Kwaad worden is goed!

Er is niets mis met woede, volgens rebalancer Wilko Iedema. Niets mis mee? Lastig is hij wel, deze basis-emotie. Hoe ga je ermee om? Een paar vragen aan hem.

 

Elk jaar leidt Wilko Iedema, Osho-lover, rebalancer van het eerste uur en trainer, er een workshop over van drie afzonderlijke dagen: de Trilogie Omgaan met Woede. “Woede is simpelweg een basis-emotie,” zegt hij, “net als angst en verdriet, en dus op zich geen probleem. Wat het problematisch maakt, is dat we zijn gaan geloven dat het niet oké is om boos te zijn.”

 

Maar wat is dan het goede van woede?

“Dat je geen rekening houdt met de ander of met de situatie; dat je autonoom durft te zijn, en je simpelweg jouw waarheid uit. Met een zekere lading; maar daar zit ook je kracht in. Je zegt wat je wilt zeggen zonder agenda. Er zit de intentie achter om tot de ander door te dringen – en dat is liefdevol. Het lukt je niet als je het op vlakke toon zegt. Je wilt de ander bereiken!”

 

Moet je je woede dan altijd uiten?

“Als je gewend bent dat niet te doen, is uiten een eerste stap. Maar dan wel met bewustzijn. Dus niet in verwijten gaan, maar simpelweg zeggen wat je te zeggen hebt. Vaak word je boos omdat iemand iets wat jij zegt, anders interpreteert dan je bedoelde. Wat dan pijn doet, is dat je je niet gezien of gehoord voelt.”

 

Dus als je zegt: ‘Ik voel me niet gehoord,’ zou dat de woede moeten laten verdwijnen?

“Boosheid heeft net als de andere basis-emoties een eigen momentum. De chemicaliën ervan zitten in je systeem, en die zijn niet direct uitgewerkt. Die hebben tijd nodig om te bezinken, ik zou zeggen drie tot vijf minuten. Als het helder is, is het weg. Als mensen boos blijven, duidt dat op een soort investering in boosheid, ergens toch nog je gelijk willen halen, en het vermijden van de onderliggende pijn. Maar als je de intentie hebt om te reflecteren – ‘Wat maakt me boos? Wat wordt er in mij geraakt?’ – als je die meditatieve houding hebt en die helderheid, kun je uit de boosheid stappen. Dan kun je de boosheid gebruiken om de diepere lagen van jezelf te onderzoeken.”

 

Waarom investeren we in boosheid?

“Omdat het een gevoel van ego-kracht geeft. Daar is niks mis mee maar het is niet effectief en uit contact. Dat kun je eerlijk onder de loep nemen: ‘Ik wil dus controle hebben over de situatie, controle over de ander.’ Als we eerlijk zijn en boosheid gebruiken in dienst van ons hart, komen we meer in ons hart uit.”

 

Dat klinkt wel heel moeilijk, in drie tot vijf minuten in mijn eigen hart terechtkomen…

“Het gaat er niet om dat je doelgericht probeert om van je boosheid af te komen. Je kunt in het moment, naar beste kunnen, je bewust zijn dat je heel boos bent en kijken wat je boos maakt. Probeer niet de boosheid te stoppen: dat is denk ik de valkuil voor veel mensen. Allerlei spirituele stromingen maken boosheid tot een boosdoener en daardoor gaan we denken dat boosheid fout is en weg moet. Of dat er tenminste een spiritueel vestje omheen moet, zodat het beheersbaar wordt. Maar dat gaat niet werken, niet op die manier.”

 

Dus je moet accepteren: ik ben boos?

“Ja, jezelf helemaal toe te staan te voelen wat je voelt. Vervolgens kun je de energie van je woede leren uiten op een goede, constructieve manier. Woede is de meest actieve emotie die we hebben en die actieve energie wil bewegen. Toen ik hiermee begon, heb ik de beroemde mattenklopper veel gebruikt. En ik heb dankbaar gebruik gemaakt van de actieve meditaties van Osho.”

 

Hoe ga je om met iemand anders die boos is op je?

“Als die iemand gewelddadig is, wegwezen. Maar bij een partner die boos op je wordt, bij voorkeur: het gewoon maar even binnen laten komen. Die heftigheid toelaten, hoe ongemakkelijk het ook is. En tegelijkertijd je bewust zijn: ‘Oef, dat is heftig, ik wil dit niet, ik word bang, ik houd mijn adem in…’ Of ‘G.v.d. ik wil terugvuren!’ Maar dat kennen we al zo goed, dat hebben we al zo vaak gedaan, dat leidt tot een naar gevoel. Dus je hart openhouden en toelaten. En luisteren naar wat die ander zegt.

 

Jonge kinderen en pubers groeien op via hun emotie, daarin zit de ontwikkeling. In de meeste opvoeding is er wel empathie voor verdriet, pijn en angst, maar als een kind in ongeremde woede gaat, is dat ongemakkelijk voor ouders. Hoe is het om een kind zijn kwaadheid te gunnen? Ik stuurde mijn zoons niet naar boven als ze kwaad waren, want dat geeft de boodschap: je bent niet oké als je boos bent. Zo hebben we allemaal boodschappen gehoord. Bij mij vroeger was het: ‘Jij bent boos op je moeder? Pats!’ Dat was genoeg – ik werd tot mijn achttiende niet meer boos. Wat een boze vader was dat eigenlijk… Hij wist niet hoe hij met mijn boosheid om moest gaan.

 

Ik nam mijn kinderen mee naar mijn sessieruimte, gaf ze de mattenklopper en zei: ‘Ben je boos op mij, op mama, op je broertje of de juf? Dat mag! Ga maar slaan op het kussen en roep maar: wat ben jij een rotvader, sla het er maar uit.’ Doorgaans bleef ik erbij tot ze klaar waren. En ik vroeg of het een goed gevoel gaf. Ja, dan waren ze veel rustiger.”

 

Sommige mensen worden nooit boos… Wat doe je met zulke mensen?

“Interessant, zeg ik dan, ik heb nog nooit iemand meegemaakt die helemaal geen woede in zich heeft. Laten we gaan kijken of er iets zit. Het kan bijvoorbeeld zijn dat zo iemand bang is geworden door een boze ouder waarbij hij zich als kind overweldigd voelde en dat hij zich terugtrok met het voornemen: boos worden, dat ga ik niet doen.

 

Er zijn ook mensen excessief boos, die zijn gevangen in hun boosheid. Het is dan belangrijk dat ze zich kunnen uiten, maar ook dat ze genuanceerder gaan kijken wat er achter de boosheid zit, waar die uit voortkomt. Is je kwaadheid proportioneel met de situatie, of lift er iets mee uit het verleden? Heb je toen niet boos mogen worden misschien? Die lading komt mee op de boosheid van nu. Het is zinvol om dat bijvoorbeeld met een mattenklopper te uiten.”

 

De bedoeling is dus niet om nooit meer boos te worden?

“Hopeloos! Dat gaat niet lukken! We hebben daar geen controle over. Boos word je niet meer als je het niet meer wordt. En tot die tijd word je boos en is onderzoek behulpzaam en nodig. Elke keer opnieuw je interesse en alertheid ten toon spreiden.”

 

Is onmacht altijd de kern van woede?

“Ja, de onmacht van ergens geen controle over hebben. Dat maakt dat je je oncomfortabel voelt; je kunt nergens heen, je hebt geen houvast. En om dat te maskeren is de reactie vaak boosheid. Want daar zit bekrachtiging in.”

 

Maar het is niet bepaald een vooruitgang als ik mijn onmacht ga voelen, want daar weet ik ook geen oplossing voor.

“Je weet er geen oplossing voor, dat is wezenlijk. Zolang je er meteen een oplossing voor wilt hebben, ben je al weer weg bij wat er gebeurt. Wat er gebeurt, is: je voelt je onmachtig. Hoe is het om daarbij te zijn met je aandacht? En te beseffen: ik wil de controle hebben, en die heb ik niet! Daarmee te zijn. Dat is heel ongemakkelijk. Maar dat is de weg: met het ongemak te zijn, erin uithangen. De onmacht voelen. Mijn geest gaat alle kanten op… en naar beste kunnen blijf ik bij mijn gevoel, hier en nu in mijn lichaam. Ik voel mezelf zitten met die onmacht, met mijn voeten op de grond. Ik merk dat ik mijn adem inhoud en daar heb ik wel regie over, daar kan ik iets veranderen.

 

Het bewustzijn van de onmacht helpt om te voelen waar het zit in mijn lichaam. En dat lichaamsbewustzijn helpt me – het is de drager van dat ongemakkelijke gevoel. Zonder erop uit te zijn om ervan af te komen, wordt het een kleinere beleving, in plaats van een overheersend gevoel.”

 

Is dat het verschil tussen controle en regie?

“Ja; controle is grip willen hebben, is meer een gesloten vuist. Regie is met open handen staan, vanuit bewustzijn en aanwezigheid. Maar vergis je niet, het is ongemakkelijk en daarin toch geïnteresseerd blijven is lastig. ‘Ik wil de controle en ik heb hem niet’. Zolang ik die controle wil, is er frictie van binnen en de reactie is kwaad worden. Als ik alert genoeg ben, kan ik de kwaadheid voelen opkomen en heb ik nog steeds de keuze om bij mijn gevoel te blijven. Kwaadheid kan ook een vorm van dissociatie zijn. Alleen al dat besef geeft je een gevoel van kracht, want de onmacht wijst je de weg terug naar jezelf. Het is een open houding van zelfonderzoek, zonder doel.”

 

Boeddhisten zeggen dat woede iets is dat langskomt en weer verdwijnt; je hoeft er geen aandacht aan te besteden. Maar dat werkt bij mij niet zo goed.

“Mogelijk bij hen wel, in hun cultuur en training. Met name de Tibetaanse boeddhisten, die trainen zichzelf al honderden jaren lang en ik zie aan de Rinpoches dat het voor ze werkt. Uiteindelijk denk ik: hoe meer je je bewust wordt van de woede, hoe eerder je het voelt opkomen en het besef kunt hebben dat je er niets mee hoeft te doen. Dan is de angel er al uit voordat hij erin zit.

 

Maar wij Westerlingen zijn zo gewend om emoties te onderdrukken dat er iets anders nodig is voor we aan het toeschouwen toekomen. Osho heeft niet voor niets zoveel ruimte gegeven aan het uiten van emoties in de actieve meditaties – hij zag hoe wij in elkaar zitten. Er moet eerst ruimte komen voordat je ruimte ervaart. Wij zitten te vol.”

 

Als je vol zit met emotie die je niet kunt uiten, wordt woede dan passieve agressie?

“Bijvoorbeeld. Of je wordt een tijdbom. Of een hooligan. Kijk maar naar de expressie die er is in de maatschappij… Allemaal gebaseerd op kwaadheid die niet is onderzocht.”

 

Door Lisette Thooft

 

Meer informatie over de Trilogie Omgaan met Woede: www.samo-rebalancing.nl.

 

 

 

 

Print deze pagina

Over de auteur

Bovenstaand artikel is geplaatst door de redactie van Koorddanser. Wil je de auteur van dit artikel een bericht sturen, mail dan naar redactie@kd.nl.

Laat een bericht achter

Je moet ingelogd zijn om een bericht te plaatsen.

Powered by Ambrix