiloh, Beershaba, Hebron en Samaria en hoe meer feesten bij Asherah, hoe lager de omzet in de tempel. Ook de koningen ontvangen hun deel uit die omzet. Men maakt soms aanstalten om iets te doen aan de Asherah cultus. Maar door het verzet van de bevolking komt Asherah steeds weer terug in de tempel.

Beeldenstormen

Op het einde van de 6e eeuw v. Chr. voltrekt zich een ramp over het land. In 659 v. Chr. wordt Josiah de nieuwe koning. Ter ondersteuning van zijn politieke ambities, laat hij zijn priesters het boek schrijven dat we nu kennen als Deuteronomium. Men beweert dat het nog geschreven is door Mozes. In dit boek roept Mozes op Jahweh als enige God te erkennen en alleen in de tempel van Jerusalem te vereren. De koning ontvangt van Jahweh de belofte dat Hij hem, de gelovigen en Jeruzalem zal beschermen. Ook geeft Hij nauwkeurig aan hoe aan de veelgodencultus een einde gemaakt moet worden. Josiah organiseert nu beeldenstormen en moordpartijen door het gehele land en zelfs daarbuiten. Het bloed stroomt door de straten van steden en dorpen. Priesters die geen deel uitmaken van de Jahweh cultus, priesteressen en hun gelovigen worden gedood. Vrijwel alle religieuze plaatsen worden verwoest. Niets mag nog herinneren aan de vroegere culten. Zelfs de graven van de ongelovigen worden geopend en verwoest, de stoffelijke resten verbrand. Jahweh noemt zich een toornige en jaloerse God en dat is goed te merken. Ten slotte staat alleen nog maar de tempel van Jeruzalem overeind. Zich beschermd wetend door Jahweh, valt koning Josiah nu Egypte aan en sneuvelt op de eerste dag. Ook in de bescherming van Jeruzalem laat Jahweh het afweten. Niet lang na Josiah valt ook de stad en wordt de tempel verwoest. Het priestervolk en de elite worden in ballingschap naar Babylon gevoerd. “Niet Jahweh heeft zijn woord gebroken en Jeruzalem uitgeleverd”, menen de priesters nu, “neen, het lag aan Asherah en de goden”.

Thuis

Veertig jaar schrijven en herschrijven zij boeken om dit aan te tonen. Asherah’s naam moet voorgoed verdwijnen en mag slechts genoemd worden als de oorzaak van het kwaad. Gebaseerd op het vervalste boek Deuteronomium worden bestaande boeken aangepast. In het boek Genesis vinden we nu de vrouw als de oorzaak van het kwaad in de wereld. Ook het Boek Exodus wordt passend gemaakt. Wijsheidsboeken worden nu toegeschreven aan jahwisten. Als de priesters na veertig jaren terugkeren naar Jeruzalem dragen zij bij zich de nieuw geschreven theologie van de Jahweh cult. Later zien ook de boeken Numeri en Leviticus, het priesterschrift, het levenslicht. Zo ontstaat ten slotte de Torah, de vijf boeken geschreven door Mozes. De Levieten beschikken nu als enigen over het geschreven Woord van God.

Op de rol van Jahweh als beschermer van het Joodse volk is de laatste tweeduizend jaar een en ander aan te merken. Nu probeert men al een eeuw lang te komen tot een veilig Joods tehuis. Ik ben bang dat het vergeefse moeite is. Zolang de vredelievende Asherah, de Vrouw des Huizes, niet thuis mag komen, zal volgens mij de staat Israël een onbewoonbaar verklaarde woning blijven.

Goed doen

Nog vóór de Schepping heeft Jahweh mij geroepen
Uit Eeuwigheid ben ik gevormd, vanaf het begin, nog vóór de Aarde
Bij mijn geboorte ontbrak de zee, bronnen waren nog zonder water
Ik was er, nog voor zich bergen plooiden, voor heuvels glooiden
Het aardrijk ongemaakt, velden zag men niet en ook geen waaiend stof
Ik zag hoe Hij de hemel verhoogde en de zeeën verdiepte
De wolken hun plaats wees en de stromen hun weg,
Hoe Hij de zeeën begrensde, dat het water zich niet aan Hem onttrok
Toen Hij de aarde vormde, was ik bij Hem, Zijn toegewijde, Zijn Geliefde en genoot Zijn aandacht
Ik genoot van een nieuwe wereld, de eerste mensenkinderen.
Welnu, kinderen, luister naar mij: Gezegend zijn zij die Mijn wegen bewandelen.
Luister goed, wordt wijs en doe geen domme dingen
Gezegend is hij die gehoorzaamt, die dagelijks naar mij verlangt en klopt aan mijn deuren
Want wie Mij vindt, vindt het Leven en zal goed doen in de ogen van God
Maar wie Mij ontkent, ontkent zijn ziel.
En wie mij de deur wijst, die opent zijn huis voor de dood

(Spreuken 8:22)

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix